Stoel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

"Over de 'Oerdiek' naar Lettele fietsen is heerlijk bij mooi weer, niet als er 'donderskoeren', donderbuien, over je heen trekken, zodat je onderweg in schuren moet gaan schuilen. Ja, voor SCHOEREN moet je SCHULEN in SCHUREN. Mooi eigenlijk dat de mens de betekenisverbanden door klanken en in tekens kan tonen."

Zo filosoferend fiets ik van Schalkhaar richting Lettele.

"Ook al zo'n mooie samenstelling: Schalkhaar, de haar, onvruchtbare, vaak zanderige hoogte, waar de skalken of lijfeigenen en horigen in de Oudsaksische tijden van de heel vroege middeleeuwen mochten proberen nog wat eetbaars te verbouwen, waar zij 'bouwen' (ploegen, landwerk verrichten) mochten voor zichzelf en hun naasten ...".

Plotseling zie ik een oude kapotte 'holten keukenstole' (houten keukenstoel) in een sloot langs een weiland liggen. Daar zou nog best wat van te maken zijn. Voorzichtig loop ik naar de slootkant en ik 'bukke mien veuroaver' om de stoel te pakken. 'Enkelt' (alleen) de zitting blijkt totaal 'verrinneweerd'; de rest is gaaf en 'zoo uut de oertied' afkomstig. Neen, dat kan natuurlijk niet, een stoel uit de tijd dat in deze streken zich het 'iezeroer vast'ezet' hef in het waterrijke 'wèteringen-land''. De stoel komt waarschijnlijk uit de negentiende eeuw, het midden daarvan. Toch 'old' of antiek dus. Ik 'stel' hem op zijn vier benen en zie dat hij niet 'stevig' 'staat'. Daar is wel wat aan te doen; ik neem hem in ieder geval mee. Hoe het komt, weet ik niet, maar ik moet ineens aan Gremmer denken. Hij lag bij mij op de zaal, toen ik in 'Helderen', Hellendoorn, kuurde in het "Volkssanatorium". Dat was in 1948 en 1949. O ja, daarom natuurlijk; Gremmer kwam uit Oost-Groningen en sprak nooit van 'stoel' maar van 'stoule'. Plotseling hoor ik hem weer hardop zeggen: "As mien bloud goud is, kom ik op stoule." Dat betekende in het sanatorium veel, want je was niet langer bedlegerig, je mocht een paar uur per dag op de ligstoel, als je bloed goed ofwel de bloedbezinking normaal was.

Hoe neem ik mijn stoel nu mee? Was mijn fiets een 'klokkestoel', dan kon ik de stoel er als een klok in hangen. Goede raad is duur. Dan zie ik een vrachtwagentje aankomen. Ik sprint van het fietspad naar de weg. Gelukkig, de 'sjaffeur' is een 'olde moat'. "Zo'j dit steultj'n wel veur mien nöör mien huus breng'n will'n?" "Tuurlijk", is het antwoord.

Daar hoef ik me geen kopzorgen meer over te maken. Als ik in de buurt van Lettele de essen oprijd, zie ik in het land de resten van een oude hooiberg. De 'stool' is nog te zien, maar dat is niet alles: de plaats waar de mijt gestaan heeft met de 'poale' in het midden is er nog en het vergane rieten dak zit er nog op. 'Op stool bouwen', zegt een bouwer, als hij op een geschikt gemaakte harde ondergrond gaat bouwen. In het Nederlands bouwt een aannemer dan op 'staal', zodat het huis 'staat als een huis'.

Er was eens een man, die een kelder onder zijn huis wou maken en hij wilde weten hoe dat huis gefundeerd was. Hij vroeg het de bouwer van het huis. "Dit huis is op staal gebouwd", was het antwoord. De man begon de kelder uit te graven; het huis stortte in. Gelukkig kwam hij, de man, met de schrik vrij. Moraal: Wie bouwen wil, moet de bouwtaal kennen of ... een dialect.

'Onderdoems' ben ik in Lettele. De klok slaat er net het hele uur. Tijd voor een 'beksken koffie'. In het restaurant kan ik vragen hoe oud de klokkestoel is.

"Nemt een stool' en goat zitt'n", klinkt het binnen meteen.

"Een köpken koffie verkeerd, graag", zeg ik.