Trankiel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 juni 2009
Die smid in Zutphen, laten we hem Klinkhamer noemen, dat was me een vrolijke Frans. Als jongen mocht ik dikwijls bij hem in de smederieje de kunst van het smeden en klinken komen afkijken, want hij had niets liever gehad dan dat ik in zijn voetsporen getreden was. De knechts, neen, geen knechten, van Klinkhamer stonden hem in zijn vrijmoedige taaluitingen regelmatig bij. Later heb ik pas begrepen dat zij allen 'trankiel' waren, rustig en bedaard en vrijmoedig en sterk van geest. Trankiel pikte ik in die smederij al op, toen ik nog geen twaalf was. Er moesten witgloeiende nagels, "witgleujendige nègels", geklonken worden in de zware hoepel van een vliegwiel, en met de grote tang - in de bek waarvan de eerste nagel geklemd was - liep Klinkhamer zelf van het vuur naar het wiel om de nagel te klinken. En onder die gang met de vooruitgestoken tang: "Hoal diej trankiel, zei de smid an 't wief; toen trok e heur met een tange n'n zeren koezentand!" Ik wist wat het betekende: "Gedraag je manmoedig, zei de smid tegen zijn vrouw; toen trok hij met een tang haar zere kies!" Lang heb ik gedacht, dat trankiel een Nedersaksisch woord was, tot ik op de middelbare school met Frans het woord tegenkwam. Trankiel bleek door een aantal oostelijke dialecten uit het Frans te zijn geleend. Dat moet welhaast in de Napoleontische tijd geweest zijn, toen de Fransen ook het oosten van de republiek bezetten. Ook na die periode werden talrijke Franse constructies overgenomen. Ik denk bijvoorbeeld aan 'akketène'. Een acatène was een fiets die geen ketting had. De op de trappers ontplooide energie ging van een kamwiel over op een kamwiel, waaraan een stang vastzat, die naar het hart van het 'achterrad' liep. Daar werd de draaiende beweging op een vierde kamwiel (kam'rad) overgebracht, dat op zijn beurt de 'fietsepee' (vélocipède) of fiets in beweging zette. Zo barsten ook de Nedersaksische dialecten van al dan niet verbasterde Franse leenwoorden: een zakklöksken is een zakalozie geworden; hij heeft geen fut meer werd hee hef gin ammezuur meer (embouchure); iemand aanbevelen werd der ene anrikkommanderen. En dat zijn dan nog maar een paar woorden, die met een A- beginnen. Wie in zijn eigen dialect het hele alfabet afgaat, komt heel wat familieleden van het Frans tegen. "U vindt dat zeker heel erg", hoor ik U al opmerken. "Nee", zeg ik heel trankiel. Ik vind dat niet erg om drie redenen:Talen beïnvloeden elkaar. Zoals het Frans de dialecten nieuwe woorden gegeven heeft, zo hebben onze dialecten het Frans nieuwe woorden gegeven: boulevard is ontstaan uit bolwerk, mannequin komt uit menneken. En ik ken meer voorbeelden.Ik vind verder dat onze oostelijke dialecten het vermogen tonen die vreemde woorden te versaksen, alleen al door de accentverschillen. Trankiel klinkt me bijvoorbeeld in de oren als de klanken in de smederieje.Tenslotte merk ik op dat het onderwijs in vreemde talen erbij gebaat is, dat klanken en woorden herkend worden, want kennen is herkennen.Terug naar de smederij, want dat trankiele beeld met zijn evenwichtige ritmische kwink-slagen-geluid is nu in veel steden en dorpen verdwenen. "Möör, der bestoat nog smederiejen. Hoefsmeden bint der nog. Trankiel allemoale. Der bint streekeigenaerdigheden, dee blieft. Ene döörvan is oew streektaal. Möör iej merkt wel, dat dee lef." Dit laatste is een citaat uit een lezing, die ik heel lang geleden gehouden heb. Trankiel betekent tevens 'Heb goede moed'. Gebruik het woord om anderen een hart onder de riem te steken, zoals de smid dat zijn vrouw deed.