Ummetrekken

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 juni 2009

 

 Mijmeren op de bank. Zo heet dat, geloof ik, wat ik nu doe. Liggen, door het achterraam kijken naar de groene hulst vlakbij, de groene naaldreuzen veraf, de kale notenboom rechts. Het oude jaar zijn wijbeiden, mijn vrouw en ik, feestelijk uitgegaan, het nieuwe jaar gaan wij kaal binnen. Mijmerend, in het Latijn memor, denk aan, ook aanwezig in memento mori, gedenk te sterven. Ik gedenk de gewezen feesten als sinterklaas en kerstfeest en het feest van Harm Smeenge, de Drentse vereniging zoals die zich in Deventer manifesteert. Ik zie ons weer zitten op die vrijdagavond in onze feestelijke kledij, in de schouwburg, genietend van het blijspel dat zich rondom 'de aolde smederieje' afspeelt. Al die mooie Platte uitdrukkingen, die we in onze Nedersaksische dialecten nog steeds gebruiken. Geen wonder dat de hele zaal genoot van dat spelen. Een van de woorden bleef in mijn geheugen hangen. De pensionhoudster zegt tegen haar man: "Goat oe toch is ummetrekken!" Ummetrekken blijft hangen, want het komt in dit stuk nog minstens één keer voor. Ik zie de man zijn kleren uittrekken, nu, terwijl ik op de bank lig, en andere kleren aantrekken. En plotseling schiet me een Twentse uitdrukking te binnen: Ik zal mien is aandersumme antrekken, of ook wel: Ik zal mien is aanders antrekken. En als de Twent naar bed gaat: Ik zal mien eerst is oettrekken.En dan denk ik ineens aan dat nieuwjaarsfeestje met de Dialektkringe Salland en Oost-Veluwe in de Fermerie in Deventer met Arie. Allemaal waren we feestelijk 'an-etrokken'. Arie deed een taalquiz met ons. Wat wisten wij weinig uitdrukkingen en woorden weer te geven, terwijl we toch vaak meerkeuzevragen hadden. Zulke woorden als antrekken, ummetrekken, oet- of uuttrekken zouden een aantal mensen in de betekenis van aan-, om-, uitkleden zeker niet kennen. Arie had die woorden toevallig niet in zijn quiz gestopt. Maar zijn dialectwoorden waren wel Sallandse woorden. Wat een feest, die bijeenkomst, denk ik.Feitelijk moest men Arie uitnodigen bij het verjaringsfeest van Koningin Beatrix, dat zij voor haar vorstelijke vrienden gaat geven. Dan konden die mensen ook nog eens lachen om hun gebrek aan algemene taalkennis. Ik zie het voor me. Arie heeft zich 's middags, smiddes, ummetrokken, en hij komt aan het paleis. Bij het hek staat een marechaussee. "Wachtwoord", zegt die man, die er als een vogelverschrikker uitziet. "Schieuw, goat is an de kante", zegt Arie. De wachter, die niet weet dat in onze taal een vogelverschrikker een schieuw heet, roept: "Fout!" "Koningin ....." De rest kan Arie niet zeggen, dat is namelijk  ".... Beatrix verwacht mij".  Koningin blijkt het wachtwoord te zijn. Arie mag naar binnen. Als hij in de feestzaal komt, wordt hij allerhartelijkst ontvangen. De koningin treedt hem glimlachend tegemoet. "Wat ziet U er feestelijk uit!" roept zij. "En nu moet U Plat met mij praten", zegt de vorstin, "want dat vind ik mooi". Arie is als schoolmeester aan de moeilijkste klusjes gewend geraakt. En hij zegt: "Majesteit, ik heb' veur Mevrouw der verjoordag mien extra mooi an-etrokken, umdat Mevrouw noe zes kruussies achter de rugge hef; ik zegge mar neet hoe old of Mevrouw is eworden!""U durft", antwoordt de 'Koniginne'. "Neen, ik bedoel niet aangaande mijn leeftijd, maar het feit dat U zich niet schaamt voor Uw moedertaal ... . Maar kom, ik moet U nog aan mijn andere gasten voorstellen".Dan sta ik lachend op van de bank. "Ik ga schrijven over ummetrekken", zeg ik. "Dat is verkleden". "Is dat wel zo?" vraagt mijn vrouw. "Dat heb ik nog nooit gehoord". Zie wel!