TEBREKKEN

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 08 juni 2009
Geesteren in de Achterhoek. Daar bewaar ik een mooie geschiedenis aan: een lezing op een ouderavond van de kleuterschool. Dat verhaal heb ik nooit opgeschreven. Nu ik mevrouw Remmelink aan de telefoon gehad heb, doet die gelegenheid zich eindelijk voor. Ik heb haar gebeld, omdat ze mij uit de droom geholpen heeft aangaande het woord 'Goosdag'. Door haar weet ik nu dat iedere woensdag in een aantal dialecten van het Nedersaksisch een 'goosdag' is. "Hoeneer goa'j op pad?" "Ankommende goosdag. Möör meskiens geet dat neet deur, want mien vrouwe hef 't been tebrokken". Kijk, zoiets hoor ik dan een paar dagen later. Het is me al vaker opgevallen dat je bepaalde woorden uit het Plat in tijden niet hoort; en dan plotseling vallen ze zomaar een aantal keren achter elkaar je oor binnen. Dikwijls is de gebruiker ervan dan ook nog heel vriendelijk door je nog enkele woorden aan te reiken, die meestal het bespreken waard zijn. In dit geval 'tebrokken', dat van het Achterhoekse 'tebrekken' komt. Dat woord wordt nog steeds gebruikt. Het woorddeel 'te-' heeft de betekenis 'van elkaar af', 'uiteen', 'stuk'. Het is een woord dat in het Oostmiddelnederlands voorkomt: 'tebreken'. Het heeft altijd nog  zijn betekenisen bewaard: stuk breken, breken van een lichaamsdeel, doorbreken van een gezwel, afbreken, vernielen, inbreuk maken op het een of ander, te niet doen, iemand beroven van zijn geestkracht. Het kan met een lijdend voorwerp gebruikt worden en zonder. Het was en is nog steeds een sterk werkwoord: tebrekken, tebrak, tebrokken.Terug naar de lezing over kinderliteratuur op de ouderavond van de kleuterschool in Geesteren, ik meen in 1971. Ik hield die lezing voornamelijk in het Plat. Kinderliteratuur was als leervak ingevoerd op de opleidingsscholen voor kleuterleidsters. De ouders van de kleuters interesseerden er zich heel erg voor. Na de lezing ontstond er een diepgaand gesprek over de manier waarop men zijn kinderen aan het lezen kan krijgen. Eén mevrouw zei plotseling: "Ik lèze zellef nooit hè ... ". "Stop, iej meugt neet verder!" riep ik heel brutaal, en meteen hield ik mijn hand voor de mond van schrik. De spreekster nam me de interruptie gelukkig niet kwalijk, maar zij ging in op haar eigen opmerking en mijn uitroep: "Mien dochter les graag, möör noe kan ik heur neet veurlichten oaver wat veur dee lèèftied geschikte lèèsstof is. Wat mot ik dööran doon?"Ik zei dat haar dochtertje natuurlijk op school en in de bibliotheek alle informatie over literatuur krijgen kon, maar ik had nog steeds de schrik in de benen over mijn ongepaste opmerking. Ik weet niet meer of ik die mevrouw na afloop mijn verontschuldigingen aangeboden heb, maar nu denk ik: "Zee had mien de benen wel kunnen tebrekken ... ". En ik lach hardop.Tebrekken is direct familie van zerbrechen; dat is Duits en betekent hetzelfde. 'Te-' verschilt in klank ook niet veel van 'zer-' (uitspreken als 'tser-'). Wie een Duits woordenboek opslaat bij zer-treft daar zeer veel woorden mee aan. Zer- betekent in het Duits altijd 'uiteen', 'stuk'; dat komt dus overeen met onze betekenis in het Plat. In het Latijn vinden we voor 'te-' en 'zer-' 'dis-'. Wij kennen dat woorddeel bijvoorbeeld in 'disharmonie'. Brekken is in het Gotisch 'brikan', in het Oudsaksisch 'brecan'. Met 'tebrekken' hebben we een heel oud woord te pakken. Zo, dat is vastgelegd. Mochten de Achterhoekers ooit in hun praten dit woord kwijtraken, dan is het nog op papier en op floppy aanwezig. Maar ik vermoed dat het nog lang gebruikt worden zal, vooral door mensen die zich snel opwinden: "As hee dat nog is dut, dan ... dan ... tebrekke ik 'm beide been'n!" Ook al is dat niet letterlijk gemeend.