Scholle

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

De woorden die ik niet ken, stapelen zich op. Ik heb er wel geen woordenboeken vol van, maar toch kan ik nog een hele tijd voort met studeren. Dat is mooi, vooral als iemand je nog eens met de neus op de werkelijkheid van het niet-weten drukt. Zo vertelde Bertus, toen hij op bezoek was om mij het woordenboek van de streektaal van Epe te brengen, dat daar het woord 'schòlle' met de -ò- van hòk en niet van bók in staat, in de betekenis van 'pont'. Ik dacht dat hij 'pond' bedoelde en begon dus over gewichten te raaskallen. Bertus begon te glimlachen, en hij legde me geduldig uit, dat er langs de IJssel plaatsen zijn waar een boot die mensen overzet, scholle of scholte heet. Ik beloofde hem meteen over die woorden het een en ander uit te zoeken en te publiceren. Toen hij na de thee de deur uitwas, begon ik dadelijk.

Ik nam een kladje en zette onder elkaar woorden uit het Plat naast woorden uit het Standaard: kolde - koude - kou(w); scholle - scholte (scholde) - schouw - schoude (Middelnederlands: ook schou en scholde). Als ik zover ben, stop ik. Ik heb ander werk te doen. Het papiertje steek ik in de borstzak van mijn overhemd. Dat heeft het voordeel dat iedere inval eraan toegevoegd worden kan. Mijn hersenen zitten niet in mijn zak, dus ze werken gewoon door. "Scull", denk ik, "dat is een heel bijzondere 'roeispane'". Er is dus verwantschap tussen 'scull', uitspreken als 'sköl', en 'scholle' van 'op het water', want ö is een ontrondingsvorm van ò en niet van ó. Toch bel ik Bertus even om te vragen of mijn redenering juist kan zijn. Zijn antwoord onderstreept mijn mening.

Voorlopig ga ik met iets anders aan de gang. Later ga ik zoeken in mijn boeken, maar waar? Ik besluit bij Van Dale te beginnen. Inderdaad kan daar een schouw een pont zijn. En dan krijg ik een merkwaardig beeld, als ik aan het tikken ben met iets totaal anders. Ik zie de verwrongen delen van bruggen in het water liggen. Het is oorlog. We moeten roeien met de riemen die we hebben, ook om het water over te steken. Natuurlijk, iedere niet te grote boot kan een pont zijn. En eeuwen geleden hadden de mensen enkel vlotten en boten om over de ondergelopen uiterwaarden en over de rivieren de andere zijde te bereiken. Zelfs naar de hemel moest de veerman je overzetten. Ik moet in mijn vakliteratuur verder terug dan de Middeleeuwen.

Van Dale helpt me op de pont naar het Oudsaksisch. Ik roei via het Oudhoogduitse 'skalta' en het Middelhoogduitse 'schalte' naar het Oudsaksische 'skaldan' en ik vaar zelfs op de 'Schelde', een rivier waarover de schepen voortgeboomd werden. Ik ontdek nieuwe, voor mij dus ongekende, gebieden. 'Schel' is eigenlijk 'schil'. In die schil drijf ik over de wateren. Ik zweef er niet over, want ik ben geen geest. Ik loop er niet over. Ik drijf erop en erover tot ik aan de overzijde ben. En tegen de gevaren trek ik mijn 'schelp'-spier aan en ik zit veilig in mijn overdekte 'scholte', op mijn pont.

Prachtig dat zo'n stam van een woord bewaard gebleven is in al zijn betekenissen. En wat ben ik klein. Scholle doet me plotseling denken aan onze aarde als ruimteveer. Maar ook ben ikzelf een scheepje, een 'schölleken' dat heen en weer vaart, heen en weer, heen en weer, tot de allerlaatste keer. Ik hoop dat ik dat in vrijheid mag doen, dat varen. Ik hoop tevens op wind, zodat ik niet hoef te 'scullen', want daar wordt een mens zo verschrikkelijk moe van! Natuurlijk moet ik dan 'wind mee' hebben, want aan laveren heb ik een hekel. En tegen de stroom op roeien ligt me helemaal niet meer. Vrij meedrijven gaat beter, zo rustig!