TEMEKES

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 08 juni 2009
Eén vriendje had ik als jongen, dat alles uitstelde. Veel voorbeelden herinner me ik daarvan. Als hij thuiskwam van school, moest hij van zijn moeder meteen of zoals ze wel in zijn westelijk dialect zeiden, temet aan zijn huiswerk. Ik hoor zijn moeder nog zeggen: "Dikkie, jij mag nu niet naar buiten gaan, jij gaat temet je huiswerk maken". Ook zijn antwoord hoor ik, hij was geen Plat-prater, maar iets had hij toch van ons overgenomen: "Dat doe ik strakjes wel". Ik verbeeldde me tenminste dat 'strakjes' niet helemaal goed Nederlands was. De jongen rende dan naar buiten en kwam tegen de avondboterham weleens weer thuis. Als ik hem 's zomers, met die fijne lange avonden, kwam halen om aan de IJssel te gaan spelen, hoorde ik: "Dikkie, jij moet eerst de konijnen voeren".   Maar hij zei dat hij dat 'strakjes' wel doen zou. Zijn moeder draaide ervoor op. Hij ging met ons voetballen. Het verwonderde me niets dat hij bij het onderwijs terecht kwam, want uitleggen wat en hoe een ander iets kon doen, wist hij als geen ander. Hij kon goed delegeren, en hij zorgde dat zijn 'bevelen' 'temet' of 'temee' of 'meteen', dadelijk dus, uitgevoerd werden. Hij bleek donders goed het verschil te kennen tussen 'meteen' en 'zo meteen', tussen 'meteen' en 'straks' of 'strakjes'.In mijn Plat duiden we het verschil tussen 'dadelijk' en 'straks' heel fijn aan: metene en temee of tamee. "Dat doo ik tamee wel èven", zei ik tegen mijn vader, als hij mij vroeg de bonen voor Moeder af te halen. Vader trapte daar nooit in: "Nee, dat doo'j drekt (direct, meteen). Ik kenne oew moder, dee hef 't al edoan veur iej weer thuus bint".Aardig vind ik dat we in het Plat dezelfde wijze hebben om de 'wachttijd' te verkorten als in het Nederlands; we gebruiken verkleinende bijwoorden. In het Nederlands kennen we bijvoorbeeld 'zachtjes' naast 'zacht', 'strakjes' naast 'straks'. Die verkleinende woorden klinken niet zo hard. Ze vergulden de pil. Zo wordt in het Deventers 'temee', synoniem van 'straks', tot 'temekes' of 'tamekes', wat staat voor 'strakjes'. In 'tamekes' zit trouwens ook vaak nog iets anders, iets van gezelligheid, iets feestelijks. Als jongen zou ik nooit zeggen: "Tamee goa ik noa de spöltuin van Jan Halle too". Dat werd: "Ik goa tamekes  noa de spöltuin van Jan Halle!" 'Tamekes' deed dat leuke wel heel dichtbij komen.Het 'Woordenboek van het Deventer Dialect' geeft de volgende omschrijvingen van 'temee' en 'temekes': 'tamee', bw., zo meteen, direct; 'tamekes', bw., direct, straks. Ik ben het daar wel mee eens. Het is jammer dat men in zo'n boek de gevoelswaarde van dergelijke woordjes niet kan weergeven. Daarom nog een heel kort verhaal over 'tamekes'. Gebeurtenissen gaan immers dikwijls snel.We zijn voor die hoosbui allemaal het café ingevlucht. Inmiddels is het droog, maar wij wachten nog met naar buiten gaan. Een man wringt zich tussen de tafeltjes en stoelen door: "'k Mot neudig, bestelle tamekes wè' wat!" tegen de ober roepend. Het regent al weer. Wij wachten een minuut of vijf. Dan komt de man het toilet uit, als het weer droog is. Hij loopt snel langs de mensen naar buiten, roept als hij bij de ober is: "Tut tamekes ... !" Stomme verwondering. Daverend gelach.Zo heb ik 'tamekes' beleefd. 'Stel niet uit tot morgen, wat je heden doen kunt' kan ook in verband gebracht worden met 'temee' en 'temekes': "doot 't noe möör, zo temee kan wel neet meer kommen!" of zoals ikzelf eens schreef: "Ook märgen kui'j den Iesselt zeen, möör goat vandage kieken." Dat wil niet zeggen dat een mens alles wat hij wil doen, dadelijk kan ondernemen. Voor alles is een tijd, dus ... tut tamekes.