Slim

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

"Dee, dat is een hele slimmen", zei de vrouw die tegenover mij zat op die verjaarsvisite, en ze begon meteen op te sommen wat hij allemaal misdaan had: "Winkeldeefstall'n, ene in mekäre eramd, dronk'nd achter 't stuur, goa mar deur". Ik vroeg heel onschuldig: "Maar is hij ook slim?" Netjes in het Nederlands, want de visite bestond voornamelijk uit westelijk sprekenden. En meteen was het een discussie over slim. "Je bent een slimme jongen", dacht ik trots over mijn eigen persoontje, en ik registreerde het verloop van het gesprek goed in mijn geheugen. "Bedoel iej met slim pienter . . .? Ja, 't is een slimmen, mar hee is slim". En ze wees op haar voorhoofd. "Toentertied hef e achtermekäre de H.B.S. B ehaald; toen ging e in Leiden studeren, in de rechten. Hee was zoo meester doorin. En toen begun het, slim ..., slim, ..., slim!"

"Als U nog een paar keer "slim" zegt, blijft er niets van over", zegt de man naast me. "Ik herhaal dikwijls woorden, als ik wil nagaan, waar ze vandaan kunnen komen. Plotseling krijg ik dan een idee. Ik geef U een voorbeeld. Ik hoor bij de honderd en vijftig gelukkigen, die in de gelegenheid geweest zijn de laatste uitgave van "Buon Giorno Putto" van Herman Korteling, helaas in 1994 overleden, te verkrijgen. Ik heb een van die exemplaren dus, nummer 75. Ik heb dat deze week nog eens weer gelezen. Putto ..., Putto ..., Putto ..., Poete, zeg ik hardop, en ineens denk ik: "Poetemekwa", en ik denk dadelijk daaroverheen: "Engeltjeswater". Iedere dialectspreker in de IJsselstreek - nou, iedere - kent poetemekwa als een middeltje tegen kleine zerigheden van kinderen: een beetje speeksel op een doekje bijvoorbeeld. Het werkt niet, maar het helpt snel. Ik dacht dus ineens, dat dat Poete, wat nu een lief klein meisje aanduidt, het is immers een koosnaampje, weleens familie zijn kon van dat engelachtige Italiaanse naakte beeldje, dat in de kunsthistorie met de naam Putto wordt benoemd, en dat een jongetje voorstelt. Herman Korteling noemde het beeldje, dat hij in zijn tuin geplaatst had, Putto.

Maar goed, aqua is water. Putto-aqua is dus water voor kleine onschuldige huilende kinderen. In ons oostelijk dialect kruipt er al snel een -n-, -m-, -l- tussen de samenstellende delen en ... Poetemekwa is geboren".

Ik sta versteld van deze uitleg. Wat een slim ventje is die man naast me, maar niet in de zin van het Middelnederlandse slim of slimp, slem of slemp; hij schenkt zuivere koffie. En ik zeg dat ook. In mijn geestdrift doe ik dat automatisch in het dialect.

"Wat bin iej slim! Meschiens zit iej der wel helemoale noast, mar da's neet slim. De etymologiegeleerden doot oke mar een slag in de lucht, alhoewel ze steeds veurzichtiger wordt. Vrogger wären der van dee slimmeriken dee woorden bedachten um een schakel met het Indogermaans te scheppen! Noe geeft ze van Putto nog de verbinding met het Latijnse Putus, knaap. De putus is dan ook verwant met de puber, het kind op weg naar de volwassenheid".

Hier betrap ik me erop, dat ik aan het doceren raak in het Nederlands, maar ik ga onverdroten door.

"Het Middelnederlandse slom, dat we in geschreven tekst voor het eerst volgens mijn studieboeken in de zestiende eeuw tegenkomen, is waarschijnlijk een andere klinkervorm van slim. Het betekent 'verdraaid, krom, scheef, onhandig'. Van slom naar slim is van onhandig naar handig. Als ik dus zeg dat U een slimme oplossing hebt gevonden op de vraag: 'Waar komt poetemekwa vandaan?' bedoel ik dat U goed luistert, kijkt, ontleedt en van taalkunde veel weet, want die combinatie is nodig bij alle taalonderzoek".

Spontaan handgeklap klinkt op voor de slimmerd.