Schöttelkètel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

De brief die voor me ligt, zou ik zo als artikeltje kunnen plaatsen, maar hij is in het Nedersaksisch geschreven. Dat mag ik veel van mijn lezers niet aan doen. Zo mag ik mijn taalmaaltijd niet opdienen. Ik moet de inhoud op een andere wijze voor-schotel-en. In de Romeinse tijd kreeg de mens zijn eten vaak aangeboden op een scutula, een platte schaal. Scutula is afkomstig van schild: scutum. Eten werd dus aangeboden op een schildje. Kétel is een Oudsaksisch woord. Dat is in het Latijn catinus, holte, nap, maar ook platte schotel. Schöttelkètel is dus in feite een beetje dubbelop. Of zou het zo zijn, dat in de ketel datgene gekookt wordt, wat op de schotel opgediend wordt? Deze gedachten schieten door mijn brein, als ik de brief van Dick uit Zutphen overlees. En op dat moment weet ik, hoe ik de inhoud moet opdienen: eerst verwarmen in de schöttelkètel. Mijn 'Vertaald' is immers niet meer dan kokkerellen. Ik ga er goed voor zitten.

'As elke wèke lèès ik oew stuksken in de krante. -Hier hoef ik niet in te roeren.- Deur 't woord "wendezoele" is mien wat in de gedachten bliev'n höök'n. -... is mij iets blijven haken in mijn hoofd...- Mien vroggere buurluu in Empe wazz'n eenvoudige boer'nmenskes, met een koo of zesse en een paer mott'n met keune. -...en een paar zeugen (varkens) met biggen...- Ze wazz'n allebei in Empe geboor'n en verteld'n graag oaver vrogger. Tut ongeveer 1920 hadd'n zee in een soort biekeuken nog steeds een lös vuur. -... hadden zij in een soort bijkeuken altijd nog een open kookvuur...- An de hoalboom hing een hoalkettink um boaven 't vuur water, de middagpot en voereerpels te koak'n. -Aan de haalboom (hangboom) hing een hangketting om boven het vuur water, het warme middageten en voederaardappels voor de dieren te koken...- Noe gebruukt'n zeeluu een woord da'k nog närgens bin teeg'n-ekomm'n. - Nu gebruikten zij een woord dat ik nooit meer ben tegengekomen.- Um voereerpels te koak'n gebruukt'n ze een grote köper'n kètel met iezeren oarne en een iezeren hengel. - Om de voederaardappels te koken gebruikten ze een grote koperen ketel met ijzeren oren en een ijzeren hengsel.- In museums zee'j ze wel, mar een name steet d'r nooit bie. Mien buren neumd'n dat dink een Schöttelkètel. In verschillende woord'nbook'n oaver dialekt kan ik dat woord neet teruggevind'n. - Ik heb in verscheidene woordenboeken over dialect gekeken, maar dit woord kan ik niet vinden.- Mien gedacht'npad was dus Wendezoele - hoalboom - hoalkettink - lös vuur - schöttelkètel. -Mijn associaties waren dus ... .- Wat een woord al neet kan löshaal'n ...! Een härtelijke groetenisse.'

Ik lees nog eens wat ik opgesteld heb. Die Dick geeft hier een aardig lesje 'Taal' weg. Dan kijk ik meteen in het 'Etymologisch Dialectwoordenboek'. Dat geeft 'schotel' wel, 'ketel' niet. Dat schotelketel niet gegeven wordt is logisch, want dat blijft een samenstelling waar bij de zaak min of meer dubbel gezegd wordt, maar ja, onze woordenboeken geven toch ook 'brokstuk', 'doelwit'. Aardig vind ik het dat langs een gedachtenpad ons woorden weer helder worden, die wij vergeten lijken te hebben. Op deze wijze keren ze in het taalgebruik weer. Nu ik dit denk, besef ik dubbel de waarde van mijn dialectgebruik. In mijn lezingen moet ik daar op deze wijze nog eens aandacht aan besteden. Oh nee, dat kan niet, ik heb immers besloten in het algemeen geen lezingen over dialectgebruik meer te houden. Dan vermeld ik mijn bevindingen maar in mijn stukjes. En die van Dick en andere dialectsprekers natuurlijk ook. Schöttelkètel, dat zou een mooie naam zijn voor een krantenrubriek.