Stèle

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

"J'invite mes lecteurs qui, depuis mercredi après-midi, cherchent la stèle de la déportation, à lire ma chronique du lundi 15 mai."

Letterlijk vertaald: "Ik nodig mijn lezers, die sinds woensdagmiddag de herdenkingszuil van de deportatie zoeken, uit, mijn column van maandag 15 mei te lezen."

Op onze tour de France avec l'automobile kochten we af en toe een Frans dagblad, en we lazen het ook nog. Natuurlijk was ik het meest geïnteresseerd in de rubrieken, die erin voorkwamen. In dit jaar zijn daar vele kleine kronieken bij over de 'vijftigste bevrijding', die het jaar 1995 in Frankrijk veel herdenkingen bevatten aangaande gesneuvelden, omgekomenen door deportatie, gevallenen in het verzet. De hier geciteerde zin komt uit een kroniekje over de 'herdenkingszuil voor de gevallenen' in Vesoul, die in de meimaand plotseling verdwenen was - voor wie geen kranten leest -, want juist in deze periode wilde men die vervangen door een bronzen zuil. De mensen klaagden er bij de chroniqueur over dat juist in dit zo belangrijke jaar deze stèle of zuil niet had mogen verdwijnen. Schande was het! Wie echter de columns van deze schrijver gelezen had, zou begrepen hebben, dat de tijdelijke verwijdering van het monument een veel duurzamere herinnering aan '39 - '45 oplevert.

Waar het mij in deze Franse aanhaling om gaat, is het woord 'stèle'. Is het toevallig dat er volledige klankverwantschap is met ons Nedersaksische 'stèèl' of 'stèle' in blomenstèèl (bloemsteel)? Of is er een in een zeer ver verleden wortelende familierelatie, een taalkundige relatie dus. Eigenlijk heb ik helemaal geen zin dat uit te zoeken, want ik ben bang dat ik daardoor weer een taalwonder rationaliseer. Maar als we thuiskomen van onze caravanvakantie in Frankrijk, word ik meteen met mijn neus op een keihard feit gedrukt. De tuin is een lust van bloeiende planten, waarvan de rode, gele, oranje, witte, lila weelde in de bloemen op hun veelal lange stelen zichtbaar is. Onze tuin is zo een monument van natuur en voor de Natuur. En vlakbij de vijver de bereklauw, die op zijn dikke steel of zuil nog net niet te pronken staat, want het bloemenscherm is juist in ontwikkeling gekomen. En als ik die bereklauw zie staan, zie ik weer die Franse herdenkingszuilen met namen van de gevallenen erop. Dan wil ik plotseling weten hoe die verwantschap is tussen 'steel' en 'stèle', want "gelijk een bloem is ons kortstondig leven", en bij herdenkingen en vieringen gebruiken we toch bloemen als monumentjes. En ik hoor mijn schoonvader, die bloemist was, nog zeggen: "A'j an disse rozen lange wat hebben wilt, mo'j een stuksken van de stèèl'n ofsniej'n". Hij zei het met een lange -èèè-. Ja, ik weet het, stèle is ook tot stelle geworden, in de bessemstelle bijvoorbeeld, en dan is het nog bruikbaar zelfs als monument voor de milieuverzorger. Daar zou men dan de 'bronzen bezem' voor kunnen oprichten.

Ik zal mijn literatuur maar eens raadplegen: steel komt van stele; het komt in de Germaanse talen veelvuldig, met verschillende klinkers voor. In het Grieks is het 'steleon', in het Lets 'stulms'; dan is het een boomstam. Het Franse 'stèle' is een (graf)zuil. In het Latijn is het 'stela', in het Grieks 'stèlè', wat een rechtopstaande grafsteen is. En nu komt het: In het Indogermaans is 'stèle' verwant met 'steel'. Dit nu noem ik het wonder van de herontdekking. Taalonderzoekers hebben op hun wijze allang gevonden, wat ik nu opnieuw vanuit mijn Nedersaksische klankgelijkheid met het Frans mag ontdekken. Er is niets nieuws onder de zon, maar het blijft allemaal een groot wonder. Natuur: bloemen en planten en wezens en grafzuil tegelijk.