Voetbal

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
Er zijn nogal wat mensen en vooral mannen, die in deze tijd van het naderende WK VOETBALLEN zich uitsluitend daarmee bezighouden; er zijn er zelfs, die over niets anders meer praten kunnen. Ze kunnen geen ander onderwerp meer bij de kop nemen, want ze zijn helemaal bezeten door het voetballen. Daaraan moet ik denken, nu ik bij de sportvelden van Heeten sta. Hier was het niet, dat ik jaren geleden eens met een vriend stond, die de pups-E, de jongste voetballertjes, moest trainen. Ik mocht een paar keer met hem, de trèèèner, met een hele lange èèè in het Sallands, meelopen; dat had ik hem netjes gevraagd. Schoolmeesters hebben in de regel een grote hekel aan pottenkijkers; ze willen baas in eigen huis blijven, en daar hebben ze gelijk in.Zo stond ik dan aan de kant van het veld naar de trèning van de E-pupillen te kijken. E-pupillen zijn jungeskes en of meiskes van zes en zeven jaar; je moet ze feitelijk gewoon spelletjes met de binnen-en-buten laten doen, want ze moeten vertrouwd worden met de bal, het veld, en de andere spelers. Deze trèner deed het anders. Hij zette zijn twintigtal pupillen op een rijtje naast elkaar op de zijlijn met het gezicht naar het veld, en zei: "Wat is dit?" en daarbij beurde, tilde, hij de bal op zijn rechter hand hoog boven zijn hoofd."Het Vrijheidsbeeld in Amerika", riep een van de jongens; hij dacht dat de trèner de hele voorstelling bedoelde.De trèner begon vrindelijk zuur te lachen; hij keek schuins uit zijn ooghoeken naar mij: hij voelde zich betrapt; hij had een pedagogische fout begaan, dacht hij. Daarom drukte hij de bal onder de neus van het kereltje en herhaalde: "Wat is dit?""Een binnen-en-buten", was het antwoord in het dialect. Eerst wist de trèner niet wat hij zeggen zou, keek weer uit zijn ooghoeken naar mij, net alsof ik zijn inspecteur van het onderwijs was. Toen zag ik zijn gezicht opklaren: hij had een besluit genomen."Heel goed. En wat mo'j döör mee doon." Hij ging, trots naar mij kijkend, in het dialect door."Döppen", zeiden alle kinderen tegelijk; ze keken de trèner aan, alsof ze wilden zeggen: "Wat een achterlijke vroage, döör bi'we hier toch veur ekommen, um te voetballen?" Maar de overhoring van het dialectvoetbal ging gewoon door: "En wöör doo' we dat mee?" En hij wees op zijn voetbalschoenen. "Met onze döppers", was het trotse antwoord. "En wöör doo we dat?" - "Op het veld". - "En wat dut diee man döör?!" riep de trèner in trance over zijn geslaagde aanpak. Hij wees naar de terreinknecht met zijn kalkwa­gentje. "Diee is het veld an het kalken!!" schreeuwden de jongens keihard. "En wöör is e noe bezig?" - "Op de pieneltiestip!" - "En wöör is diee veur?" - "Um de balle op te leggen bie een pengel!"Zo kwamen nog aan de orde: kalken, kriet, koaner, koanervlag­ge, kool, koolpoale, binnenkante, butenkante, punter, punteren, wippetjen; het stiften kwam nog niet voor in het voetbaljargon. -Ik moet mijn lezers straks wel vertellen, dat de meeste termen uit het voetballen in mijn geboortestreek, Deventer en omgeving, letterlijk uit het Engels overgenomen zijn en Sallands zijn verklankt, denk ook aan friekik, wat van vrije trap tot overtreding geworden is. Maar dat snappen de lezers wel.-Toen zag ik het kleinste kereltje naar voren stappen; hij kwam niet 'hogeder' als de dikke buik van de trèner. Hij tikte hem daarop. De trèner keek naar beneden: "Joa?" - vragend-."Trèner, hoeneer goa iej ons trènen?" Ik schoot in de lach, neen niet om die vraag, maar om "hoeneer"; een dialectspreker van huisuit hoef je zijn grammatica niet te trèèn'n.