Verlakschouwen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 18 juni 2009
"Echt waar, er zijn meer Nedersaksische woorden die ik niet ken dan die ik wel ken. U moet rekenen dat ik mijn hele leven in het Sallandse deel van het Sassische land gewoond heb. Wanneer kom ik, behalve door mijn studie, nu in aanraking met de Twentse dialecten, met de Drentse, met de Achterhoekse? U weet van het Twents gegarandeerd meer dan ik. Mijn wetenschap lijkt groter, omdat ik in de geschiedenis van het Saksisch gedoken ben. In de diepte gekeken hebt U misschien gelijk. Maar ook daar heb ik nooit werkelijk de grond, de bodem, bereikt. Meneer Groothuis, belt U me alstublieft op, wanneer U een Plat woord tegenkomt. De meeste woorden worden  me van buiten aangereikt. Eerlijk waar, ik kende het Twentse woord 'verlakschouwen' niet; ik heb het zelfs nog nooit gehoord. Door U ken ik het nu. Natuurlijk kan ik U onmiddellijk vertellen wat het zou moeten betekenen, zeker na Uw opmerking: "Ik zal oe een veurbeeld geven. Ik wil dat peerd neet verlakschouwen, möör het zut der mien te mooi uut". Degene die dat zegt, wil de waarde van het paard niet te gering achten, maar hij wil niet door het uiterlijk 'verlakt' worden. Ik beloave oe, heer Grotenhuus, da'k metene verlakschouwen in het  Twentse woordenbook van Mr. K.D. Schönfeld Wichers goa opzeuken onder 'geringachten' of 'geringschatten' en dan bel ik oe weer." "A'j dat doon wilt!" "Graag".Ik leg op. Dan besef ik pas dat ik net plotseling van Standaard in Plat overgegaan ben. Zo vertrouwd is Groothuis me in dit gesprek geworden. Ik blijf echter bij wat ik gezegd heb. Hoogstens ben ik bij sommige zaken Eenoog in het land der blinden, maar mijn woordenschat van het Nedersaksisch is zeer gering.Dan ga ik naar boven. Ik pak Schönfeld Wichers. Op bladzijde 208, links boven, vind ik: "Geringachten, ww, geringe achn ... ; neet hoge ansloan ... , velakskouwn, veurbiejgoan an. Hij wou op de terugreis nog met alle geweld Parijs aandoen en mijn bezwaar dat we er 't geld niet voor hadden, achtte hij gering: op de terugraejze wol hee nog met krach en geweald in  Paries der oet en min bezwoar da'w der de seantn neet vuur hadn velakskouwn e heelndal. - Behalve 't loon heb ik nog vrij wonen, dat moet je ook niet geringachten: Behalvn 't loon he'k vriej wonn, dat mu'j ook neet ... velakskouwn ... ."Ik neem het boek mee naar de woonkamer. Mijn vrouw heeft het vorige telefoongesprek meegeluisterd; zij heeft recht op het vervolg. Ik heb de heer Groothuis meteen aan de lijn. Ik geef hem mijn bevindingen door. Hij vindt het fijn dat ik hem zo snel terugbel. "Dat is logisch", zeg ik. Verder vertel ik hem dat ik een stukje aan 'verlakschouwen' wijden zal, want de samenstelling uit de stam van verlakken en het werkwoord schouwen behoeft wat toelichting, vind ik.Na ons gesprek maak ik daar wat aantekeningen over: verlak - stam van verlakken - grondwoord lak of lik; lik is gevangenis of strik of Hoogduits Loch (gat). Verlakken is in de val lokken of verstrikken. Schouwen - kijken - Oudsaksisch skawon - Latijn cavere, dat is waken voor. Iemand die verlakschouwt, doet dat bewust volgens de letterlijke betekenis. Hij wil ervoor waken in de val te lopen of erin gelokt te worden. Vandaar dat dit woord in de handel, met name de paardenhandel, veel werd gebruikt. Bedrog kwam in die handel vroeger heel veel voor. In de beestenhandel, koehandel zegt het, "wördt ook völle elakschouwd, verlakschouwd, gelakschouwd. Natuurlijk is dat zo." Dat zei me een ingewijde. Of in verlakschouwen ook de eerste winst ligt, waag ik te betwijfelen. Enfin, mijn winst gaat naar de taalliefhebbers.