Roet

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Aan Harry met de hapkar heb ik een hekel; ik bedoel daarmee, dat ik me over de hekel gehaald voel door die ene uitdrukking die hij iedere keer "bezigt", zoals opa Henri dat zegt. "Tering hé", doet me telkens de prikkels van de hekel in mijn huid voelen. Als stopwoord wordt het eruit gegooid; er is niet over nagedacht. De televisieserie 'Oppassen' is heel aardig, maar die 'tering hé' moet eruit met Harry erbij, want als ik hem zie, wordt mijn rug opengekrabd.

'Tering hé' vind ik net zo erg als "Je kunt de pest krijgen" of "Ga toch weg, schurftlijer". Die deze zinnen uitspreken, hebben zelf nooit schurft, pest, tering gehad. Een echte teringlijder, of een gewezen, ik dus bijvoorbeeld, kan zulke uitingen niet slikken; hij geeft ze over, kijkt daar de spreker ervan op aan.

Aan deze dingen dacht ik, toen ik een kerstverhaal in het dialect schrijven moest. Ik wilde er een echt Dickensverhaal van maken: sneeuw en ijs, arme mensen, ruïnes, ziekte en armoe. Natuurlijk moest aan het eind alles weer in orde komen. De schurftige hond geneest als beloning voor de trouw aan zijn arme baas, die plotseling een rijke erfgenaam blijkt te zijn. Ook hij wordt genezen van zijn schurft. Ik zou geen enkele ziekte als stopwoord gebruiken; daarmee zou ik de lijders eraan kwetsen. Aangaande 'schurft' ging ik dus wat voorarbeid verrichten.

Ik pakte mijn 'Medische Gezinsencyclopedie' van Sesam uit de kast en opende die bij de S. "Schurft, scabies, een huidziekte veroorzaakt door de schurftmijt (sarcoptis hominis). Deze is een halve millimeter groot. De mijten leven op de huid. Om eieren te leggen dringt het wijfje in de opperhuid en graaft dicht onder de oppervlakte een gang, ongeveer één centimeter lang .... ".

De rest kon ik me voorstellen. Onderhuids woekert de ziekte voort, gaat van mens naar mens. Ook van dier op dier. Ik las nog dat een kuur, door een arts voorgeschreven, de ziekte goed bestrijden kan.

Natuurlijk kon ik mijn verhaal niet in het dialect vertellen, als ik niet wist wat schurft in dat dialect was of was geweest. 'Schörft' of 'Skörft' zou ik gebruiken kunnen, want in mijn dialect komt er geen andere schurft voor. Toch wist ik dat in een aantal Nedersaksische streken 'roet' in de betekenis van 'schurft' voorkomt. In mijn Plat is 'roet' onkruid. Maar dat is toch wel wat anders, al woekert dat ook ondergronds voort.

'Ruit', 'ruut', 'roet' als schurft is hetzelfde als het Middelnederlandse 'rude', het Oudsaksische 'hrutho', uit te spreken als 'groedoo'. Het moet wel familie zijn van het Latijnse 'crusta', dat 'korst' betekent. In het Indogermaans had men dus al een stam 'crt', die de schurft kon aanduiden.

Tegenwoordig wordt schurft of schörft in het Nedersaksisch algemeen gebruikt, ontdekte ik. In mijn verhaal zou ik dat dan ook maar doen. Voor alle zekerheid raadpleegde ik even mijn Nederlands Twents Woordenboek: 'schurft; skòrf, skaapjes. Spreekwoord: Roet leart wa klauwn'. Enkel in dat oude spreekwoord 'Schurft leert wel krabben' komt 'roet' nog voor. Overigens wordt hier met roet ook onkruid bedoeld, blijkt in dit woordenboek. Het gezegde betekent zoveel als, wanneer de nood aan de man komt, moet je vanzelf maatregelen gaan treffen, en niet zoals Van Dale suggereert "Nood leert bidden".

Schurft of schorf (Middelnederlands) heeft dezelfde woordstam als scherf en scheren. Komt dat, omdat men zich met scherven krabde of schoor bij het hebben van korsten en jeuk? Die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik wens in ieder geval niemand de schurft, de tering, de pest, de roet. Veel geluk gewenst!