Toerejakken.

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 juni 2009
Als we rustig over de autosnelweg van Oberhausen naar Nederland rijden, jakkert ons een auto voorbij die minstens honderd en negentig rijdt. Ali en ik kijken elkaar aan. "Dat mag hier", zeg ik. "Als jij het maar laat", lacht zij. "Zo snel kan ik nooit met de caravan erachter". Dan denk ik aan Hendrik. Die heeft mij al enige tijd geleden opgebeld met de vraag of ik het woord 'toerejakken' kende. Zonder mijn antwoord af te wachten begon hij het antwoord zelf in een razend tempo te geven. Zijn verhaal heb ik dan ook niet precies onthouden, maar het kwam op het volgende neer: Een mevrouw in Zutphen had een zoon. Hendrik kwam vaak bij die familie, ook al omdat die zoon zo prachtig orgel spelen kon. Ik weet niet meer of die jongen een elektronisch orgel, een harmonium, een concertorgel, of wat dan ook bezat; misschien vertelde Hendrik me dat niet eens. In  ieder geval was de vriend van Hendrik zo muzikaal, dat hij op bepaalde momenten  begon te improviseren en daarbij te versnellen, zodat 'törgel' een op hol geslagen lawaaierige oorlogstank leek. Zijn moeder, Mevrouw dus, kon daar niet goed tegen.  Toen de knaap weer eens aan het 'plezierrijden' was op zijn instrument, riep zijn moeder plotseling: "Hol' noe toch is op met dat toerejakken, ik worde der härtstikke gek van!"   Of de jongen stopte met rijden buiten alle regels om, weet ik niet meer. Maar 'toerejakken' zette me wel aan het denken.Een oom van me, hij woonde toevallig ook in Zutphen, kweekte kanaries, zangers. Nog zie ik in zijn woonkamer de kooitjes met jonge vogeltjes naast elkaar staan op een schap langs de muur op ongeveer één-tachtig hoog. Over de eerste kooi, links, hing een doek. Toen ik een keer op bezoek kwam, zei hij: "Moddiejizobletten (Moet jij eens opletten)". Toen trok hij de doek van de kooi; de kanarie, een voorzanger, kwam in het licht en gaf een riedel van geluiden. Toen hij even zweeg, begonnen de jonge vogels hem te volgen. "Zon riedel van geluden neume wie een toer", zei mijn oom. Ik moet daar nu aan denken, terwijl dat snelheidsmonster in de verte verdwijnt. Daar doorheen gaat een ander beeld: In Twente neemt een oude arts afscheid van zijn praktijk. Hij praat over de eerste auto, waarmee hij de omgeving door 'jaagde'. In zijn Twentse Plat is autorijden 'jagen'. Later in het gesprek heeft hij het over 'toeren'. De dokter woont dicht bij de Duitse grens. Hij zegt bijna "jaken", met een stemhebbende kaa.Nog een beeld. Mijn buurjongen zet een 78-toeren-plaat op met nummers van 'The Ramblers'. Toeren zijn ook kringen, leer ik al jong. De 'Tour de France' speelt nu plotseling door mijn hoofd; dat is 'De Ronde van Frankrijk'. "Wat maakt die auto toch een lawaai", zegt mijn vrouw. Ik zie dat mijn snelheid in de 'vierde' tot boven de honderd is opgelopen. "Te veel toeren", antwoord ik, en ik schakel naar 'vijf', laat de snelheid teruglopen tot tachtig.Toeren, muziek maken terwijl je op het orgel rijdt, toeren, met de auto rijden, met een zingende motor. Jagen, jakken, met een motorvoertuig rijden, niet langzaam. Dikwijls wordt het zelfs jakkeren. Toerejakken op je muziek-instrument, improviseren tot de stukken eraf vliegen; joyriden op je eigen instrument. Toerejakken in een auto, al of niet van jezelf, buiten alle regels, zonder rijbewijs ... ! En onwillekeurig neem ik weer wat gas terug. Laat mij maar toeren, voorbeeld zijn voor al die jonge kanaries, die wild langs en over me heen gieren. Ik hoop alleen dat ze me nu geen doek over het hoofd gooien, want dat ben ik en dan zijn wij uitgezongen, uitgemusiceerd. Toerejakken, wat is Plat toch prachtig! Ik zet de radio aan, maar niet op volle toeren.