Tottelig.

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 juni 2009
"Mag ik eerst oew name weten, meneer", zeg ik, "want ik kan oe deur de telefoon nieet zieen". "Dee zeg ik lever niee'",  is het schuchtere antwoord. "Ik bin völs te bange dat diee in de krante kump". Ik deel de stem mee dat ik dan niet verder met meneer praten wil en ik hang op. Even later gaat de bel weer. Het is dezelfde stem, maar nu zit er een naam aan vast. "Ik hadde ook wè' kunnen vroagen, o'j mien name nieet neumen wilt!" roept hij. Dan vertelt de man mij dat hij in maart naar de uitzendingen "Kiek'n wa'j zegt" gekeken heeft. Hij vindt het mooie uitzendingen, maar ... "Jammer, dat ze de geschiedenis van diee woorden en uutdrukkingen nieet deurgeeft, veur zowied ze diee weet. Denk ter umme, wieder niks an te marken, heur!" Ik vraag of hij verwacht dat ik zijn opmerking doorgeef. "Iej zollen er een stuksken oaver schrieven kunnen", zegt de man. "Nem noe totterig ... ". Hij vertelt me dat er enkel gezegd is dat 'totterig' zuinig betekent. Ik zeg dat ik in juli toch niet kan beginnen over dialectuitzendingen uit maart. "Döör hei'j gelieke an", zegt hij. Dan is het even stil."Hei 'j een penne bie de hand en papier?" "Za'k èèm pakken". Even later zeg ik dat hij wat ik zeg onder elkaar moet zetten, zodat hij zien kan wat er gebeurd is in de loop der eeuwen. Iedere keer vraag ik hem of hij het heeft: totterig - tottelig - toddel, "spelling t-o-d-d-l-e, dat is Engels", - tuttel - betuttelen. "Oh, ik ziee het al", roept de man. "Iej zieet nog möör de hellufte". En ik ga verder: tutter, tut, dut, dot, dutte, toeto, "spelling t-u-enkel of dubbele tee-o", en doete. "Het laatste mot espeld worden met heufdletter D-u-t-t-e". Zo, nu weet meneer driekwart.Ik vertel dat Dutte Hoogduits is, en speen betekent, evenals het Oudhoogduitse tuto. Het Nederlandse dutte is eveneens een speen, dot ook. Een dutte of een dut is een zeurkous. Een tutter is een fopspeen, wordt nog gebruikt in een aantal dialecten. Een toddle is een dreumes of een kleuter; spottend worden tuttel en tottel wel voor kleine mensen gebruikt. Die zijn namelijk zo betutteld in hun leven, lichamelijk dan, dat zij klein gebleven zijn. "Aha, a'j een mense te zunig bedeeld, bi'j tottelig, want iej holdt um klein!" jubelt de man. Weer is het stil even."Dat had diee verteller toen nieet allemoale kunnen verklören", hoor ik. Ik antwoord dat de voorlezer van het Sallandse verhaal het misschien niet eens allemaal weet. "En ieje dan?" Ik zeg dat ik de uitzending zo lang geleden gezien heb, dat ik alle gelegenheid gehad heb mijn gedachten erover te laten gaan en de boeken te raadplegen. En dan zeg ik: "Schaft oe de neudige boken an of haalt diee uut de bibliotheek. Zo is 't  bie mien ook allemoale begonnen". Het is al weer stil aan de andere kant van de lijn. "Möör dat is zo duur! Denk nieet dat ik te zunig bin, möör uutleg veur de radio, de tillevisie of in de krante is goedkopeder!" Nu val ik even stil."Iej bint te tottelig veur oezelluf; iej doot oeweigen tekort". Als ik dat gezegd heb, begrijpt de man plotseling helemaal wat 'tottelig zijn' inhoudt, want "Diee meisjes en jonges in Den Haag bint tottelig; diee wilt de kleintjes kort holden. En dee grootgrutter is tottelig, want diee past op  de kleintjes". Beter had ik het niet kunnen zeggen. Dan hangen we beiden op. Het is geen goedkoop gesprek geweest, maar dat hindert niet. Het is niet helemaal voor mijn rekening; bovendien mag ik niet te zuinig zijn met mijn gegevens ten opzichte van belangstellenden. Mijn leermeester, de heer A.P. de Bont, zei altijd: "Je moet je leerlingen niet alles vertellen, hé". En hij had gelijk. Hij gaf ons de gegevens mondjesmaat. Overvoeren deed hij ons niet. Toch was hij niet tottelig of totterig met kennis doorgeven. Integendeel!