Tuurhamer.

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 juni 2009
"Dee van Dèèmter zeie' vrogger, dat een keerl dee rood van helligheid werd, een kop as een tuunhamer kreeg. Door zit twee lellijke fouten in dee uutdrukking: een hane zit op d'n tuun, en neet een hamer. Dee hane hef een rooie kop. Butendät is het 'tuur' en gin 'tuun'".Als ik hem een beetje bedenkelijk aankijk, begint de man te twijfelen. "Of he'k dat fout gedach' ?" zegt hij.We staan met z'n tweeën naar een geit te kijken, die te turen staat op het zomerdijkje langs de beek; de tuurpaal is stevig in de grond geslagen. Aan de ijzeren haak zit het touw of de tui, waarmee de geit vastzit, als een boef aan een blok, alleen kan ze de tuur niet verplaatsen. De eigenaar zal bij verplaatsing van de geit de tuurpaal uit de grond moeten trekken, en met zijn tuurhamer verderop de paal weer in de aarde moeten slaan. Ik verwonder me erover dat de geit hier staat, want de lente moet nog beginnen en van afgrazen van mals gras kan nog geen sprake zijn; dat zie je zo. Hoe leg je trouwens aan iemand uit, dat hij deels gelijk en deels ongelijk heeft, zonder schoolmeester te spelen. Dan denk ik aan een oude kennis, die ik pas nog gesproken heb."Stoa'j te sloape'", vraagt de man naast me. "Nee, ik stonne te denken an dat woord 'tuur'". En ik vertel dat een oude kennis van me tegen me gezegd heeft, dat hij bij het slaan van een paal om zijn boot aan vast te leggen een tuurhamer gebruikt met een vrij korte steel, want dan kun je het paaltje zo gemakkelijk met één hand vasthouden, en met je andere hand de hamer hanteren. Dat is het verschil met een tuun- of tuinhamer; die heeft een lange steel, want je wilt veel palen slaan om een mooie omheining of 'tuun' te maken; bovendien werk je dan niet alleen, omdat dat niet praktisch is. Die kennis is weleens overvallen door een hevig onweer, terwijl hij met zijn boot midden op de IJssel zat. Dan voer hij snel naar de wal. Bij het slaan van zijn tuurpoale, als hij dus om zo te zeggen de voorbereidingen trof om zijn boot te laten turen, dacht hij op een keer zo maar: "Tuur zol welis van Donar, Thor, Tor, Thir, thuner in het Oudfries, kunnen kommen, de Germaanse god, dee met zien 'thunerhammer' smit en zo de donder opwekt". Hij wist dat donderdag, het Engelse thirsday, het Deense torsdag (uitspreken als torsdaai) naar Donar genoemd zijn. Hij kent ook het verschil tussen tuun en tuur. Ik vertel dat ik mijn kennis gezegd heb: "Iej kond'n welis gelieke hebb'n, ieje".De man naast me luistert aandachtig. Hij vraagt of ik zeggen wil dat een haan eerder op de tuin of op het hek dan op een tuurpaal gaat zitten. Ik beaam dat. "Verder is het dudelijk dat een hamer neet met een rooie kop kan goan zitt'n krei'n". Ik knik. Dus "Hee hef een kop as een tuunhamer" en "Hee hef een kop as een tuurhane" bint feitelijk beiden neet juust. Het mot wèze' "Hee hef een kop as een tuunhane". En dat is dat".Dan vraagt de man mij of ik geloof hecht aan de Thor-theorie. Ik schud het hoofd. Ik vertel dat ik denk dat tuur van tuu of tui afkomstig is, zoals we dat nog kennen in tuiken, tuigie(n), touwgie(n), touwtje. Oorspronkelijk heeft het woord dan te maken met een woord dat 'binden' betekent. "Möör hoe'of 't ook is, ik kenne ene Tuur, dee met zien Tuurhamers bie het boksen eerst as een god de tegenstander slöt, en hem dan in de touwen hangen löt, onder het motto 'de name is een teken'."Dan zegt de man, die nog steeds naar 'de geit an 't tuur' kijkt: "Wat dut 't der too? Ik wete wat turen is. En een tuurhamer he'k neet neudig. 'k Hebbe trek". En hij fietst richting Zutphen.