Viefkop

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009

Paardenrennen, daar houd ik niet van. Ik leef zo mee met de paarden, dat ikzelf buiten adem raak, en ik vreet me op van angst dat een paard iets overkomen zal, want dat betekent meestal de dood. De Engelse Derby mag ik dus evenmin, ook al is die genoemd naar de twaalfde Earl of Derby, die deze wedren over vijf mijl voor driejarige paarden rondom de pinksterdagen uitgevonden heeft. De bezoekers, daar geniet ik wel van: Ze zijn op hun pinksterbest gekleed. Vooral de prachtige zeilschepen op de dameshoofden vallen me steeds weer op. Daar steken de derby-hats van de heren zo kaal bij af, dat door het schrille contrast met de versierde dameshoofden die laatste nog carnavalesker worden. Ach ja, die derby-hoeden van de mannen zijn ook niet meer dan kale bolletjes met een stijve rand, grijs of zwart, of hoge kachelpijpen met diezelfde rand. In ieder geval is het een kermisachtig schouwspel; ik kijk er graag naar. Daar houd ik op de camping ook zo van, mensjeskijken.

 

In het gelid lopen ze over mijn scherm, de oranjemarcheerders in Noord-Ierland. Met sjerpen en linten versierde oranjemannen in gelid, hun Engelse bolletjes, zwart, op hun koppen. Het zijn weer diezelfde derby-hats, maar ze maken me niet vrolijk. Ze doen me aan Garibaldi denken, de Italiaanse vrijheidsstrijder uit het midden van de negentiende eeuw, de drager en misschien ontwerper, van de eerste(?) kale zwarte dophoed. Als ik die donkere mannen over het scherm zie gaan, ontdek ik er altijd wel een die op mijn vader lijkt en dan schaam ik mij, want mijn vader had nooit tussen die mannen willen lopen. Maar ik kan het ook niet helpen dat de garibaldi in zijn tijd het hoofddeksel voor de winter was en de stijve strohoed, ook Engels, voor de zomer. Een hogezije of kachelpijp droeg mijn vader enkel bij begrafenissen. En die hoge hoed was zwart.

 

Ik heb genoeg gedacht, ik pak mijn nieuwe antikwarische aanwinst en ik blader er wat in. Op bladzijde 47 vind ik ‘vîfkòp’, nu gespeld als ‘viefkop’. Er staat bij: Noemt men spottend wel eens een hoge hoed of kachelpijp. Ook Gron. (Gronings). Het woord valt mij op, daar een van de vorige eigenaars er een dikke potloodstreep bij heeft gezet. Zou de bezitter dat woord eens besproken hebben? Ik lach hardop. Mooi is dat. Het woord past precies bij de Derby! Was een cop in de Middeleeuwen niet ongeveer de inhoud die we nu aanduiden met liter? Het was in ieder geval een min of meer  cilinder-achtige inhoudsmaat voor natte en droge waar. Een viefkop, een ‘vijfliter’ vrij vertaald in het Nederlands. Ik moet toch eens een verhaal schrijven waarbij de viefkoppen over de straat rollen. En dan niet van tevoren zeggen wat een viefkop is! Ik kom nog wel op een idee daarvoor.

Wat knap trouwens om de gelijkenis te zien tussen een viefkop als inhoudsmaat en de kachelpijp. Zelf zou ik er nooit opkomen. Vooral de dubbele bodem in de naam doet me wat. Kop en kop! Ik durf daaraan verder geen woorden te wijden, bang als ik ben mensen te kwetsen. Laat ieder dit woord zelf maar ontleden.

Natuurlijk, kop is nu hoofd en drinkgerei. In het Middelnederlands was het al schaal, beker, hersenpan, schedel. Ik vergelijk altijd kop met het Franse coupe. De betekenissen uit de vroegere tijden zijn gebleven. Zo kan men met ‘viefkop’ veel ‘doen’.

Zelf draag ik een hoed als het regent. Ik houd niet van een natte kop. Eens in mijn leven heb ik een zwarte viefkop gedragen. Dat was op onze trouwdag. Ik wist toen niet dat ik een viefkop op had. En niemand zei: “Hé, iej hebt de viefkop op!” Het wordt hoog tijd het woord weer gebruiksklaar te maken!