Stutte

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

'Ja, pielder kan echt iets te maken hebben met piele. Het is ook van Latijnse afkomst en als pilaar in het Nederlands terecht gekomen. Het merkwaardige is dat een Deventenaar nooit zal praten over "de pielers van de spoorbrugge". In Deventer is zo'n pilaar een 'pijler', net als in Holland. Maar in de Achterhoek is een stut onder een brug heel Nedersaksisch een 'pielder' of 'pieler' gebleven. Zou je in het hele Nedersaksische taalgebied hetzelfde woord voor de steunen onder bruggen willen gebruiken, dan zou gekozen kunnen worden voor 'stutte'. Stutten is immers schragen. In het Oudhoogduits wordt al 'stuzzen' aangetroffen, wat in die taal familie is van 'studen', dat vastmaken betekende. Heel in de verte is stutten ook nog verwant aan sturen. In wezen is een stutte dus een stevige steun, die vastgeklonken is aan een brug en die brug wordt door de steunen in de juiste richting gestuurd.'

Ik kijk naar deze aantekeningen. Voor wie of waarvoor ik ze eens gemaakt heb, weet ik niet meer, maar één ding is zeker: ze komen me vandaag heel goed van pas, want hier heb ik die brief van mevrouw Stenvert uit Amsterdam. Ik wil haar naam noemen, omdat ze een stutte is onder het Nedersaksisch, vind ik. Ik lees haar brief nog eens. Ik moet die verkort weergeven, zie ik:

"Via de heer Woertman uit Empe ontvang ik regelmatig Uw bijdrage uit de krant uit zijn regio.

Het dialect is mij met de paplepel ingegoten, want ik kom uut Dèventer en spreek het dialect nog heel goed; helaas, het schrieven is neet zo best in die taal. Maar ik geniet van elk woord dat U uit gaat leggen. Ben jarenlang lid geweest van de dialectkring. Bovendien heb ik Uw boek 'Een Dèventer Jonge in Oorlogstied' gekregen via mijn achterneef Ron Allard, wiens moeder mijn nicht is. Kom nog regelmatig in Deventer en om nostalgische redenen bezoek ik plekken die me in mijn jeugd veel vreugde hebben bezorgd. We woonden aan de gasfabriek en liepen naar ...(plekken worden genoemd). Vader, een echte Stokvis, had pracht Deventer woorden, die hij haalde uit 'Dèventer vrogger en noe' van Ter Beek.In augustus nog een week in Deventer geweest en met mijn nicht uit Beeckestein rondom Voorst, Gorssel en Lochem zoveel vertrouwde plekjes bezocht, bijvoorbeeld die bakker in Lochem met zijn tekst "weerumme kommen"; Gorssel met Joppelaan, bie Dikkers lekker èten. En 'de vijf schimmels in Voorst', ook zo'n goede pleisterplaats.

Vader zei bijvoorbeeld "köstern"; daar bedoelde hij mee: laat me rustig mijn gang maar gaan, het komt wel dik in orde. En in oktober nog een feestavond bij Korderijnk in Twello, ter ere van de tachtigste verjaardag van neef Zandhuis. Mijn moeder kwam uit Twello, dus ook daar nog familie; we houden de banden wel goed aan.

Gaat U door, wij genieten ervan, mijn zuster, die ook in Amsterdam woont, geniet mee. Met vriendelijke groeten."

Alle plekjes die ze in Deventer bezocht heeft, kan ik helaas niet noemen. Belangrijker is echter dat in deze brief een 'stutte' van het Nedersaksisch aan het woord is, die toont dat haar taal de brug is geweest naar haar latere leven. Ze geeft aan, waarom mensen lid zijn van een dialectkring, zoals de 'Dialektkringe Salland en Oost-Veluwe'. Ook de door haar aangehaalde personen zijn 'stutten', 'pielders', 'pijlers' onder die taal. Boh foi, ik hoef als stukje voor de krant deze keer maar één enkel regeltje zelf te produceren: Dialektkringe, härtstikke gefilseteerd met Oew veertig jörig bestoan, en dat Oew leden net zukke stutten onder de strèèktaal meugt wèzen as Mevrouw Stenvert.