Slips

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

Ik sta voor de spiegel mijn zelfbinder opnieuw te strikken. Dat doe ik niet vaak. Meestal laat ik bij het afdoen de knoop ongeschonden en ik trek die tot mijn maag omlaag, zodat ik de beslommeringen van de dag tegelijkertijd langs mijn koude kleren kan doen afglijden. Dan doe ik de lus over mijn hoofd van mijn hals. Maar regelmatig moeten mijn stropdassen gereinigd worden. Niet dat ik er zoveel op mors! Nee, de dasknoop wordt snel wat vettig van de aanraking met kin en handen; dat levert een smoezelig uitziend mannetje met strik op. En ik moet er dikwijls heel netjes uitzien. Die vettigheid tast mijn 'image' aan. En dat is me wat! Langzaam leg ik de dubbele knoop. Zo, ik heb mijn zelfbinder weer eigenhandig voor gebonden. Volgens deskundigen kan ik dat ook goed. Dat mijzelf de das omdoen! Daarom mag ik dat anderen ook vaak leren.

Mijn vader deed zichzelf niet dikwijls 'de dasse umme. Mien moder kon dat bèteder as hem. "Lucy, wil iej mien de dasse èven strikken?"' Mijn moeder vroeg eerst of er een enkele of een dubbele knoop op moest. Mijn vader wilde altijd een enkele Windsor in mijn herinnering. Dat 'Windsor' was de aanduiding van een bepaalde Engelse mode, genoemd naar het stadje in het graafschap Berkshire, in Engeland. Engelse mode voor herenkleding was 'toen' in.

Terwijl ik me verder klaarmaak, denk ik aan Hans. Ik herinner me nog dat hij heel graag strikken droeg. Zonder stropdas voelde mijn neef en curandus zich niet lekker. Toen waren er nog geen hooggeplaatste personen die zich met een slips niet wel bevonden. Eens kwam ik op 's-Koonings Jaght om Hans voor een dagje op te halen. Het was mij al eerder opgevallen dat hij geen strik meer droeg. Toen ik hem van top tot teen monsterde, ik moest met hem naar een feestje, vroeg ik of hij geen das meer had. "Jawèh", was het antwoord. Ik liep naar een van de verzorgsters. "Hebt U Hans vanmorgen geholpen met zich zo netjes aan te kleden?" "Nee hoor, dat heeft hij zelf gedaan". Het antwoord was goed Nederlands met een wat Oostgelderse tongval. "Hebt U dan even een das voor mij? Dan kan ik hem die strikken." Dat zei ik. "Wat fijn, want ik kan geen dasknoop leggen", zei het meisje eerlijk. Daarom droeg Hans geen strikken meer! Een knoop in een das leggen moet geleerd zijn!

Ik heb geduldig 'zelfbindles' aan deze medewerkster van Het Jaght gegeven. Zij bedankte mij voor het leren strikken van de _ 'slips'.

Zo werd slips mijn eigendom. Volgens mij kent het Deventers dit woord niet. Ik vind het een mooi woord. Slippen is wegglijden. Als ik mijn das afdoe, laat ik de knoop langs een van de twee slippen wegglijden. Daarmee wordt ook de betekenis van het zelfstandige naamwoord 'slip' duidelijk. Dat is een uitstekend deel van een band of strook, waarin een strik is gelegd. Slips verklaart als het ware zichzelf. Ja, strik en strop doen dat ook, maar lang niet zo vriendelijk. In een strik kun je jezelf opgehangen voelen. En wie doet zichzelf de strop om! Maar 'Ik moet nog even mijn slips aan', dat klinkt.

Slips is afkomstig van 'slijpen', glad wrijven. Sliepen is het Nedersaksische woord. Sluipen, slupen is ook familie. In het Noors is het bewaard gebleven als 'slipe'. We mogen dus aannemen dat 'slips' al eeuwen oud is. Eens kijken of ik aan mijn dasjes de verwantschap tussen slips en sliepen kan zien. Inderdaad, de wat oudere zijn glad en sleets.

Ik kijk nog even de tuin in. Sluipend, sliepstärtend, gaat daar een kat. Ik loop naar beneden. In de keuken zie ik de sliepplanke hangen waarop mijn moeder haar messen sleep. Ik grijp even naar mijn dasknoop. Kon zij mij nog maar de das omdoen! Dan ga ik naar de kamer. De koffie staat klaar. "Die das is mooi geworden", zegt Ali.