Vleute

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
Op Tweede Pinksterdag was het redelijk weer. Het was de laatste dag dat ze op de 'boerencamping' stonden. Ze besloten een flinke wandeling te gaan maken, Moeder, Vader, Els en Myra. Voor alle zekerheid namen ze de bolderkar van de boer mee; dat was nog zo'n ouderwetse, waar twee kinderen in konden zitten, met wielen met houten spaken, van die dikke. IJzeren banden zaten om de wielen. Dat bolderde lekker op de kleine keitjes van de landelijke weg. Pas na tien minuten lopen kwamen ze langs de volgende boerderij. Voor de deuren van de grote deel zaten drie cyperse katten. Hun vacht was prachtig grijsgestreept getekend. Ze leken veel op elkaar. Els en Myra wilden er natuurlijk opaf. Net op dat moment kwam er een wat oudere vrouw uit de deur van de deel. Ze kwam er echt uit, door een kleinere deur. "Mooie diers, hè? Ze holdt oes de moez'n van 't arf en de dèle en de zolder. Mangs (vaak) komt ze der wat bie de kökken apperteer'n. Dan trakteer ik ze welis op 'n vleute melk, joa met 'n boel water der deur heur, anders könt de diers der nee' teeng'"."Wat is een vleute?" vroeg Moeder. "Ik zal der oe wel ene loat'n zieen", zei de boerin, en ze liep weg. Even later kwam zij terug met een nogal lage, liever gezegd platte, kleine kuip, waarin heel wat drinken voor de katten scheen te kunnen. Maar het kuipje was zo laag, dat dat tegenviel. "Den gebruuk ik een enkelde keer nog welis, a'k mien eigen een betjen roombotter maken wille. Ik doo de vette melk derin; dan zet ik den op een stil pleksken in mien kelder; dan kump het vet vaneigens boaven drieven. Dee room skep ik der veurzichtig of en de vleutemelk blif achter"."Is vleutemelk dus hetzelfde als afgeroomde of taptemelk?" vroeg Vader. "Domme vraag, da's nogal wiedes", zei Moeder. "Loat meneer toch vroag'n, doar wördt e wies van", zei de boerin lachend. "Dit kuupken heet trouwens een vleute, wiel 't zoo ondieepe is. Ondieepe  is in onze taal 'vloo' of ook wel 'vloot'". "Oh, dan heeft het ook met het Nederlandse woord 'vlieten' te maken. Dat betekent stromen en een 'vliet' is een stroom of een riviertje". Het was Moeder, die dat allemaal zei. "En een 'vloot' is tevens een aantal schepen, die op een stroom of een water vaart", deed Vader een duit in het zakje. Hij keek in het rond alsof hij de vondst van de eeuw gedaan had.Toen aaiden de kinderen nog eens uitvoerig de lieve katjes en ze liepen verder, nu een prachtig bos in. Ineens zei Vader: "Achterhoek, het onverwachte Nederland!" Hij riep het als het ware uit. "Dat is een vondst", zei Moeder, "die moet je opsturen voor een slogan-wedstrijd". "Ik kijk wel uit", lachte Vader, "ik heb hem gestolen". Hij legde uit dat hij deze kreet voor het eerst in de buurt van Warnsveld gezien had en later nog eens dichtbij Doesburg. "Na de tweede keer heb ik hem onthouden", zei hij. Intussen waren de meisjes in de bolderkar gaan zitten, want ze waren moe. En toen gebeurde het: net toen Vader met de kar een heuvel wilde afdalen, waarbij hij de wagen achterstevoren rijden liet, om hem beter in zijn macht te kunnen houden, brak de disselboom; de wagen reed zelfstandig de helling af tot midden in een meertje onder in het dal  aan de voet van de heuvel. De kinderen gilden van plezier, want het water was zo ondiep, dat de bodem van de bolderkar droog bleef. Daar zaten ze op hun eilandje. Toen schalde de stem van Vader door het bos in prachtig Achterhoeks: "Wee hoge ezèèt'n is, kan dieepe val'n, mar op vloo water kui'j goan, a'j met een hoge bolderkarre bint."Moeder en de meisjes stonden versteld. Vaders belangstelling was minder 'vloo' dan ze gedacht hadden.