Stippen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

Als de 'Heer'n uut Amsterdam' bij die Drentse boer aangekomen zijn, laat J.J. Voskuil die man zeggen: "Heren, kump d'r in", "Heren, komt erin". Volgens mij komt die uitnodigende gebiedende wijs in het hele Nedersaksische taalgebied niet voor. Het is of "Heren, komt ter in", of "Heren, kom ter in". In de uitspraak is nauwelijks verschil te bespeuren. Natuurlijk neem ik de schrijver deze misser op bladzij 429 van deel 2 van 'Het Bureau' niet kwalijk; hij kent immers geen Plat en zijn kracht ligt niet op het terrein van de dialectologie. Zijn roman blijft er even boeiend om. Maar het is wel aardig te constateren dat hij zijn pen hier in het valse grammatica-sop heeft gedoopt, tenzij ik het helemaal mis heb. Dat kan gemakkelijk. Ik heb die Drentse boer nooit Drents horen spreken. Maar ik weet niet beter of het is met 'komen' in Drenthe net als in mijn Achterhoek; het 'sop' is overal kommen - ik kom(me) - iej komt - hee/zee/het KUMP - wie(luu) komt of kommen - iejluu/ulie komt - zee(luu) komt of kommen - (g)ekommen - (g)ekoamen - komt of komme wie. Enkel in de derde persoon van de tegenwoordige tijd wordt KUMP gebruikt, is mijn algemene ervaring. Een uitzondering daarop heb ik nooit gehoord. De auteur 'doopt' zijn pen in voor hem troebele inkt. Ik kan het ook als volgt uitdrukken: hij 'stipt' zijn pen te ver in de 'taal-inkt'. Ik mag ook zeggen dat hij geen dialect-inkt-lint gebruikt, want ik weet dat hij nog de ouderwetse typemachine hanteert; hij heeft me namelijk eens geschreven. Dat ik de heer Voskuil laat 'stippen' komt voort uit mijn bewondering voor zijn schrijverschap. Stip voor stip, steek voor steek maakte hij zijn 'stipwerk' of 'breiwerk', 'steekwerk', dat zo'n uitgebreide roman geworden is. En met dat 'stip' en 'steek' raak ik meteen te kern van de betekenis van 'stippen'. Stippen is steken. Als ik als kind een te harde broodkorst niet bijten kon, werd er tegen mij gezegd: "Stipt oew kösken möör in de melluk, dan wördt het wel zachte!" En ik stak mijn korstje in de melk en liet het daarin wat weken. Als ik morste met de druppels melk werd eraantoe gevoegd, meestal door mijn moeder: "Iej mot neet zo soppen" of "Hol' is op met dat gesop". Er werd dus onderscheid gemaakt tussen stippen en soppen. Daarom neem ik Mijnheer Voskuil zijn 'stip'werk niet kwalijk. Hij sopt of morst namelijk niet. Alles wat aan cultuur-historie vermeld is, klopt tot op de komma's en punten. Taalkundig mag hij er dan best een honderdste van een millimeter naast stippen.

Misschien wordt er in de Achterhoek hier en daar nog wel stip-eerpele-met-skröömkes gegeten. Dat zijn aardappels met kaantjes en spekvet. De aardappels worden in het hete spekvet 'gedoopt' of 'gestipt'. Stippen kent er iedereen. Het is je aardappels in het vet of de jus dopen. 'Stipvet' heet nog steeds het vet van uitgebakken spek. Ikzelf ben er gek op. Als ik eraan denk, loopt het speeksel me door de mond. Ook regen werd vroeger 'stip' genoemd. Af en toe hoor ik het nog van bijna honderdjarigen en nog oudere jeugd. "Ik bin bange dadde wie vandage nog een boel stip kriegt".

In de Achterhoek en Salland was het vroeger de gewoonte directe familieleden en vrienden en buren uit te nodigen te komen 'stippen'. Ieder kon boerenroggebrood pakken. Dat mocht in het hete slachtkooksel gedoopt worden. Natuurlijk vonden die 'orgiën' plaats in de slachtmaand. Dat stipvet was heel lekker, want rolpens, zult, hoofdkaas, worst waren in de ketel gekookt. Van dat vetkooksel werd alles weer gebruikt voor heerlijke gerechten. Veel zout werd erbij gestrooid, want de produkten moesten lang houdbaar blijven. 'Het Bureau' is daarom ook nog al gezouten.