Tessel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 08 juni 2009

Wol kaarden. Met de kaarde of kaard. Eigenlijk gebeurde dat op de oude manier met een ‘distel’. Kaarde komt immers van het Latijnse ‘carduus’, wat distel betekent. De antieke kaarde bestaat uit een ijzeren blok met scherpe ijzeren punten. De ruwe wol werd erover gehaald om geteesd te worden, in het dialect getiesd, uitgeplozen, uit elkaar getrokken. Tezen bestaat tevens in het Engels. To tease is wol kaarden maar ook kwellen. Inderdaad, als ruwe wol gekaard worden over scherpe punten moet dat een kwelling zijn! In het Nederlands is tezen ook kwellen of plagen. En hoe kun je dat het beste doen? Door bijvoorbeeld te treuzelen, vies te zijn van alles wat je aangeboden wordt, ja, door ‘viespeukerig’ te doen. Daar denk ik de laatste tijd aan, als ik schapen zie, in de wei en op de hei. En wie is daar schuld aan? De dialectconsulente van de “IJsselacademie” te Kampen.

 

Ik rijd naar ‘Boskamp’, voor mij vroeger ‘De Boskamp’, vroeger is 1950, toen ik nog schoolmeester in Olst was. Ik ga daar vertellend voorlezen in het Nedersaksisch. Een beetje ervaring heb ik daarmee; daarom mag ik dat doen van Hanneke, de consulente. Zij komt ook. Ik weet nauwkeurig de weg. In de jaren vijftig organiseerden mijn collega uit Wesepe en ik daar al de schoolsportdagen voor de lagere scholen in de gemeente Olst, dus die van Olst, Den Nul, Welsum, De Boskamp en Wesepe… en mijn school, Hengforden.

Het wordt een prachtige dialectmorgen voor mij, om twee redenen: de kinderen van alle groepen van deze basisschool vinden het mooi en mevrouw Van Vilsteren, de consulente,

‘langt’ mij een nieuw woord. Ik denk nu aan ‘langt’ door mijnheer Harmsen, die mij een krantenknipsel gaf over taalgebruik in Suriname, waarin staat dat het Surinaamse Nederlands nog actief gebruik maakt van het woord ‘langen’ wanneer ‘aanreiken’ bedoeld wordt. Zoiets vind ik prachtig!

“Ken iej ‘tezzel’?” vraagt Hanneke mij in de pauze. Ik moet de vraag gelukkig ontkennend beantwoorden. Gelukkig, want dat leidt mij weer op het pad van onderzoek, van snuffelen in alle taalhoeken en –gaten. “Dat betekent kieskeurig”, zegt Hanneke. Ze vertelt dat ze denkt dat het Weststellingwerfs is. Ik neem het woord dankbaar mee de volgende klassen in en onder het vertellen blijft het nawerken in de onderste laag van mijn brein.

 

Ik gun me bij thuiskomst nauwelijks tijd te eten en mijn vrouw te vertellen over de schitterende morgen die ik op ‘De Boskamp’, ik kan het niet laten, gehad heb. Ik ga na het eten meteen aan de slag. En ik ontdek eerst bij Van Dale ‘tezen’. En in het boek waar ik eigenlijk niet zoveel plezier van had tot nu, vind ik ‘tessel’: kies, viesneuzig (vel.). Vel. staat hier voor ‘Veluws’. Volgens Prof. Dr. A.A. Weijnen is het een afleiding van het Groningse tezen of tiezen, wat onder andere uit elkaar plukken betekent. En zo kom ik achter veel meer dingen betrokken bij het ‘kaarden’. En tijdens dat snuffelen als een hondje, niet viesneuzig, niet tessel ruikend, denk ik: ‘Wat ben ik toch een niet-weet in mijn eigen taal; wat heb ik nog veel te leren; wat fijn dat ik af en toe, nou af en toe … , een sleutel aangereikt krijg, zodat ik weer een deur kan openen. Soms is het een deur naar de woonkamer waar ik dagelijks verblijf, vaak is het een sleutel voor de kelder, waar ik minder vertoef, maar meestal is het naar de zolder waar de spulletjes liggen die vergeten dreigen te worden.

Komt ‘tessel’ uit de woonkamer? Komt het uit de kelder? Komt het van de zolder? Het laatste voor mij, letterlijk en figuurlijk, overdrachtelijk omdat ik het niet kende, letterlijk omdat de zolder de plaats is van waar ik mijn lezers soms op een sinterklaascadeautje mag trakteren. Zo beschouw ik tenminste om deze tijd zo’n mooi woord.

Ik hoop dat de lezer er niet de neus voor optrekt.