School

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

In 'Olde Mölle' ligt de 'skole'. Die school, gelegen tussen Lettele en Bathmen, bestaat als school niet meer. Stichtings- en bestaansnormen hebben de gemeente Diepenveen genoodzaakt dit openbare 'scheultjen' op te heffen. Tal van plattelandsgemeenten zijn later door de rijksoverheid gedwongen geworden maatregelen te nemen tot concentratie van onderwijs en opvoeding en opheffing van kleine scholen. Er is, om het maar eens duidelijk te zeggen, 'met de botte biele deur het scheulkesbos ehakt'. Zo is het toen in Diepenveen niet gebeurd. Dit houdt geen oordeel noch een veroordeling in, maar de bezuinigingsbijl is nu eenmaal geen kaasmes. Toevallig ken ik de juffrouw die, meen ik, de laatste onderwijzeres was. Aan haar moet ik denken, nu ik bij het gebouwtje sta. Wat was zij geschikt voor het lesgeven aan de kinderen in de 'leegste', laagste, klassen. Ik hoor haar nog zeggen: "Gerrit, taalonderwies geven in de legere klassen is altied möör weer de kinder in hun eigen taal ansprèken. Wat is het dan makkelijk a'j zelf een dialect könt proaten".

Natuurlijk bedoelde zij met die woorden niet, wat niet-dialectsprekers zouden kunnen denken, dat de kinderen nauwelijks Nederlands kenden, als ze op school kwamen. Ze bedoelde, dat de Moedertaal de vertrouwde taal is en dat, toen zij nog met 'Hoogeveen' de kindertjes lezen leren moest met: aap - noot - mies - wim - zus - jet - teun - vuur - gijs - lam - kees - bok - weide - does - hok - duif - schapen -, antwoorden als 'nötte'(noot), 'katte'(mies), 'lemmeken'(lam), 'doeve'(duif), 'skoapen'(schapen), even GOED waren als die in het Nederlands. Natuurlijk overdreef zij niet. De leuze: 'A'j plat kunt proaten, dan mo'j 't neet loaten', gold ook voor haar buiten de schoolse bezigheden. Ik denk echter dat veel van de kinderen die school gegaan hebben op 'Oude Molen' met heel veel plezier aan Meester en Juffrouw terugdenken.

Mijn eigen overgrootvader werd in ongeveer 1860 'skoolheufd' ,Hoofd der School, in Averlo, ook in de gemeente Diepenveen. Mijn grootmoeder, Opoe, heeft mij 'een boel' over hem verteld. Zoveel heb ik daar als kind wel van begrepen, dat mijn overgrootvader ervan overtuigd was, dat 'het kleine scheultjen der mee ging striek'n', als het om onderwijsresultaten ging. Hij zou als hij van het huidige gedoe in het onderwijs wist, zich in 'zien graf ummedreien'.

Er worden in veel gemeenten pogingen gedaan om de dialecten officieel als te onderwijzen talen in het basisonderwijs te krijgen, al was het maar om het latere onderwijs in de vreemde talen te ondersteunen. Een voorbeeld is: skoer, Schauer, shower.

Andere voorbeelden: skole, schole, schule, scool, skole(Deens voor school); goan, (to) go; ik wäre, ich war, I were. Of dat onderwijs al of niet facultatief er zal komen? Ik betwijfel het. Mijn vader zou zeggen: "Iej meugt het goed veurhebb'n met oew dialect en met de schoolkinder, één ding mo'j snapp'n, en dat is da'j nee' t middelste met de beide enden hebb'n könt". Of: "Je mag het nog zo goed voorhebben met je dialect en met je schoolkinderen, één ding moet je begrijpen, en wel dat je niet alles alleen kunt hebben."

Kom, ik stap maar weer eens op richting 'Battum'; gedane zaken nemen geen keer. Restauratie van antiek onderwijs is nu eenmaal niet mogelijk. Dat is alleen maar voor monumenten, voor molens bijvoorbeeld. De 'Olde Mölle' is daar een prachtig voorbeeld van. Jammer dat ze hem in officiële stukken 'stoolvaste' "Oude Molen" blijven noemen. Waarom die drang om gevestigde inheemse namen te vertalen. Omdat ze anders te ver van de hoorder of lezer af staan? Het tegendeel blijkt waar.