Stofzuigen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

"Meneer, ik zatte op een verjoorsfees'jen en door zei ik da'k zoo druk wazze, da'k 's märgens gin tied ehad had um te stofzoegen. Ik zei het zoo: "Ik heb nee' estofzoegd." Toe' zei mien der ene: "Dat is fout; iej mot zeggen: "Ik heb gin stof ezoagen", want zoegen is een sterk werkwoord: zoegen - zoag - ezoagen." Zeg iej noe is, wat het wèzen mot, meneer."

Toen ik klein was, ik was een jaar of zes, kocht mijn moeder haar eerste stofzuiger. Stofzuigen was toen iets nieuws; het woord 'stofzuigen' was ook een nieuw woord, gevormd uit de bestaande woorden 'stof' en 'zuigen'. Dergelijke nieuwe werkwoorden zijn in het Nederlands altijd zwak, ook al is een van de delen, in dit geval '-zuigen' een sterk werkwoord. Dat zegt de voorschrijvende grammatica van het Nederlands tenminste. Ik houd me daaraan, in dit geval om twee redenen. In de eerste plaats, omdat in een standdaardtaal eenheid toch wel gewenst is in de grammatica; in de tweede plaats, omdat er verschil in opvatting kan bestaan bij 'stofzuigen'. Vergelijk: "Ik heb gestofzuigd" met "Ik heb stof gezogen". Gebruik ik 'zuigen' hier sterk, dan zie ik me zelf staan en mijn mond vol stof zuigen. Zou ik dit alles in het dialect zeggen, dan blijft mijn opvatting dezelfde: "Ik hebbe stof ezoagen". Ik hoef echter in mijn dialect niet te kiezen tussen 'estofzoegd (estofzuugd)' en 'stof ezoagen'. Van mijn moeder heb ik geleerd, hoe het zonder die moeilijkheden kan. Zij zei: "Ik heb niet gezogen" of "Ik hebbe neet ezoagen" en "Ik moet de kamer nog zuigen" of "Ik mot de kamer nog zugen". Zo omzeilde zij het probleem van het zwak gebruiken van een sterk werkwoord. Natuurlijk is "Ik heb nee' estofzoegd" goed, maar dat wil niet zeggen dat ik "Ik heb gin stof ezoagen" afkeur.

Met woorden als 'zandzuigen' - denk aan een zandzuiger bijvoorbeeld die in de IJssel bezig is - en 'zweefvliegen' zitten we in onze oostelijke dialekten met dezelfde problemen. Hier geldt in de standaardtaal dezelfde regel. Dus: "Heb je fijn gezweefvliegd?" "Ja, hier is de hele week gezandzuigd". Natuurlijk zeg ik: "Heb je fijn gevlogen?" en "Ja, dat schip heeft hier de hele week liggen zandzuigen". Maar dat heb ik van mijn moeder geleerd. Mijn moeder zei "stofzuger" en niet "stofzoeger", als ze Deventers sprak. Dat zei zij met een heel lange '-uuuu-'. Later hoorde ik in het grensgebied van de Achterhoek "stofzoeger" met een heel lange '-oee-'. Nu gebruik ikzelf beide vormen wel. Trouwens, de dialectwoorden voor 'stofzuiger' vormen een hoofdstuk apart in het Nedersaksisch. Op mijn verjaardag kreeg ik van een van mijn zoons - hij woont in Lichtenvoorde - de 'Dialektatlas Westmünsterland - Achterhoek - Liemers - Niederrhein' in twee delen cadeau. Het tweede deel bestaat uit dialectkaarten en heet: 'Dialekt à la carte: ...'. Op een van de tientallen kaarten zijn de dialektische vormen van 'stofzuiger' weergegeven, met de streken waar die vormen gebruikt worden. Ik geef ze niet allemaal, maar twee van de tien: 'stofopzuger' en 'huulbessem'. Het laatste woord wordt nog steeds gebruikt in Groesbeek en Kalkar bijvoorbeeld. 'Huulbessem' is een duidelijk voorbeeld van een nieuw woord dat in een streektaal ontstaan is. Het is jammer dat het moeilijk leidt tot het vormen van nog andere woordsoorten, bijvoorbeeld 'huulbessemen': de kamer moet nog gehuulbessemd worden. Heeft het werkwoord zuigen geleid tot het gezegde: je moet me niet zo zitten zuigen, stofzuigen heeft slechts in het dialect een uitdrukking opgeleverd. Bij een jubileum hoorde ik een spreker zeggen: "Helaas hef de veurige sprèker mien vloere èven estofzoegd ... ." Gelukkig heb ik hier niemand het gras voor de voeten weggemaaid. Veel genoegen met de 'huilbezem'.