Voorpel - Vouwpel - Vopel -Fopel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
Dan sta ik 'an gunne kante', de overkant van de IJssel. Dit is de gemeente Voorst. Over 'De Klei' van de uiterwaarden fiets ik naar de toren van Wilp. Dan voel ik me rood worden van schrik. Nooit ben ik ingegaan op die aanvulling op een artikeltje van mij over 'dennepeukels', dennenappels. Wim Smit uit Wilp, een jonge tachtiger, gaf die aanvulling. Ik weet nog precies wat hij zei: "Weet iej wat ik in oew ärtikeltjen emist hebbe, Gerrit? Het woord 'voo(r)pels'". Hij sprak het uit met die mooie oo waar een r op lijkt te volgen. Ik antwoordde: "Wim, ik bin ebonden an een bepoalde lengte in mien stukskes, dus ...". "Toch jammer", zei hij. Ik beloofde hem een apart stukje aan zijn opmerking te wijden. Die belofte is al meer dan een half jaar oud. Ik heb nooit meer aan de 'voorpels' gedacht. Zal ik even langs hem rijden? Neen, toch maar niet; ik kan hem beter bellen, als ik thuis ben.Tot zo'n zestig jaar geleden woonde Wim Smit in Gorssel. Als jongen ging hij met zijn maats vaak de pijnbossen, sparrenbossen, dennenbossen, of zoals de middeleeuwer zei, de 'furijnen' in. Furijnen werd uitgesproken als furienen. Waarschijnlijk komt 'Fure' of 'Vure' van het Nedersaksische 'Föhre', wat een den of een pijnboom is. In het Engels kennen we 'fir' en 'fircone'. Een fircone, föörken, is een dennenapel. 'Föör' of 'voor' gaat waarschijnlijk terug op het Latijnse 'forare', dat is 'doorboren'. Een 'foramen' is een gat of een opening. Wie een droge voorpel of foorpel goed bekijkt ziet enkel openingen waar de zaden al uitgevallen zijn. En hier blijkt weer dat onze voorouders minstens zoveel verstand hadden als wij. Doorboren leidt dikwijls tot zwangerschap, tot dragen. 'Baren' is een taalkundige vorm van 'boren', van 'fore'. Een fore draagt in zijn gaten de zaden van de 'vuurboom', de boom waarvan de appels doorboord worden, zodat het gedragene vrij komen kan. Fore werd niet meer als vruchtdragende 'cone' of 'kegel' herkend en kreeg de naam 'fore-appel', in het Engels 'fircone'.Bij het dorp Wilp rijd ik naar de Bolwerksweg, richting Deventer. Langs de weg ligt een aardappelveldje. "Eerpels lust mien altied nog graag, veural bleumige klei-eerpels", zeg ik hardop. De Nedersaks staat erom bekend woorden tot zo klein mogelijke maten terug te brengen. Dat heeft niets met slordigheid, maar alles met zijn zuinig taalgebruik te maken. Denken is doen en niet nölen! Eerdappels werd zo erepels, eerpels. Voor-appels werd zo vorepels, voorpels, vopels, fobels. Dat laatste is een Olster woord. Mijn spelling zou zijn voorpels, in de eerste plaats om de verwantschap met 'vuurboom' en 'vurenhout' aan te geven, verder om de familierelatie met 'Föhre' en 'forare', tenslotte om de uitspraak van de kenners van dat woord: 'voo(r)pel'.Zo, ik ben de Wilhelminabrug over. Ik heb het snel gedaan met de wind in de rug. Een bekende uit Diepenveen kom ik tegen. Hij heeft me eens verteld dat hij in zijn jeugd 'voorpels' niet meer zei, maar gewoon 'dennenappels'. "En dan zoch'n wule ook nog härsmannetjes, iej weet wa', van dee kluntjes härs dee an de takken hingen. Döör ko'j mooie dinger met uutvrèèt'n!"Dan ben ik thuis. Ik bel meteen Wim Smit op. "Met Smit". "Ja, met Gerrit uut Diepenveen. Ik goa oaver 'voorpels' schrieven. Dat woord gebruuk iej toch nog?" "Zeker weten. Ik dache al da'j der neet meer an denk'n zoll'n". Ik zeg eerlijk dat ik een hele tijd niet aan dennenappels gedacht heb. Een reden te meer om te proberen de voorpel nieuw leven in te boren. Tenslotte moet mijn werk toch vruchten baren, als het enigszins mogelijk is. Mijn vader gebruikte voorpels immers ook. Houd dat in ere, Gerrit! *** Bij een nader later onderzoek zag ik dat fopel,  vopel,  vouwpel  alles te maken heeft met ‘vore’, ‘vouw’, ‘fommel’, ‘frommel’: een denneappel is immers een ‘verfrommeld’ geheel.