Slieterieje

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

Met onze jongste kinderen kampeerden wij eens op een camping in Normandië, in Villers sur Mer. We stonden aan de rand van de camping, want het was er razend druk. Op een dag verscheen er een Belgisch echtpaar zonder kinderen. Man en vrouw spraken Vlaams. Noodgedwongen kwamen zij tegen ons aan te staan. Geraakt door elkaars taal waren mijn vrouw en ik en de kinderen gauw met de Belgen aan de praat. Op een bepaald moment zei de man: "Awel zulle, wij zijn op heden tien jaar getrouwd hé; komde gij dezen avond een glaaske mit ons drinken? Dat zouden wij zeer op prijs stellen, hé!" Natuurlijk wilden wij niet weigeren en die avond zaten wij bij hen in hun caravan. Onze dochter was er ook bij. Zoonlief ging liever met zijn Franse vrienden naar het strand.

Onze Belgische vriend ontkurkte een fles champagne. Ik durfde niet te zeggen dat ik geheelonthouder was, mijn vrouw had dat gelukkig door. We klonken op hun tienjarig huwelijk, mijn dochter eveneens. Zij vond het drankje maar vies. Een tweede glas wilde ik weigeren op zijn: "Kan ik nog een glaaske aan u slijten?" Ik weerde af, maar het mocht niet baten. Ik zondigde die avond, maar _ voor het goede doel.

Slijten. Daar moet ik aan denken, nu sinds een maand de laatste echte kruidenier in ons dorp gesloten is. Zijn slijterij bestaat gelukkig nog. Dat is de laatste van de twee die wij tot voor kort hadden. Het is merkwaardig dat slijten speciaal gebruikt wordt in uitdrukkingen als 'drank slijten', Want kruidenierswaren worden toch ook gesleten. Natuurlijk, we zeggen nog steeds "Kan ik dit of dat aan je slijten?", wat betekent "Kan ik dit of dat aan je kwijt?", maar mijn speciaalzaak voor tuinartikelen zal nooit 'Tuinslijterij' heten. De slijterij in ons dorp is er dus nog. Bij gelegenheden kan ik daar voor mijn gasten alle dranken behalve melk kopen, ik hoef er niet voor naar de stad.

Ik herinner me nog dat ik voor het eerst in een slieterieje kwam. Ik zat thuis bij mijn aanstaande schoonouders en de vader van mijn meisje vroeg me een fles jonge te halen. Ik ging naar het dichtstbijzijnde café annex slijterij. Ik vroeg: "Een fles jonge, kan dat?" "Een hele of een halve?" was de wedervraag. "Een hele, wat moet ik nou met een halve fles!" zei ik. De slijter begon te lachen. Toen bleek hoe dom ik was op drankgebied.

Slijten is afnemen of minder worden. Je voorraad doen verminderen door verkoop is dus ook slijten. Slijten is in zijn grondbetekenis 'splijten'. In het Oudsaksisch is het 'slitan'. Het Middelnederlandse 'sliten' is 'verscheuren', 'uit de grond trekken'.

Veel mensen hebben aan den lijve slijten ondervonden. Zij hebben bijvoorbeeld slijtage aan één heup of aan beide. Vermindering van loopvermogen en verscheurd worden door de pijn, dat is slijtage. 'Slietazie' zeg ik in mijn tongval. Het is een verslijten, een slijterij die meestal tot operatief ingrijpen leidt. Dat kan overigens wel eens tot heel goede resultaten voeren. Zelf kom ik niet veel in de ene slijterij, van de andere heb ik tot op vandaag geen last.

Slieten. Het is een sterk werkwoord; het kan overgankelijk en onovergankelijk gebruikt worden. Hij slijt nog steeds veel dranken. Hierin is veel dranken 'lijdend voorwerp'. Mijn banden slijten snel. Deze zin bevat geen 'lijdend voorwerp'. Slieten - sleet - sleten - esleten. Het werkwoord is sterk genoeg zichzelf inwendig klankverandering te geven.

De slieterieje heeft alles met slieten te maken, zowel overgankelijk als onovergankelijk. Ik wil niet de zedenmeester uithangen; ik leg dat niet nader uit. Lees en vertaal mijn woorden. Ik denk verder over die aardige Belgen, die aan mij 'Slieterieje' gesleten hebben.