Steggelen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 08 april 2009

Oude steden hebben heel smalle oude straatjes. Die straatjes hebben in hun naam vaak 'steeg' als laatste lettergreep of woord. Dat is niet altijd logisch, vind ik. Volgens mij is steeg de onvoltooid verleden tijd enkelvoud van het sterke werkwoord stijgen. Dat heb ik tenminste op school vroeger geleerd: stijgen - steeg - stegen - gestegen. In Oude Steeg is het zelfstandige naamwoord steeg ontleend aan stijgen, en wel de verleden tijd enkelvoud daarvan, zoals greep in handgreep en de greep om 'op te scheppen' aan grijpen. Mijn vork grijpt mijn voedsel als een greep. Het straatje stijgt als een steeg.

Ik kom wel in plaatsen waar ik heg nog steg ken. Steg staat hier als oude vorm voor steeg. Heg is hege of haag. Als ik heg nog steg ken, weet ik letterlijk niet langs welke hagen en stegen ik mijn weg naar mijn doel vinden moet. Tegenwoordig is het in de meeste dorpen en steden niet moeilijk de weg naar je doel te zoeken. Informatieborden met plattegronden maken het heel gemakkelijk de straat te vinden waar ik wezen moet. En ik bezit een zeer uitgebreid stratenboek van Nederland en topografische kaarten van ons kleine landje. En zo vind ik, meestal zonder vragen, mijn doel. Ik hoef niet langs alle hagen en stegen in een streek te struinen voor ik eindelijk kom waar ik zijn wil. Ik hoef niet te heggelen en te steggelen.

Als wij als kinderen ruzie hadden, elkaar uitscholden en met elkaar vochten, vaak op een toch wat speelse wijze zoals dat feitelijk bij kinderen hoort, konden onze ouders met één korte zin ons uit elkaar halen, tot de orde roepen door "Lik toch neet met mekäre te steggelen". Wij begrepen dan dat doorgaan tot drastisch ingrijpen van Moeder of Vader leiden zou! Gebeurde het ruziën enkel met woorden, waren wij aan het bekvechten, dan werd ook wel heggelen gebruikt: "Schei uut met heggelen!" Lange tijd heb ik gedacht het gebruik van heggelen en steggelen als volgt te moeten verklaren: Heggelen is ruziën over de heg, dat kan alleen met woorden, als buren bijvoorbeeld, steggelen is vechten in de steeg, want daar is lichamelijke aanraking mogelijk. Mensen kunnen dus staan of zitten te heggelen, ze kunnen staan of liggen te steggelen. Nu denk ik dat deze opvatting niet helemaal juist is. Steggelen kan namelijk ook te maken hebben met stoten. Een stootje is in het Sallands bijvoorbeeld een steugien of steuchien; steuchien betekent ook poosje. In het Nederlands zeg ik ook wel "Ik kan het wel een stootje volhouden". Wie stootjes uitdeelt, is aan het steugelen, stegelen, steggelen. En als een gesprek de 'heugte' zoekt, als steeds sterkere woorden gebruikt worden, wordt er geheugeld of geheggeld. Het lijkt heel wat verder gezocht dan het verband van heggelen en steggelen met haag en steeg, maar ik houd het op die uitleg voorlopig.

Ik ken stegen die niet of niet meer stijgen. Steeg is wat in betekenis gewijzigd. Wie het woord hoort, denkt in de eerste plaats aan een smal en oud straatje met gebouwen uit vorige eeuwen. Als ik het woord steeg hoor, denk ik in de eerste plaats aan de Maansteeg in Deventer, in dat prachtige Bergkwartier. Daar kwam ik al in 1932, als ik met Vader mee naar kantoor mocht. Vader werkte daar bij de groothandel van Goldenberg, een zaak in textiel, in manufacturen. Van hem moet ik 'steggelen' het eerst gehoord hebben, hoewel niet in dat jaar, want toen sprak hij nog uitsluitend Nederlands tegen mij, wat in die tijd heel opvoedkundig was. Maar daar moet ik het nu niet over hebben, want dan krijg ik geheggel met mensen die er anders over denken dan ik nu. Misschien willen sommigen wel op de vuist, figuurlijk dan. Dat kan me steggelen worden! Ik moet het hier maar bij laten.