Uutpluzen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 juni 2009
Kollumskoate of Colmschate, de spelling maakt niet alleen het verschil uit voor de Nedersaksische of Nederlandse uitspraak, zie ik. Ik schrijf de woorden op tijdens mijn gesprek met Jan, die in het Nedersaksisch "op Kollumskoate" woont en in het Nederlands "in Colmschate". Leuke dingen zijn dat. Aan Kollumskoate zie je dat het de koate of kate van Kollo is, waar het dorp naar genoemd is, zoals Bathmen of Battum toont dat dat het heim of heem van Bato was. Een heem was een groter bezit dan een kate. Het laatste was maar een klein boerenbedoeninkje, terwijl een heem een grote boerderij, vaak herenhuis, met andere bouwsels omvatte. Je woonde op een boerderij of kate, maar in een heem of heim. Dat alles schiet me te binnen, als ik Jan aan de telefoon krijg. Ik heb dit namelijk al eens uitgeplozen voor een artikeltje. Zodoende."Ik heb der ene esproak'n", zegt Jan, en hij praat plotseling datzelfde mooie dialect dat degeen spreekt die hij gesproken heeft, "en dee hef mien evroagd, wöö'j toch altied dee stukskes en dee woord'n vort haalt. Hee wil weet'n hoe-o'j dat uutpluust, denk ik." "Dat was zeker Ee van der Wee", antwoord ik, want ik weet anders niemand die zo praat. "Hoe roa'j 't zo!" zegt Jan. Dan vertelt hij dat hij Ee heeft gezegd dat de meeste woorden mij door mijn lezers aangereikt worden. Hij heeft Ee de raad gegeven ook maar eens een woord aan te geven. "Dan weet ik een hele mooien", had Ee gezegd, "'uutpluuuz'n". Jan spreekt de tweede -uu- extra lang uit; hij rekt hem op. Hij vertelt me ook nog dat Ee denkt dat het woord uit het Frans komt.Daar zit ik dan als Jan opgehangen heeft. Het is vandaag maandag, de dag waarop ik ervoor ga zitten. "Uutpluzen", denk ik schrijvend, "ik moet het maar precies zo doen als ik het anders doe. Eerst uit mezelf de haren of pluizen trekken!" Het is namelijk heel fijn dat ik een goede taalopleiding gehad heb, waarbij ik allerlei zaken heb moeten uit-pluizen en uit-plussen, fijntjes bij korte haartjes of Italiaanse 'peluzzo's' beginnen uit te zoeken, en gaaf en niet 'roezend' of schattend uit te rekenen. Ik weet nog mijn ontdekking van een heel fijn detail: 'hee plus uut' naast 'hij plust uit'. 'Plus' naast 'plust'. Ik pluze uut, iej pluust uut, hee plus uut. Ik plus uit, jij plust uit, hij plust uit. "Kiek Ee, dat is noe uutpluzen. Dat is mien werk, as iej mien möör dinger angeeft dee nog lèèft bie oe en anderen!" denk ik. Maar Ee heeft gelijk, als hij zegt, dat er verwantschap is met het Frans. Ik heb nog eens geleerd dat 'pluche' een zware stof is, die uit heel veel draden bestaat. En komt 'pluis' niet van een Oudfrans woord? Ik grijp mijn etymologisch woordenboek uit de kast, bladzijde 582; een pluis is een vlokje, het Oudfranse 'pelucher' betekent hetzelfde.Nu ook maar kijken wat Van Dale over 'pluizen' en 'plussen' geeft. Ere wie ere toekomt, Van Dale zet bij 'uitplussen' heel netjes dat het ook uitrekenen betekent. "He'k 't noe genog uut-epluusd of uut-eploazen?" denk ik. Neen. Is uutpluzen sterk of zwak? Is uitpluizen sterk of zwak? Ik raadpleeg het laatste Groene Boekje. Uit-plui-zen, ploos uit, plo-zen uit, uit-ge-plo-zen. In het Nederlands moet ik sterk uitpluizen. Ik weet dat ik in het Nedersaksisch sterk en zwak mag 'uutpluuz'n', zelfs 'oetploez'n'.Ik hoop dat Ee bevredigd zijn zal door het antwoord dat ik hem op zijn vragen in de krant, het zal dus gedrukt staan, geef. De Nedersaks geeft mij zijn taal aan. Ik heb daar veel in gegrasduind en doe dat dagelijks nog. Mijn bevindingen mag ik aan iedereen, die lezen kan, doorgeven. Het gras raakt nooit op. Het gevolg is dat ik dikwijls maar rustig op één plekje één taalsprietje pak om dat een beetje uit te pluizen. Ik vind dat fijn.