Spannevogel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

"Waarom maakt U zo'n reclame voor de Nedersaksische dialecten?"

Mijn vrouw en ik, wij rijden enkele weken geleden met onze auto door Doetinchem. Op het moment dat wij bij verkeerslichten rechtdoor moeten en het licht voor het verkeer in die richting op rood staat, stopt er een bestelauto naast ons, ik meen lichtgroen van kleur. Ik kijk naar de zijkant van die wagen en ik zie erop staan 'Spannevogel', met een hoofdletter S. De letters waren, geloof ik, wit. In de bovenste lus van de S is een grote opening en in die holte is een prachtige, groene vlinder getekend. Op het ogenblik dat ik tegen mijn vrouw zeg: "Kijk, een bedrijf dat de Achterhoekse dialecten nog kent", rijdt de auto door. Ik weet dus niet welk Achterhoeks bedrijf 'Spannevogel' heet en de vlinder in zijn wapen voert. Het lijkt me wel een cultuurbewust en milieuvriendeijk bedrijf, aan de kleur te zien en aan de naam te horen. 'Spannevogel'. Wie deze naam voor 'vlinder' niet kent, moet maar eens kopen 'de Weerld', deel B, door Dr. A.H.G. Schaars, een uitgave van 'WALD' (Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten) - Staring Instituut te Doetinchem. Dat bespaart mij de moeite alle variaties van 'spannevogel' te bespreken. Ik ga gewoon verder op dit schitterende woord in. Want dat het een prachtig woord is, ga je pas zien, wanneer je het gaat analyseren.

Spanne komt van spannen, in het Oudsaksisch 'spannan'. Het betekende toen al 'strak trekken'. Of die oude Saksers ook hun vlinders waarnamen. Ze zagen het volwassen beestje uit zijn 'poppe' kruipen. Ze zagen het diertje zijn vleugels of 'vlöggels' strak trekken door de holle buisjes in die vleugels vol te pompen met lucht, zoals de mens tegenwoordig zijn stokloze tent oppompt! De spannevogel kende dat kunstje al, lang voor de mens wist wat 'opbloazen' was. "Spannevlöggel", zeiden de Saksers misschien. Dat woord werd in 1964 als 'Pannevlöggel' nog in Aalten gebruikt volgens het genoemde boek. Dat brengt ons op 'Pannevogel', dat ook met de uitspraak 'Panneveugel' veel meer voorkomt dan 'spannevogel'. Er zijn er die beweren, dat 'pannevogel' ook niet ontstaan is uit 'spannevogel', maar door vergelijking van de vlinder met uitgestrekte vleugels met de 'batse' of 'panne' of platte schop. Dat kan natuurlijk ook waar zijn. Taal is zo levend, dat er bijna bij ontwikkeling van woorden niets onmogelijk is. Zeker blijft dat 'vogel' ontstaan is uit 'veugel' en dat weer uit 'vleugel' in meervoudige betekenis.

Wie de vleugels van de vlinder goed bekijkt - niet aankomen -, ziet onmiddellijk de fluwelen zachtheid, de bontachtige zachtheid van die pracht. Zou men lang geleden die zachtheid hebben willen uitdrukken met het woord 'panne'. Ik denk dat ik eens moet kijken onder de 'pa-' bij 'Van Dale'. Ik doe het nu meteen.

'Paan' in de tweede betekenis of 'Pane', afkomstig van het Franse 'Panne' blijkt voor 'fluweel' gebruikt te worden. Het Franse 'Panne' betekent 'bontwerk', volgens 'Van Dale'. Als ik mijn rechtlijnige analyse volhoud, moet ik constateren, dat 'pannevogel' betekent 'Fluwelen Vleugels'. Dat is zo mooi, dat het niet waar kan zijn. Maar laat dat dan maar een nieuwe naam zijn voor de vlinder. Of laat het een nieuwe betekenis van 'pannevogel' zijn.

Ik hoop dat de Achterhoekers en nog veel meer Nederlanders de naam 'Pannevogel' in al zijn variaties blijven gebruiken.

Naar ik hoop, begrijpt mijn vragensteller het antwoord op zijn vraag: Ik maak geen reclame voor dialecten. Ik toon enkel steeds weer aan, dat wij vaak niet beseffen welk een wonder de taal is. Dat is mijn enige weten en dat wil ik kwijt. Ook onze taal is wonderlijk en mooi, zoals iedere moedertaal.