Roasdonders

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

De volgende morgen lees ik pas dat de Leoniden-zwerm de aarde voorbijgeraasd is. Dat blijkt altijd op de zeventiende november te gebeuren. Weer wat gemist dus. Op de radio hoor ik tegelijkertijd dat op de Balkan met munitie gewerkt is die verarmd uranium bevatte. Die combinatie heeft op mij een merkwaardige uitwerking. Ik lig plotseling op mijn buik op de heide, mijn bren steekt recht voor mij uit. De loop is gericht op een bewegend doel, een man; die gaat honderd meter verderop van links naar rechts voorbij. Op het commando "Vuur!" haal ik de trekker over, "een-en-twintig" zeggend. Een ratelend geraas klink kort over de heide. Mijn drie of vier of vijf uitgestoten raasdonders doorboren de platte houten man. Tegelijkertijd golft een nare echo over de vlakte vanuit de bosrand.

Raasdonders zijn het inderdaad, die kleine deeltjes van zo'n zwerm meteorieten. Ze razen door de oneindigheid. Iedere november trekt een gedeelte door de aardse dampkring. Ik moet er niet aan denken, dat ze op de aarde zouden 'donderen'! Gelukkig dat hun grote snelheid ze in de dampkring verbranden doet. Terwijl ik mijn krant omlaag doe, denk ik eraan hoe het voor ons zou zijn, als de grauwe erwten die door het luchtruim gieren, zouden bestaan uit verarmd uranium! Van die gedachte word ik niet vrolijk.

Inderdaad heb ik de door het heelal gierende stofdelen altijd vergeleken met grauwe erwten, kleine rotsjes die al rollend het universum doorzeilen. Dat idee had ik als jongen al, toen ik voor het eerst kapucijners voor mijn moeder kopen moest. De kruidenier schepte met een grote gouden schep een hoeveelheid op uit een zilveren bak en liet de erwten van grote hoogte, terwijl hij schaterend lachte, in de koperen weegschaal vallen. Dat gaf een geraas van neerdonderende hagelstenen. "Noe kunt iejluu thuus met recht roasdonders noa binnen werken! Mar denkt der umme: Ieder beuntjen zingt zien deuntjen!" Dat laatste begreep ik toen niet. Waar 'raasdonder' vandaan kwam, meende ik te 'snappen'.

Ik lees mijn krant verder. En de beelden die mij voorgehouden worden, gaan zich vermengen met beelden van ruim vijftig jaar terug: eten met de andere soldaten in de eetzaal. Kapucijners met spek. Voor mij een heerlijkheid. Een kluit mosterd maakt voor mij de maaltijd compleet. Soms waren de erwten niet lang genoeg geweekt. Dat maakte het eten ervan tot een straf.

Na zo'n maaltijd begint bij mij de winderigheid altijd enorm toe te nemen. Tegenwoordig eet ik daarom niet zo vaak raasdonders meer. Ik moet nu eenmaal veel vergaderen. Daar kan ik geen 'mosterdgas' bij gebruiken. Trouwens, mosterd neem ik nooit meer, want ik word geacht zoutarm te eten.

Dat kapucijners 'raasdonders' zijn gaan heten, is niet enkel te verklaren door hun lawaai in niet-geweekte toestand. Volgens mij komt het voornamelijk door de uitwerking na het nuttigen ervan. Om dat te begrijpen hoef je jezelf alleen maar even een slaapzaal voor te stellen met militairen die in bedrust hun voedsel liggen te verteren. Als er grauwe erwten gegeten zijn, is het geratel van het schieten met bren-guns, machinegeweren, niet van de lucht, maar die lucht is niet om te harden, zo stinkend. Af en toe komt er een donderslag tussendoor. Het is eigenlijk in-triest dat ik bij het denken over het gevaar van verarmd uranium op zulke stompe wijze over het heelal zit te praten. Ik raas en donder maar aan, alsof het allemaal niets is! Ik geloof dat mijn brein compensatie zoekt voor het werkelijke geraas. In gedachten zie ik legers raasdonders eten, om elkaar daarna met geraas en stinkgassen te lijf te gaan.

Wat zal ik vandaag eten? Roasdonders, zonder mosterd!