Teumig

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 10 juni 2009
Voor het gemeentehuis staat een echte, ouderwetse trouwkoets. Twee pikzwarte  Friese paarden staan ervoor. Ik word zo in beslag genomen door die paarden, dat ik niet eens zie hoe de bruid gekleed is, als ze uit de koets stapt. Ik zie enkel maar die paarden. Ze staan heel stil. Er is geen enkel beweeg in hun benen, niet in hun staarten, niet in hun manen; slechts hun monden malen. Verder staan ze stil, en al zit ook de koetsier stil op de bok, je voelt dat hij deze edele dieren volledig in toom heeft. Zelfs het kleine bruidsjonkertje, dat aan de aandacht van zijn moeder ontsnapt is, kan de paarden met zijn kunsten niet uit hun evenwichtige rust brengen.Dan ineens zie ik dat beeld weer uit de oorlog, dat ik als volgt beschreef: 'De koelwagen stond op het stationsemplacement. Een slepperskärre met twee geduldige peerden derveur stond in de rulle sneeuw te wachten tut de lössers kwammen. De damp uut de neuzegaten van de brunen steeg in de helderblauwe lucht. De voerman op de bok had een jute zak um de benen eslagen tegen de kolde. Achter een grote sneeuwhoop laggen dree kleine jonges te loeren nöör dit tafereel. Ze lieten zich neet zeen, want ze laggen op verboajen terrein. Ze zaggen blauw van de kolde en rood van opwinding, umdat het strakjes gebeuren ging'.Die jongens lagen daar te wachten om in hun honger halve varkens van de sleperskar te gaan stelen. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om de rust van die paarden, in beide taferelen. In beide schilderingen staan ze volkomen stil, rustig en bedaard. Mensen in mijn omgeving hebben mij vaak verweten, dat ik zo laat in actie kom, dat ik, om met een Achterhoeks woord te spreken, zo 'teumig sta te kijken'. Dat bedoelen zij wat negatief: "Doe eens wat, je doet niks". En als ik dat hoor, zie ik die beide taferelen van een bruidskoets en een sleperskar voor me. De actie moet namelijk nog komen. Voorlopig houd ik mijn paarden 'in toom'. Maar zie die paardemonden eens! Ze malen langzaam heen en weer. Dat is voor mij het symbool, dat er in mijn hoofd zich van alles afspeelt. Ik doe niet niks. Ik houd mijzelf in toom, om straks weloverwogen te werk te kunnen gaan.Dat is de andere kant van 'teumig' of letterlijk vertaald 'tomig'. Iemand die teumig is, beteugelt zichzelf; zij of hij houdt zich in toom. Daar is meestal niets negatiefs aan, integendeel. Met teumigheid is al veel leed voorkomen. Toegegeven, er is een Nedersaksisch gezegde, dat zegt: 'Ne vrouwehand en ne peerdetand bunt nooit teumig'. Dat is een juiste constatering, maar zeg niet: "Ne vrouwehand en ne peerdetand meugt nooit teumig wèzen." Dat kan natuurlijk niet.Teumig komt uit het Middelnederlandse tome of toom. In het Westnederfrankisch is dat al bekend als 'tom', dat als toom uitgesproken werd. Het woord betekent teugel. In het Oudhoogduits luidt het 'zoum', in het Oudfries 'tam' (taam). Het Oudengelse 'team' is een 'span ossen'. Hoogstwaarschijnlijk is 'toom' afkomstig van 'tijgen', dat trekken betekent. In het Oudsaksisch komen we 'tiohan' tegen, wat eveneens trekken is. Wie teumig is, trekt er op dat moment niet hard aan. Misschien wil de teumige persoon wel, maar iets houdt hem tegen.Dit alles wist ik nog niet, toen ik als kleine jongen zat te klosjebreien aan "mien peerdeteum" of mien "peerdetoom". Als die klaar was, spande ik het paard, een jonger broertje, in; en daar ging het heen.Het bruidspaar komt al bijna weer het gemeentehuis uit. 'Ik stoa nog teumig te kieken'.