TANDENTÄRGERIEJE

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 08 juni 2009
In zeer hoog aanzien stond Tantalus bij zijn vader, de oppergod Zeus. Die bracht met de andere goden dikwijls een bezoek aan zijn zoon in de prachtige koningsburcht, want Tantalus was koning van het rijke Phrygië. Tantalus onthaalde zijn gasten dan aan zijn overvloedige tafel. Tot ... Zeus' zoon zich de woede van zijn vader op de hals haalde. Hij stelde zich namelijk met hem gelijk. Zoals bekend is, bezat Zeus de hele wereld. Hij had niets meer te wensen en hij had alles te schenken. Tantalus echter weigerde zijn vader gunsten te vragen, omdat hij meende ook alles reeds te bezitten; zelfs verraadde hij gesprekken van de godentafel en godengeheimen aan de mensen. Daarmee zette hij zich op de zetel van de oppergod. Tenslotte stelde hij de alwetendheid van de goden op de proef. Hij doodde zijn zoon Pelops in het geheim en diste hem  de goden op. Die weigerden deze afschuwelijke maaltijd. Tantalus werd voor deze daad vreselijk gestraft. Hij werd tot aan zijn hals in een meer gezet, maar hij leed toch dorst; het water, dat om zijn lippen golfde, kon zijn mond niet opnemen. Als hij zijn hoofd boog om een teug te nemen, week het water. Daarbij had Tantalus een kwellende honger. De bomen langs de boorden van het meer bogen hun takken met kostelijke vruchten tot binnen handbereik boven hem, maar als hij een vrucht wilde grijpen, kwam er een windvlaag, waardoor hij net misgreep ... . Zo stond hij eeuwen en eeuwen. Stond hij daar? Neen, hij staat nog steeds in dat meer; wij spreken immers van een tantaluskwelling, als een mens wat hij begeert, noodzakelijke levensbehoeften, in zijn directe omgeving waarneemt, maar het niet 'grijpen' kan.Een smalle straat in de binnenstad in oorlogstijd. Een stelletje opgroeiende kinderen, altijd hongerig en begerig, komt door die zomerse straat. Ik ben er ook bij. Voor een huis zitten in het zomerse zonnetje wat 'tantes', beste mensen overigens. Op een tafeltje staan boterhambordjes, met daarop rooie eerdbèèèzen, met een heel lange èèè ... . De aardbeien lachen de kinderen toe, mij ook. De maagpijniging begint pas goed, als klodders heerlijke slagroom over de aardbeien worden uitgestort. Eén 'tante' ziet de kinderen komen. "Döör komt kinder an", fluistert ze, "wie könt neet delen heur, want dan blif ter niks veur ons oaver". Ik heb een scherp gehoor, en ik vang de fluistering. De pijniging wordt een tantaluskwelling, door wat gezegd is. Toch ben ik niet boos op die 'tantes', want mijn echte tante die erbij is, is een lieve vrouw. Thuis vertel ik de gebeurtenis wel aan Moeder. "Wat een tandentärgerieje!" roept zij. In haar stem klinkt afkeuring.'Tandentärgerieje' leerde ik van mijn moeder, 'tantaluskwelling' van mijnheer Rispens, die mij op de H.B.S. het verhaal, de godensage, over de Griek Tantalos of Tantalus vertelde. Die twee woorden zijn synoniem, weet ik nu al jaren. Toch is 'tergerij' duidelijker dan 'kwelling', omdat het veronderstelt dat iemand het 'doet' en niet iets. Voor mijn gevoel althans. In het Oudengels bestaat 'tiergan', in het Engels 'to tarry'. Tergen is familie van 'teren', dat 'achteruitgaan' of 'vernielen' betekent. Voortdurende tandentergerij vernielt de mens inderdaad. Dat hebben miljoenen mensen op aarde al aan den lijve ondervonden. Ik moet daaraan altijd maar weer denken, als ik aardbeien met slagroom eet. Dan zie ik Moeder weer staan en ik hoor haar roepen: "Wat een tandentärgerieje!" En wat voel ik me dan machteloos. Met eerbied denk ik dan aan de mensen, vooral veel jonge mensen, die metterdaad aan de kwelling van medemensen  een eind willen maken. Tantalos deed zich immers de 'tandentärgerieje' zelf aan. De hongerende mens van nu is een slachtoffer ... .