Smidsneuze

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

In Laren waren we weer bij elkaar, leden van de dialectkringen uit de Achterhoek en Liemers, Lochem, Twente, Salland en Oost-Veluwe. We waren ruim veertig in getal. In het morgenprogramma kwamen de IJsselacademie en het Van Deinse-Instituut aan het woord. De dialectconsulenten en een dialectoloog kwamen met een soort visie 2000 naar voren. Er was voor mij dan ook geen enkele aanleiding om af te dwalen. 's Middags waren er vier 'leazers', die lazen voor uit eigen werk in hun Plat. Bij dat voorlezen kwam ik als anders bij zulke evenementen weer aan het 'dolen'. Het merkwaardige is dat ik dan toch het hele verhaal op een afstand blijf volgen, maar intussen ontstaat er bij mij een nieuw verhaal door elementen die ik zie of hoor.

De laatste voorlezer had verhalen over vijftig jaar geleden, die hij voordroeg met een versleten roestige stem. Die stem paste bij zijn geschiedenissen. Meteen sta ik zijn verhaal te beluisteren achter de manege waar ruim twintig jaar geleden mijn dochter rijles had. Ik sta bij de grote staldeuren. Daar zat aan de buitenkant een klink. Tenminste, ik zie hem nu. Of zat er een grendel? Die zie ik ook. Ik weet het niet meer. Wat doet het ertoe! Een grendel is immers een balk van hout of metaal; die schuif je door een paar beugels heen en weer om iets af te sluiten, meestal deuren. Een klink gaat om een draaipunt op en neer en valt bij het neergaan met een metalen klank in de gleuf van een zogenaamde neus; dat is een uit de wand stekende schuifpunt waarover de klink kan glijden tot hij in de gleuf valt. Klink is dus ontstaan door klanknabootsing.

Grendel komt van het Latijnse 'grunda', wat overbrugging of dak betekent. Een schuifbalk voor deuren heette in het Oudsaksisch 'grindil'. Klink is verwant aan het Engelse 'clinch', het vastzetten. Klinken is in het Nederlands tevens vastzetten gaan betekenen.

Nu ben ik weer helemaal bij de les. Ik weet waardoor ik afdwaalde. Klink is in mijn Nedersaksische dialect 'smidsneuze'. En de de laatste voorlezer met de wat roestige stem had het over zaken die vijftig jaar geleden heel gewoon waren, ook het afsluiten met klinken en grendels!

Onder het naar huis rijden vanaf Laren denk ik aan Zutphen, de Oude Wand; daar had mijn oom zijn smederij. Ik zie hem daar staan lassen. Dat deed hij nooit zonder zijn donkere bril op zijn scherpe neus. Weer treft mij de overeenkomst met de neus van de klink. Ik moet daar thuis toch eens het een en ander over nakijken.

In mijn Middelnederlandse woordenboek tref ik onder 'nese' aan 'nose, nuese, neuse', znw. vr. 1) Neus. 2) Naam van voorwerpen van ijzer en steen. Onder 'smit' staat dat die vakman ook een timmerman zijn kon. Verder vind ik 'smisse' voor smederij en misschien is dit woord ook gebruikt voor aambeeld. Nu ben ik er helemaal. Smidsneuze is maar niet zo een woord, bedacht door een of andere grappenmaker, welnee, in de Middeleeuwen moet het al gebruikt zijn voor een gesmede klink, gesmeed in een smidse. Smidsneuze is geen bijnaam voor klink, zoals 'bolleroete' voor 'televisie'. Ik ben blij dat het woord in mijn dialect is blijven hangen. En dat heeft weer alles te maken met oubollig dialectgebruik. Daar doet men het dialect geen goed mee. Het Nedersaksisch is geen gesproken volkstaal meer, niet alleen tenminste, maar een cultuurtaal, die waard is als taal voor literatuur gebruikt te worden. Die taal is bovendien een bron voor talrijke studies en onderzoeken. Dat bleek in Laren duidelijk in de morgenzitting van onze bijeenkomst. Meer mensen zouden lid moeten worden van onze dialectkringen. Maar als U eens komt kijken, ... gin smidsneuze op de huusdeure, want iej kunt de deure neet meer lös loaten. Een stevig slot is beter.