Veile

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 18 juni 2009
Als de nieuwe wijnen verschijnen, word ik weer met vragen bestookt. "Dit is een ... . Moet je ook eens proeven". "Heb jij deze al eens geprobeerd?" En ga zo maar door. Langzamerhand ben ik eraan gewend te antwoorden: "Ik ben mijn hele leven al geheelonthouder, naar het voorbeeld van mijn moeder en mijn grootmoeder. Bij mijn ontslag uit het sanatorium te Hellendoorn, nu meer dan een halve eeuw geleden, heeft dokter H. Vos mij uitdrukkelijk het gebruik van alcohol verboden. Bied mij dus geen wijn of andere drank aan!"Aan het voorgaande moest ik denken, toen wij door Annie opgebeld werden. Annie is der ene van Noordkamp uut Hengforden. Vijftig jaar geleden zat zij bij mij in de klas op de school daar. In de oorlog haalden we bij haar ouders, die aan de wetering achter huize 'Martha' hun boerenbedrijf hadden, aardappels. Ik was niet thuis toen ze belde, maar ik belde haar later terug. "Ik wol oe is wat vroagen. Van mien moder heb ik het woord 'veile' vrogger eheurd. As ik het gebruke, word ik welis een beetjen vremd anekeken, Want hier kent ze dat, denk ik, neet. Had mien moder het mis? Ik wone in Terwolde".Annie vertelt nog, dat haar moeder een Heetense was. Ik denk meteen aan de elfde van de elfde, carnaval, dweilorkesten, mensen die als natte vloerdoeken en zwabbers over de straat dweilen en aan mijn, onze, geheelonthoudersschap, want mijn vrouw gebruikt ook geen druppel alcohol. Maar daar begin ik met Annie niet over. Ik vertel haar dat haar moeder gelijk had, en dat zij dus een goed dialectwoord voor 'dweil' gebruikt. "Ik zal in het volgende stuksken dat ik schrieve de veile behandelen, want door is best wat oaver te zeggen". Dan praten we nog wat over haar familie, geen dweilers, integendeel.In de zestiende eeuw is de schrijfwijze 'dweil' waarschijnlijk voor het eerst gebruikt. Daarvoor niet. Men komt het in overgebleven teksten uit die tijd niet tegen. Het woord moet, zegt men, te maken hebben met een oude stam van het werkwoord 'wassen'. Daaruit zou in het Middelnederlands een werkwoord voor wassen ontstaan zijn: dwagen. Die theorie lijkt mij niet onwaarschijnlijk. Het dialectische 'veile' zou dan niet uit 'dweile' afkomstig hoeven te zijn, maar uit 'wagen' in plaats van 'dwagen'. Het kan ook heel anders liggen. "Haal iej de dweile is uut de schure", wordt een kind gevraagd. Het kind denkt, denken doen kinderen veel op taalgebied, dat er gezegd wordt "de deveile". Niet een enkel kind denkt dat! Kinderdenken gaat volgens bepaalde wetten. "De veile?" vraagt het kind nog. "Ja, dweile", wordt er geantwoord. Zo kan 'veile' geboren zijn.Ik heb trouwens nooit gehoord dat er veilorkesten zijn en dat men gaat veilen. Maar dat doet er niet toe, ik doe daar toch niet aan mee. Een mens moet daarvoor gebouwd zijn; dat ben ik niet. Ik houd meer van het sinterklaasfeest. Ik denk daaraan, omdat Annie met mij in Hengforden nog sinterklaas gevierd heeft, en met al die andere kinderen daar. Veel 'dweilers' zullen daar niet uit voortgekomen zijn. Hun ouders vierden geen carnaval, en ik heb nooit een van hen over de straat zien dweilen of zwabberen. Het woord veile heeft trouwens een heel groot verspreidingsgebied in Nedersaksen. In Salland, Twente en de Achterhoek kom ik het als 'vloerdoek' nog regelmatig in het spraakgebruik tegen, hoewel ik het idee heb dat huismannen en huisvrouwen steeds minder de vloeren dweilen of zwabberen. Maar ik kan het mis hebben. Mijn vrouw hanteert nog regelmatig de 'veile', terwijl ik aan het stofzuigen ben. Bij het dweilen is geen orkest te horen.