Robbelig

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

In de timmerfabriek bij ons in de straat met de mooie naam 'Timmerfabriek De IJssel' ging ik graag kijken. Ik denk nu dat het een van de eerste maatschappen op bouwvakgebied was. Er werkte een vijftal meesters op timmergebied, echte vaklui. Ook waren er enige knechten. Ik herinner me niet dat er krullenjongens bij waren. Het hout kwam in lange balken van verschillende dikte van de houtwerf 'Stoffel'. Die was aan de IJssel. Die balken waren ruw en dus ongeschaafd en niet geschuurd. Bovendien waren ze niet op een lengte gezaagd waarop de timmerlui ze gemakkelijk bewerken konden. Dat schuren, zagen en werkklaar maken was het werk van de man die tevens chauffeur van de fabriek was. Ik zie hem nog een balk boven de cirkelzaag schuiven. Hij gleed er met zijn ruwe hand over. "Tjonge, tjonge, wat een robbelige balke!" hoor ik hem in mijn gedachten zeggen. "Döör modde wie neudig wat an doon!" Dan liet hij de balk over de werkbank tussen de rollen door rollen en het glad en tegelijkertijd op dikte maken begon.

Mijn moeder zit weer aan tafel te breien, als ik thuiskom. Tegenover haar zit mijn tante. Zij breit ook. "Loat is effen zeen ", zegt mijn moeder. Mijn tante geeft haar breiwerk aan mijn moeder. Moeder strijkt er met de hand over. "Iej hebt 't weer völs te strak ebreid, 't is robbelig", zegt Moeder. Ze geeft Tante aanwijzingen hoe het losser en daardoor gladder en zachter gebreid worden kan.

Het is winter, een echte winter van vriezen en dooien. Elke dag loop ik 'langes' de grefte om te kijken of het ijs al 'goedgekeurd' is, maar de bordjes 'gevaarlijk ijs' staan er nog steeds. Dan ineens mag er op de singel geschaatst worden. Ik haal vlug 'mien höltjes van huus' en ik ga schaatsen. Maar wat valt dat tegen. Het zijn allemaal hobbels en bobbels geworden door dat gekwakkel in deze winter! Ik ben al heel gauw weer op weg naar huis.... .

""Wat bi'j der gauw weer!" "Het ies op de Singelgrefte is te robbelig, döör kui'j neet op schaatsen", zeg ik.

Door de bossen wandel ik. Hier loopt er een zandweg dwars door. Met de auto kom ik er nooit. Toch is die weg wel in gebruik bij sommige automobilisten. Die zijn dan meestal enigszins lichamelijk gehandicapt. Stapvoets rijden zij erover. Ik weet nog dat er een aantal jaren geleden mensen waren die wilden dat die zandweg verhard zou worden. Gelukkig is daar nooit iets van gekomen. En nu kunnen we nog steeds zeggen: "Disse zandweg is robbelig ebleven; iej kunt der enkeld stapvoots oaver riejen".

Robben is wrijven; het is hetzelfde als rubben. Vissen rubt men, men schrapt er de schubben af. Rubben is familie van het Engelse to rub, dat wrijven, schuren betekent. Bij het bridgen kent men 'robber'. Dat zou ook te maken kunnen hebben met robben. Men noteerde de zaken namelijk op een plankje, een leitje. Als een spel teneinde was, veegde men de notities weg. Men robde de zaak schoon: er was een robber gespeeld.

Robbelig is een ding, als het niet glad is. Het moet gewreven, geschuurd, geveegd worden, want het is robbelig. Die aanduiding komt dus regelrecht van robben, wrijven, schuren. Schuurpapier is immers zelf robbelig. Robbelig ben ik in het Hollands nooit tegengekomen. Het is echt een Saksisch woord. Het Engelse 'rub' geeft dat ook aan. Zelf gebruik ik het nog wel, bijvoorbeeld in: "Of de vergadering rommelig was? Nee, wel robbelig!" Om aan te geven dat alles niet bepaald gladjes verlopen was. Och, tenslotte is onze levensweg ook robbelig; vallen en opstaan!