Toaterd

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 10 juni 2009
Op hetzelfde moment dat ik onze babybox optil om die te verslepen naar beneden, realiseer ik me dat mijn geesteskind Vertaald deze maand, februari 2001, jarig is. Zeven jaar geleden is het geboren te Apeldoorn of te Deventer, dat weet ik niet precies. Als peetvaders traden op de heren Nijland en Molenaar, meen ik, de eerste had mij gevraagd mijn kind op stapel te zetten, de tweede gaf het de naam ‘Vertaald’. Deze telg uit mijn geslacht moest zich immers met vertalen gaan bezig houden en met vertellen dan ook. Het kind kon vrijwel dadelijk in de box liggen en naar buiten kijken de tuin in naar de notenboom, die deze knappe dochter meteen doopte als Germaanse stamboom. Voorwaar een voortreffelijke prestatie van zo’n meisje zo kort na de geboorte. Zo volgden er nog 363 benamingen tot op vandaag, die getuigden van een intelligentie die er niet om loog. Zij leek wel een telg van haar moeder in plaats van haar vader. Want haar vader is maar een toaterd, een sufferd, een domkop, een zeurpiet, een onzinnige babbelaar. De redactieleden van mijn dagblad, Molenaar als chef en Nijland als redacteur, is Vertaald nog steeds dankbaar dat zij haar dialectkunde in 364 weken, 7 maal 52, aan het volk mocht presenteren! Zij is een kind met vele vrienden geworden. Die hebben haar tot haar volwassenheid begeleid, want volwassen is zij met haar 364 weken. Hoe komt dat? Haar is een goede gezondheid gegeven, waardoor zij het dagblad geen week heeft hoeven te verzuimen.“’n Toaterd. Dat is mijn vader. Maar dan heeft hij toch veel eigenschappen. Is hij wat in het Middelnederlands een tatolf genoemd wordt, dan is hij inderdaad een dom mens. In sommige oostelijke dialecten zou hij dan inderdaad een toatolf heten, in andere een toatolf of toaterd en zelfs töterd. De mensen moeten zelf maar uitmaken in welke categorie hij thuishoort van de tateraars die hier nog volgen. Ik mag niet kiezen. Men zou kunnen denken dat ik over mijn vader wil opscheppen. Hij is heel gewoon! Een tater is een babbelaar, in het plat ook wel een töaterd. Een tater is tevens een hoopje vuil; dat komt van het IJslandse tättur. Het betekent tevens geknoei, warboel, rotzooi. Tater is trichofytie. Ringvuur wordt zo in dialecten genoemd; dat is de aardappelziekte die van die nare bruine vlekken veroorzaakt. Een tateraar of töterd is een kwebbelaar. Nou, daar kan mijn vader wat van. Of het dom gepraat is? Daar denken de mensen heel verschillend over. Taterbal of waterpolo speelt mijn vader niet. Wat dat betreft is hij een slechte toaterd! Morsen doet hij veelvuldig, vooral op kleren die pas naar de stomerij geweest zijn. “Neem nu toch een servet!” roept mijn moeder dan. En later: “Zie je wel! Had ik het niet gedacht?”Mijn vader laat de woorden over het scherm tateren, zoals de waterpolospelers de bal over het water. Hup, hup, hup …. , goal! En mijn vader is spraakzaam. Hij is een echt tötervat. Doa hef hee völle uut-edronken! Maar taterwalen doet hij nooit; hij praat nooit krom, zelfs niet als hij teveel gedronken heeft, want hij gebruikt nooit een druppel alcohol.”Tateren is waarschijnlijk door klanknabootsing ontstaan. Toen Vertaald nog in de box zat, ging het voortdurend van ta-ta-a-ta-aaa … . Nu heeft zij andere taalklanken tot haar beschikking. Maar wat zo aardig is? De ontwikkeling van een enkeling is een herhaling van de ontwikkeling van de soort! Enkel het tempo is duizenden malen zo snel. Als dus gevraagd woord naar de oorsprong van een woord, kan het antwoord altijd luiden: “Dit woord is ontstaan uit klanknabootsing”. Ja, en dat is nou getööt. Dat is het antwoord van een toaterd!