Stoek

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

Een mevrouw, afkomstig uit Weststellingwerf, heeft mij gevraagd of ik weet wat een 'stoeke' is. Het gebeurde voor een van de winkels in ons dorp, en ik had geen gelegenheid diep op de vraag in te gaan, want beiden hadden we wat haast bij het boodschappen doen. Ze maakte het me wel gemakkelijk, want ze voegde eraan toe, dat zij vroeger een net gestapelde tas turf zo had leren noemen in het Weststellingwerfs. Weststellingwerfs behoort tot de Nedersaksische talen, en het is sterk verwant met het Drents; ik kan in mijn rubriek wel een bespreking aan 'stoek' en 'stoeke' wagen. Bij het horen van 'stoek' zie ik weer dat verschrikkelijke tafereel voor me van die 'bruunhemden', die met geweerkolven een arrestant volledig "in mekäre stoekten" door hem om beurten met de geweerkolf een stuik, een stuuk, een stoek - wat een harde stoot is - te verkopen, totdat de ongelukkige meer dood dan levend "in mekäre estoekt" liggen bleef. Dat was in de Tweede Wereldoorlog. In diezelfde tijd werd ik eens achterna gezeten door een landwachter, die ik de huid vol gescholden had. Ik rende de trap van een bouwval op, er was pas een bombardement geweest, en sprong aan de achterkant van de puinhoop pardoes "een paer meters umlege. Ik verstuukten mien enkel, rechts; voetball'n was der veurlopig neet meer bie". In een verhaal heb ik dit laatst nog eens aan een groep dialectliefhebbers verteld. Meer associaties komen bij 'stoek' in me op naast 'verstuiken', 'verstoeken', 'verstuken'. In het Middelnederlands heb ik kennis gemaakt met het woord 'stuken'. 'Stuken' is het 'op hoopjes plaatsen (in een geordend verband) van turf'. 'Stuken' is 'stoten'. Bij verscheidene Middeleeuwse spelen werd er 'gestuukt'. Dat betekent dat er rake stoten werden uitgedeeld. 'Stoeken' is een Oudsaksisch woord, dat zowel 'in elkaar zetten' als 'in elkaar (stoten) storten'. betekent, afhankelijk van het zinsverband. Heel mooi zei een vriend van me het eens zo: "Dee törrufboer hef net zoo lange törruf estoekt, tut as e in mekäre is estoekt". Hier staat de nette opbouw van een Drentse stoeke vlak naast de menselijke afbraak. "Hee stoekten tut hee stoekten". Het netjes overeind zetten van korenschoven heet 'stuiken'. Een tas stenen heet wel een 'stuik'. Het woord 'stuik' gaat terug tot in het Oudindisch: 'tujati' is 'hij stoot'. Nu is een stuik een verbinding tussen twee balken die in de lengterichting aan elkaar "gelast" zijn. De enkel 'verstuiken' is dus zuiver 'het buiten verband rukken' van het gewricht.

Feitelijk kan ik best een aantal betekenissen met '-stuik-' op een rijtje zetten. De lezer vertaalt ze wel in het eigen Saksische met -uu- of -oe-. Even een papier pakken: stuik - verbinding; stuik - stoot; stuik - stapel; stuik - stamper; stuiken - betalen; stuiken - instorten; stuiken - in elkaar slaan; stuiklas - gelaste verbinding; verstuiken - gewrichtsbanden oprekken.

Ik ben me ervan bewust dat ik op deze manier heel wat woorden vergeet te vermelden. Dat is niet erg, indien de vraag: "Wat is bij het turfsteken een 'stoeke'?" maar duidelijk beantwoord is. Netjes gestapelde turf komt men nogal eens tegen. Men moet 'stoeke' echter niet verwarren met 'stoek'. Dat laatste is namelijk 'persturf' ofwel baggerturf, die in vormen is geperst of 'gestoekt'.

Als kleine jongen kende ik helaas het woord 'stuken' nog niet, want anders zou ik met veel lef de grote turfbult van de turfboer aan de 'lege löswal' (lage loswal bij de spoorbrug in Deventer) wel een 'stuke' of een 'stoeke' genoemd hebben, want die bult was netjes gestapeld! Het was een lust er een boel turven uit te trekken, want "dan stoekten de bult zo lekker in mekäre". Na deze associatie zal ik mijn gegevens maar eens netjes stuiken.