Verskes

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
Sommige versjesmakers zeggen dat ze 'dichter' zijn. Ik vind dat zij zichzelf tekort doen. Dichten wil immers zeggen dat men met klanken een stukje proza of poëzie samenstelt. De dichter denkt iets uit, hij beraamt letterlijk wat hij zeggen wel. Een versjesmaker laat een vers 'geworden'. Het woord vers komt toch zeker van 'verden', 'werden', 'worden'. Een vers 'wordt', het groeit onder de scheppende handen van de maker. Ik denk daarbij aan de 'Schepping' of de 'Wording'.Ik maak versjes in mijn dialect. Vaak vertaal ik ze dan in het Nederlands, wat ik moeilijk vind. Andere talen, andere rijmen, andere gevoelsuitdrukkingen. Verskes dus of varsies, vässies, vassies, versjes. Enkele voorbeelden.Lente./ Witgreunig land, met iezelgrös begreujd/ en hier en döör een plasse, stief bevroren/ Een brune merrie draaft as-of de Lente bleujt/ En dan inens galop: het veurjöör wördt herboren/Nog blif het wittig winter. Ik bevrieeze/ Möör d'opgewekte merrie springt. Döör geet ze/ de Lente, 'k veul hem in de lucht/ Zee hinnikt het en steigert, en nemt een rappe vlucht/ tut an het schrikdroad, wöör ik glimlachend stoa/'k Lope stille op haer of en èven goa/ ik met één vinger eijend langes haer neuze/Zee löt het rustig too, versteet mien klankenkeuze/ as ik innig-hinnikend bedanke/ veur het uut'ren van haer blieje Lenteklanke/En nu dit zelfde vers in het Nederlands. Het is als het ware opnieuw 'geworden'.Lente./ Witgroenig land, begroeid met ijzelgras/ met hier en daar een hard-bevroren plas/ Een bruine merrie draaft blij op en neer/ En dan opeens galop: nu keert de Lente weer/Nog is het volop winter, grauw en grijs/ De opgewekte merrie springt: Ik prijs/ de Lente, voel hem in de lucht/ Zij hinnikt het en steigert, neemt een rappe vlucht/ tot aan het schrikdraad, waar ik glimlachend sta/Ik loop stil naar haar toe en even ga/ ik met één vinger strelend langs haar neus/Zij laat het rustig toe, verstaat mijn klankenkeus/ als ik haar innig-hinnikend bedank/ voor het bieden van haar blijde Lenteklank/Natuurlijk gebeurt het dat ik een inval krijg voor een vers uit mijn Nederlandse tijd, mijn schooltijd dus. Die versjes 'groeien' eerst langzaam in die taal. Een voorbeeld daarvan is 'Dörpken', dat ik uit het Nederlands vertaald heb:Van zuud nöör noord streumt der den Iessel en de streumkes/ slingert zich as wèteringen as de strakke lucht zoo blauw/ Wiee der ens was, keert weer, raakt nooit der uutekeken/ Het dörpken lig' der altied greun, nooit grauw/Ens stond in Borgele een bord met een politie-hand/ Let op den Zijweg, zei het, zwärt eschreven/ Wiesvinger van diee hand wees nöör mien greune land/ 'k Ziee nog diee poale met diee hand, zoo hoog'eheven/En ik heb opelet. De zieweg bin ik oferend/ En 't was in Rande wöör ik dan belandden/ Is het verwonderlijk dat ik heel bliej hier strandden?/'k Bleve der hangen, heet dat, en 'k wazze content/ Noe bint mien kinder groot, ze woont hier 'geenieet meer/ Möör wöörumm' komt zee hier met bliedschap vake weer?/Nu ik dit rijm weer lees, maakt het op mijzelf de indruk dat ik het niet echt vertaald heb, dat wil zeggen, niet letterlijk. Het is Nedersaksisch en niet 'vertaald Nederlands'.