Schrienen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

Een nieuw scheermesje had ik in mijn apparaat gedaan. Voor de spiegel op mijn slaapkamer probeerde ik me te scheren. Eraan gewend was ik nog niet. Wist ik als achttienjarige veel! Neen, ik wist niet veel. Zeker niet van scheren. Ik zette het mesje op de huid, trok het er voorzichtig over. Het leek goed te gaan. Nog eens, van boven naar beneden. Na een paar halen zag ik op de vorige scheerlijnen bloedpuntjes ontstaan, eerst langzaam, daarna sneller. Hier en daar ontstond een beekje, een soort bloed-sprengetje. Maar onverdroten ging ik door. Aluin had ik immers! Een heel blok nog wel. Na de rechter wang kwam de linker aan de beurt. Minder bloedinkjes kwamen op die wang, maar toen ik onder de kin bezig ging, kwam de adamsappel er rood af, net een sterappel. Toen ik klaar was, pakte ik een waslapje; depte de bloedplekken en de stroompjes. Toen greep ik het aluinblok. Hier en daar deed dat, bij zijn rondgang over de wangen, onder de kin en in de hals wonderen. Hier en daar, want enkele stroompjes bleven. Mijn huid begon geweldig te schrijnen, stekend pijn te doen. Mijn wangen voortdurend bettend met een nat washandje, zocht ik mijn moeder. "Agöddekes, wat hei'j noe edoan? Het lik we' o'j oew wang'n met een schave bewerkt hebt. Loat mien mar effekes!" Ze haalde een rauw ei uit de kelder, sloeg dat stuk, goot de inhoud in een glas en begon het vlies van de eierschaal te peuteren. Ze maakte de ergste wondjes droog, probeerde de natte vliesdeeltjes erover te plakken als een pleistertje. Dat ging! "Oew gezichte neet te völle bewèèg'n", zei zij. "Het zal trouw'ns nog wel bliev'n schrien'n". Het vlies hielp. Ik was snel weer glad en gaaf. Nog vaak daarna heb ik me gesneden met scheren.

Zo heb ik dat allemaal in mijn herinnering. Men zegt weleens als ik dit vertel: "Dat kan helemaal niet!" Maar ik heb dat zo in mijn brein. En nog steeds scheer ik me nat. De scheermesjes zijn steeds beter geworden. Ik beschadig mezelf zelden meer. Mijn wetenschap wat scheren betreft is praktisch vergroot en theoretisch ook. Ik weet nu dat scheren en schrienen, schrijnen, familie van elkaar zijn. Scheren is het met een schaar, een schere of een mes, over de huid van een wezen 'schuren' of 'schaven'. Schrijnen, in het Fries 'skrine', is ontvellen. Schrijnen, in de betekenis van pijn doen na het ontvellen, komt voor het eerst in teksten in het midden van de zestiende eeuw voor; het wordt dan uitgesproken als schrienen. In het Nedersaksisch wordt meestal 'skrie-ien'n' uitgesproken met een verlengde ie. Schrienen komt van dezelfde stam als scheren. Het moet later gevormd zijn, want schrienen is het gevolg van scheren. Scheren, in de betekenis van 'baard afsnijden', is in het Oudsaksisch 'skeran'. Het is familie van het Latijnse 'caro', wat letterlijk een stukje afgesneden vlees is. Het griekse 'keirein' betekent snijden. Het Oudkerkslavische 'skora' is 'huid'. In die taal is 'kora' boomschors.

Toen ik me sneed bij het scheren, toen, lang geleden, kon ik niet vermoeden dat ik aan die snijpartij nu zoveel plezier beleven zou. Dat is het mooie van het mensenleven: 'Wie zijn belevenissen niet allemaal over één kam scheert met de dooddoener weer niets beleefd te hebben, maar de gebeurtenissen wat laat schrijnen, bergt ze op in zijn onderbewuste, waar ze bij tijd en wijle uit opduiken als herbeleving'. Ik weet niet of die zin van mezelf is; dat heb ik niet in mijn herinnering. Zeker is het dat wonden na lange tijd niet meer schrijnen zoals aan het begin. Ze schrijnen verrijkend of verarmend. Bij mij meest verrijkend.