TAMPER

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 08 juni 2009
Steeds vaker kom ik langs een lege pastorie, of langs een gewezen pastorie, wat bijvoorbeeld een huisartsenpraktijk geworden is. Beelden uit het verleden komen me in de geest, uit de goede oude tijd van voor de Tweede Wereldoorlog, toen de dominee nog een herder en de pastoor nog een heer was. Fietsend door Broekland denk ik aan die heren in hun pastorieën met daarachter dikwijls grote tuinen met boomgaarden, waar in de zomer en de nazomer de heerlijkste voor ons verboden vruchten groeiden. Op onze tijd bezochten we weleens de tuin van de pastorie van de pastoor bij ons in de buurt. Dat bezoek legden we nooit af op klaarlichte dag, maar in de avonduren, als we de avondboterham naar binnen gewerkt hadden. "In het tweeduuster döörnoa wier het zoo geheimzinnig en avontuurlijk buten, en dat neudden tut kattekwoad van ons, dekselse kwoajonges". (In de schemering daarna werd het erg geheimzinnig buiten en dat bracht ons, dekselse kwajongens, tot kattekwaad). Dat schreef ik eens in een verhaal over de jongens uit onze buurt.De pastoor van de Zwolseweg had van die heerlijke, tampere appels in zijn tuin. Neen, je moest ze niet gaan gappen, als ze nog niet rijp waren, want "dee greune appeltjes wazzen zoo zoer as kriet; oew bek trok dervan biemekäre o'j een mummelmundjen kregen van een old mense". ( die onrijpe appeltjes waren heel erg zuur; je bek trok ervan samen tot een mummelmondje als van een oude vrouw ). Neen, tamper werden de appels pas eind september; we voelden wanneer het zover was. Toch gek, dat ik in mei daaraan denken moet, maar ja, ik kom nu langs die pastorie in Broekland.Toen we op een avond over de muur in de tuin klommen, zei een van ons, wie het was, weet ik niet meer, dat hij niet mee durfde en dat hij wel op de loer ging staan. Wij vonden dat geen gek idee en hij bleef achter. Toen we nauwelijks tien passen in de tuin gedaan hadden, riep de achterblijver: "Blief zitten wöör iej zit en verroer oe nit!" Dat was voor ons een teken dat er onraad was. We verstopten ons in de struiken. Het bleef doodstil. Er verstreek een minuut, die een eeuw leek. Toen klonk: "Wee een tamper appeltjen wil, mot hier kommen!" Het onraad was dus niet geweken, maar de kust van terugkeer was veilig. Even later stonden we weer buiten de bongerd, zonder appels. We maakten dat we wegkwamen.Tamper, een woord dat mijns inziens met temperen te maken heeft: het appeltje is niet te zuur, maar getemperd van smaak; het smaakt tamper. Tamper verhoudt zich tot temperen als klam tot klemmen en als een dam tot dempen. De etymologie wil dat tamper afkomstig is van timpe, wat een puntig stuk land is. Dan zou tamper heel prikkelend zuur moeten betekenen, en dat doet het niet. Ik geloof niet in die afleiding. Temperen is matigen en tussen 'zoer' en 'zeute' ligt het gematigde tamper. Iets wat getemperd van smaak is, is in een juiste verhouding gemengd. Ook mengen is temperen. In het Latijn vinden we het als 'temperare', wat afgeleid is van 'tempus'; dat betekent tijd of gelegenheid. Dat klopt aardig met de huidige betekenis van tamper; wanneer men met het plukken van de appels wacht tot de juiste tijd en pas bij die gelegenheid de vruchten plukt, heeft men de grootste kans op een tampere smaak.In de Achterhoek zegt iemand die van tamper houdt dan: "Ik hebb' hier nen appel den lekker tamper smek". "Ik hebbe hier een appel dee lekker tamper smaakt", is Dèventers. En wie helemaal niet van zuur houdt, laat zich ontvallen op de vraag naar de smaak van bepaalde appels: "Zoer bint dee appels we' neet, möör een beetjen tamper  bint ze wel".