Verzoord

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
Rimpelig vrindelijk zag het gezicht van de zeer bejaarde vrouw eruit. Lieflijk was de gelaatsuitdrukking. De vrouw was getaand door de tijd. Vandaag vierde zij haar honderdste verjaardag, door familieleden omringd; vrienden en kennissen waren haar reeds lang voorgegaan. Zij zat met de handen in haar schoot met schitterende ogen te genieten van de vrouw tegenover haar, die de burgemeester was. "Ik ben pas vijftig", zei de burgermoeder. "Ik moet nog heel wat jaartjes, wil ik Uw leeftijd bereiken!" "Wèès mar bliede, kind; kiek is noa mien zore hende; en van binnen bi'k al net zo vezoord! Iej bint nog sappig en vers".De burgemeester, toch ook een Achterhoekse van geboorte, keek vragend naar de uitgestoken handen, waarvan de vergeelde ruggen getoond werden. "Rauw, rimpelig, stroef, schoerpapier a'k miene vingers deroaver strieke; zoor dus en old!" De burgemeester verstond het. Ze knikte tenminste. Ik maakte stiekem een notitie. Deze vrouw gebruikte dat Oostmiddelnederlandse woord 'soor' nog, familie van het Engelse 'to sear', wat 'verzengen' betekent, een woord dat verwant moet zijn aan 'verzoren'.Die oude dame gaf dus te kennen dat ze letterlijk en figuurlijk behoorlijk opgebrand was. Ik vond dat ze dat in haar dialect prachtig uitdrukte.Toen kregen we die hoos over de Veluwe en Salland. Wij gingen de afgedraaide en ontwortelde reuzen zien. De bladeren gingen toen al dood. Ze kregen geen voeding meer. Een man liep voor ons langs de 'dodenweg'. "Jonge, jonge, wat een bende zoor holt lig ter langes de bane", hoorde ik hem zeggen. Zoor holt, dood hout. Zijn opmerking 'zeurde' mij door de ziel, want er waren eeuwenoude reuzen gesneuveld. Een schrijnende, dorre, rauwe pijn, een groot 'zeer' doortrok me. En die 'zeerte' gaat nog door me heen. En dat is immers het kenmerk van zeuren of zoren. Het duurt en duurt ... . De van 'dor'st versmachtende woestijnreiziger kan erover meepraten, dat langzame verzorende werk van de brandende zon. Iemand die verzoord is, is opgebrand.In mijn handen heb ik nu een boek. Het gaat over mensen uit de Achterhoek. Het speelt in de buurt van De Heurne. Ik lees een passage over de herfst. Het is een mooie herfst die beschreven wordt. Het broze leven van de zomer wordt erin verdroogd, gedood: Op de grond lagen de blajen, verzoord en vergèèld. En dan krijg ik plotseling het beeld van ons leven duidelijk voor ogen. Het is inderdaad een kaars die opbrandt. Wij verzoren langzamerhand, soms zelfs heel snel, al te snel. En ik loop met Jacqueline van der Waals door haar gouden 'Najaarslaan'. Bomen met verzoorde en vergeelde bladeren. Verzoren en vergelen is goud bij haar! Die oude honderdjarige was niet enkel zoor of dor, zij was van goud.Broos is de natuur, broos is ons leven. In de herfst, de krönnenzomer, verzoort en vergeelt het; het kan een gouden glans krijgen voor wie ons waarnemen. Ik vind het fijn dat de Achterhoek 'zoor' en 'verzoord' nog heeft. Het begrip heeft immers naast het schrijnende uitdrogen van het leven ook het glanzende van een nieuw leven in zich. Als de bladeren vallen, zitten de nieuwe knopjes al zichtbaar te wachten.Verzoord heeft voor mij een grote literaire waarde. Het is meer dan alleen verdroogd of verdord, vind ik. Een schrijver heeft niet voor niets zijn gevoelens en gedachten 'verzoord'. In een 'herbarium' worden zijn verzoorde of gedroogde bloemen en bladeren bewaard. Die bewaarplaatsen noemen we kranten,tijdschriften, boeken, handschriften, opnamen, op video bijvoorbeeld. 'Verzoord' wordt op de tekstverwerker 'verwoord'.