Verrel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
Waarom ik mijn gegevens over woorden met zoveel omwegen vertel? Daar heb ik feitelijk nooit over nagedacht. Ik ben nu eenmaal een schoolmeester. Ik verpak wat ik de mensen schenken wil in een papier dat zo kleurrijk mogelijk is. De mensen moeten me kunnen pruimen. Ze moeten mijn stukje kunnen proeven als lekkere appels, die in vieereltjes gepresenteerd worden, die ze eerst moeten 'ontdekken' van het kleurige velletje dat erover ligt. Ik weet dat ik dan naar Lochem over Zutphen fiets. En als U dan zegt mevrouw, dat dat een mijl op zeven is, ik citeer U bijna, dat ik een reuze omweg maak, dan hebt U volkomen gelijk, maar langs die omweg kan ik meer genieten van al het moois dat ik op de taalweg tegenkom. En ... ik heb geen haast, Zij, die in taalwaarden geloven, haasten niet. In haast had ik mijn driehonderdste stukje, dat ik speciaal aan alle lezers opdraag, nooit gehaald. Zelfs een vieerel, een vierde, ervan, vijfenzeventig dus,   zou ik nooit gehaald hebben zonder de verpakkingen die ik steeds kies! En die verpakking mag U rustig bij het oude papier deponeren, graag zelfs, als U de rest maar behoudt, want ik schrijf niet voor leeghoofden en leesarmen!Een vieerel, een vierde, een kwart. Een prachtig woord in het Plat. Soms wordt het uitgesproken als 'verrel', ook als 'vierel'. Dat kan verwarring geven met 'veiltje' of 'dweiltje'. Laatst vertelde een mevrouw mij dat haar moeder een appel in 'veiltjes' sneed. Wat dat toch waren? Ik heb haar gezegd dat moeder kwarten bedoelde. Maar ik weet niet of zij mij geloofde, want haar moeder sneed een grote appel ook wel in acht partjes. "En zei Uw moeder dan ook ver'ltjes?" vroeg ik. Dat wist ze zich niet te herinneren.Mijn eigen moeder zie ik weer zitten, bezig een appel in vieerels te snijden. Ze 'schelde' de appel eerst. Ze probeerde de 'schelle' in een rondgaande schilhandeling als een slang van de 'goldrenette' te krijgen. Ze pakte een aardappel, sneed die half door, zette een breinaald in de halve bol, drukte het uiteinde van de schilslang voorzichtig op de punt van de breinaald, zette het geheel op een onderzetter op de kolenhaard, liet de slang om de breinaald als een 'roetsjbaan' hangen, en zie, de slang gedroeg zich als een levende en begon om de breinaald te draaien. Wij, haar kinderen, genoten. Moeder sneed de appel in vier partjes, vieerels, wipte de resten van de 'kreus' uit de vieereltjes. Ieder van ons kreeg een partje. Zij herhaalde dat ceremonieel met nog een 'renette'. En wij en Moeder aten  de eerste twee appels in vieerels op. Dan ging zij verder voor de appelmoes.In veel Nedersaksische woordenboeken komt 'vieerel' voor. Ik kan iedereen  aanraden zich eens wat van die boeken aan te schaffen. Van de bijna driehonderd woorden die ik over Twello en Terwolde bij U thuis gebracht heb, zult U er vele vinden. Hebt U mijn stukjes soms uitgeknipt en bewaard, dan kunt U daarop vermelden in welk dialectwoordenboek U dat woord mede gevonden hebt. Op zich is dat natuurlijk een aardige bezigheid. U kunt mij op deze wijze controleren op mijn omwegen door Nedersaksen. In een bepaald woordenboek, U zoekt zelf maar uit waar, zult U aangaande vieerel vinden: 'k Krege van mien grootmoder met niejöör altied een vieerel Dèventer kruudkoke. Oaver Twello nöör Terwolde? Dat is de weg op vief vieerels = Dat is een omweg. 't Nuchtere vieereljöör is veurbie = Wordt gezegd van een baby die drie maanden is geworden.' Duidelijker kan een boek niet spreken. Want dat wil zo'n boek en dat wil ik, spreken in en over de taal, over levende taal. En als U mij vraagt, waarom ik mijn driehonderd artikeltjes niet in vier vieerels uitgeef, zeg ik: "Als U ze allemaal uitknipt, hebt U al vier boekjes tekst". Geef ze de naam 'Vier Vieerels Vertaald'.