Slikkepitjes

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

Lang heb ik er over nagedacht, maar ik ontkom er niet aan. Ik moet namen noemen, want het gaat om historie; ik wil dit voor het nageslacht vastleggen. Eerst de namen op alfabetische volgorde: Martin Borkent, Jantine Heiner, Willy Hoogstraten, Opoe Lucretia Preusterink, Gerrie van der Waarde, Tante Dien Wiltink. De gebeurtenissen spelen zich af in het jaar 1998, en wel in en voor 'meert dialektmoand'.

Een telefoontje eind februari, opgenomen op mijn 'luisterpost': "Gerrit, ik wou enkel even zeggen dat ik 'Negen Leppels Kruudmoos' gerestaureerd heb en dat ik graag een afspraak met jullie maken wil, wanneer jullie het komen halen". Het boekje is in 1885 uitgegeven door Firma Brinkgreve te Deventer en 'obbeschept' door F.D.H. Postmeter. Natuurlijk halen we het boekje snel en wel op maandag 23 februari. Aan de Houten Torenweg, bij Jantine en Nico hebben we een kostelijke avond, letterlijk en figuurlijk, want de kost die ons voorgezet wordt is heerlijk; het is uitstekend te slikken en te slikkeren, want het is net smakelijke snoepwaar. Meteen als we thuis zijn, wil ik tante Dien bellen. Van haar heb ik immers dat kleinood, die verzameling heerlijke snoepjes, die lekkere slikkepitjes geleend. Maar het is al na elven. Dat kan ik niet maken. Tot de volgende morgen moet ik wachten. Dan bel ik. Tante is opgetogen. We maken een afspraak voor donderdag 26 februari, tussen tien en half elf, koffietijd.

Als we op 'De Borkel' in Gorssel met haar een goede morgen hebben, overhandig ik haar de 'kruudmoos'. Zij bewondert de restauratie van het meer dan een eeuw oude boekje in het Achterhoeks geschreven. Dan pakt zij een visitekaart van de tafel en zegt: "Ik word ouder, en ik dacht: Aan wie moet ik dit boekje nalaten? Het moet naar iemand, die weet wat hij bezit, als hij dit krijgt. Lees maar wat er op het kaartje staat". Ik lees: 'Smakelijk eten!' - Tante Dien - 26-2-'98. Ik kan geen woord uitbrengen. Ali ook niet.

Op zaterdag 7 maart, eerste zaterdag van de maand, zijn wij bij de bijeenkomst van de dialektkringe. Gerrie laat ons slikkeren van haar eigen werk, voor de pauze. Wat kan die schrijfster vertellen en dichten in haar Sallands. Haar werk wordt niet voor niets uitgegeven. Terwijl ze leest, sta ik weer bij mijn opoe Preusterink aan de Boxbergerweg in de keuken. Ze pakt de Blooker's cacaobus uit de kast en ze vraagt: "Jungsken, wol iej wel een slikkepitjen; hier, ik hebbe nog een steek veur oe!" En ze houdt me de bus voor. Een steek, een hard kussentje met witte tint, rood dooraderd. Soms had Opoe stroopsteken; die waren bruin. Gerrie heeft schuumkes en steken: zachte slikkepitjes en harde. Die laatste, daar moet je heel lang op zuigen. Dan geniet je er het meest van.

In de pauze komt Willy bij mijn stoel staan: "Gerrit, ken iej dit beuksken?" En hij toont mij 'Negen Leppels Kruudmoos'. Dat kan niet waar zijn! Maar het is waar. Hij heeft het van een antiquaar. Ik vertel hem het verhaal van Tante Dien en Jantine. Hij proeft het gebeurde, ik zie het. Hij laat het smelten op zijn tong en slikt het langzaam door; hij slikkert het als een slikkertjen.

Nu is Martin aan de beurt. Hij heeft een dialectrubriek in een Colmschater huis-aan-huis-blad. Hij laat ons heerlijk zijn columns slikkeren. Wat kan die kerel smakelijk vertellen. Zijn verhalen zitten vol met Sallandse en Achterhoekse eigenaardigheden; zijn eigen aard ligt er ook helemaal in. Ja, aan zijn taal te horen heeft hij zijn hele leven op de grens van Salland en de Achterhoek geleefd. "Goa zo deur; iej hooft veur gin enkele columnist onder te doon!" zeg ik. O ja; hij gebruikte het woord 'slikkeren'nog!