Scheef

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: woensdag 25 maart 2009

Hans is verhuisd. Sinds 1970 heeft hij op 's-Koonings Jaght in Schaarsbergen gewoond, nee, woonde hij op Het Jaght, want hij is er niet definitief vertrokken, tenminste dat hoop ik. Hij woont nu tijdelijk in Bemmel. Ali en ik hebben hem daar al een paar keer opgezocht. Wij spelen een beetje zus en broer over hem. Zelf kan hij immers zijn financiën niet beheren en voor maatschappelijke en sociale beslissingen moeten anderen zo af en toe in zijn schoenen gaan staan. Wij proberen dat al zo'n veertig jaar te doen. In het begin kon zijn moeder in het recht trachten te houden wat scheef dreigde te gaan, sinds 1969, het jaar waarin Tante Marie overleed, moeten wij dat doen. Wij proberen, met buitengewoon goede hulp van de medewerkers van Het Jaght en van familieleden en vrienden, zijn gaan in het gareel te houden.

Hans is een man, hij is in november van dit jaar 78 geworden, die recht door zee is. Er is niets scheef aan wat hij denkt. Wat hij niet wil, zegt hij duidelijk. Hij laat zich niet overhalen. Maar ... hij blijft altijd heel vriendelijk. Zelfs wat hij weigert te doen, komt in de uiting van die weigering zacht, verlegen, verontschuldigend over zijn lippen. Hij kan je daarbij een beetje scheef aankijken. Mijn moeder, reeds lang overleden, zag die bescheidenheid in zijn gelaat. "Hee(r) kan mien met van dee(r) schee(r)ve ogen ankieken". Dat zei ze mij eens. "Dee(r) jonge is verlègen en een beetjen bange veur de wereld, g'leuv' ik". Ik kon dat alleen maar beamen en dat deed ik ook. Dat 'scheve' heb ik onthouden. Het werd eigenlijk gebruikt in een betekenis, gunstig, die er enkel in Nedersaksische dialecten aan gehecht wordt: schuw; dat is de som van bang en verlegen. Waarom ik die betekenis gunstig noem? Omdat degeen die met zo'n wat scheef kijkende mens wil omgaan, onmiddellijk gewekt wordt vertrouwen te winnen. Wie met Hans omgaat en hem wil leren kennen, moet eerst zijn vertrouwen winnen. Scheef in ongunstige zin is niet op hem van toepassing. Met die opmerking wil ik hem tekenen zoals hij is, bij deze verjaardag, als sinterklaascadeautje, omdat ik ook een beetje jarig ben, want dit is de 250-ste aflevering in de rubriek 'Vertaald'. En dan mag ik best een beetje scheef gaan, wat geen vreemd gaan is. Ali en ik, wij hebben geen scheve verhouding met elkaar.

Zit er dan niets scheef met Hans in de ongunstige zin van het woord? Natuurlijk! In zijn lichamelijk voelen zit iets niet goed. Hij voelt nauwelijks of nooit pijn, althans hij uit het niet, 'hee utert dat neet'. Hij kan klok kijken, maar er is nauwelijks tijdsbesef bij hem aanwezig. Lezen heeft hij op de school voor buitengewoon onderwijs geleerd, maar hij leest niets en hij kan nu ook niet meer lezen. Eén gevoelszaak is recht en oprecht aanwezig. Zijn liefde voor zijn geboortestad Deventer. Iedere keer als ik bij hem kom, stelt hij rechtuit één vraag: "Wanneer kom je me weer ophalen?" En op "Waar wil je dan heen?" "Naar Deventer, door de stad wandelen!" En bij mooi weer kan men ons gedrieën in Deventers binnenstad zien slenteren. Hans loopt scheef, ik loop ook scheef, Ali loopt recht. Hans zet zijn voeten scheef, zijn benen staan wat scheef, maar het moet een lief gezicht zijn hem daar zo te zien gaan langs de liefste oude plekjes die hij kent.

Met zijn taal is niets scheef. Integendeel. Hij wordt tweetalig! Als ik zeg "Nu gaan we door de Grote Overstraat", herhaalt hij "överstroate". Als we voor zijn vrienden koek gaan halen in het koekwinkeltje, zegt hij "Dèèmter koke" en zo verder. Nee, bij hem is niets mis bij het enigszins scheef zijn. Natuurlijk kan ik hem niet leren dat scheef van het Latijnse scaevus komt en onhandig betekent. Maar hij weet dat hij wat onhandig en scheef is!