Tjeu

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 10 juni 2009

De mevrouw die me belt, maakt zich niet bekend. "Meneer, ik bel U namens het onderzoeksbureau 'Onverstaanbare Naam'. Mag ik U een aantal vragen stellen?" Anders reageer ik altijd met hetzelfde antwoord: "Mevrouw, als U mij wat vragen wilt, moet U netjes bij mij aan huis komen, op de bel drukken, en als ik thuis ben, verschijn ik bij de deur. Of  U er dan in komt en gelegenheid krijgt Uw vragen te stellen, beslis ik dan. Tot Ziens". Ik zeg dat allemaal uiterst afgemeten en beleefd, waarna ik de hoorn op het toestel leg. In een flits besluit ik nu eens anders te handelen. "Gaat Uw gang, mevrouw, ik luister". "Bent U jonger dan zeventig jaar?" vraagt zij. "Nee mevrouw", zeg ik. "O, dan heb ik U niets meer te vragen; doei!" 'Doei' roept ze heel vriendelijk.Een paar dagen later heb ik een afspraak met een Duitse kennis. We hebben een heel gezellig onderhoud over het Nedersaksisch aan weerszijden van 'n poal, de grens. Ik weet iets van dat Platt, want van een goede kennis uit Deventer heb ik 'Göschichten unn Dönkes' vann Unkel Fritz te lezen gekregen. En in die geschiedenissen en deuntjes van Oom Fritz heb ik gezien hoe dicht de dialecten van over de grens bij de onze staan in uitspraak. Enkel de spelling verschilt nogal. Daar moeten we eens wat aan doen. Als we als goede vrienden afscheid van elkaar nemen, zegt de Duitser "Tjuus". Het klinkt luchtig en vriendelijk.De schrijver die ik enige tijd later ontmoet, die graag boven zichzelf uit mag stijgen in woord, geschrift en houding, leest mij min of meer, meer dan min, de les over mijn onbeholpen taalgebruik als ik in het dialect schrijf. Hij praat over mijn dubbele ontkenningen, nooit geen en zo, mijn versmeltingen, metzonder en andere, mijn tangconstructies, 'ik zeie tegen 'm dat e zien mond mos' holden, zei ik'. Ik geef mijn reacties erop; hij heeft weinig wisselgeld. Bij ons afscheid zegt hij, mij de hand gevend "Adieu amice". Mijn groet is "Tjeu".Bij tijd en wijle spreek ik een pastor. Automatisch pas ik mijn taal aan bij de zijne. Hij spreekt als een dominee. Ieder fragment klinkt als een dagsluiting. En het hele gesprek wordt ook als zodanig beëindigd. "Gode Bevolen", zegt hij bij het heengaan. "Ook zo", antwoord ik. Het klinkt uit beider mond als een zegen. En dat is het ook. En dat is de oorsprong van al deze groeten: zij willen dat degeen van wie wij afscheid nemen gezegend huiswaarts keren zal. Die zegen geven we mee.Doei, Tjuus, Tjeu, à Dieu, zij betekenen alle Aan God. Aan God is synoniem met Gode bevolen. Adieu is verbasterd, ver'bastaard' in vele dialecten tot woorden die alle kracht verloren hebben. Zelf realiseer ik me ook dikwijls niet, dat mijn 'Tjeu' een inhoud heeft, en geen loos stopwoord is. Juist in deze tijd met zijn vele gevaren in het verkeer, met zijn aanrandingen, zijn berovingen, vind ik het belangrijk dat we in onze afscheidsgroet laten weten dat het lang niet zeker is dat we elkaar ooit weer zien.Het Franse adieu heeft als zeer goede vertaling in het Nederlands 'Vaarwel' of 'Het ga je goed' of in het Nedersaksisch 'Goodgoan'. Doei en tjuus en tjeu zijn feitelijk niets! Ik wil zelf proberen bij het afscheid nemen na een avondje, een vergadering, een wedstrijd, beter stil te staan bij het daarop volgende weerzien, eventueel. Dat zal moeilijk worden! Maar ik ken mensen, die dat lukt. Ik denk aan die pastor met zijn 'Gode bevolen'. 'Ik hoop je spoedig in gezondheid weer te zien', is in een aantal gevallen een goede wens. Hendrik, Riet, Dick, Jan, Gerard, Renate, Ali, ik ken helaas alle namen van mijn lezers niet, Goodgoan. Tot ziens. Tjeu!