Rikroaden

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Ze konden maar geen besluit nemen. De halve nacht vlogen de argumenten voor en tegen die wereldreis over de tafel. Was het nu wel de tijd met de fiets de wereld over te trappen? Gebeurden er niet veel te veel misdadige zaken? Hun blikken kruisten elkaar steeds weer. De stemming werd steeds droeviger; dat zagen zij op elkaars gezichten. Toen door de ramen het morgenlicht al weer zichtbaar was, zagen zij dat ook: "Wie kunt het ene doon, zonder het andere noa te loaten. Loat ons neet langer rikroaden, mar de knuppe deurhakken. Wie goat en onderweg prebeert wie woor neudig te helpen!" riep Wilbert. De anderen zagen het ook dagen in het oosten. De mannen stonden op: een principebesluit was genomen.

Rikroaden, geen besluit kunnen nemen, argumenten elkaar steeds weer laten kruisen. Het Franse 'recroiser', verkeerd uitgesproken 'rikroajzer', dat 'weer kruisen' betekent. Zou dat ermee te maken hebben? Is rikroaden aan het Frans ontleend? Dat moet haast wel. Maar ik vind die wetenschap niet zo belangijk. Voornamer vind ik de klank van rikroaden, rikroajen, rikroazen, rikkeroan. Die geeft de voortdurende herhaling weer van meningen, overtuigingen, handelingen. In sommige streken in ons taalgebied wordt die herhalingstoon nog versterkt door oprekking van de eerste lettergreep: rikkeroan. Dat betekent dan dat men echt aan het redeneren is met elkaar. Het is als bij dat, nu onbekende, kaartspel dat rikken heet. Men kan met kaarten doorgaan tot in het oneindige.

Ik lag te woelen op mijn brits, zo'n vijftig jaar geleden. Ik moest de volgende dag naar het militaire hospitaal 'Oog in Al' voor een uitgebreid longonderzoek. Ik rolde om en om. Geen oog deed ik dicht. Voor mijn gevoel heb ik die nacht niet geslapen. "Ik hebbe de hele nacht liggen te rikroajen", zei ik tegen een bezoeker die mij een paar dagen later in Utrecht in het hospitaal bezocht. Die kende dat woord niet, logisch, en hij keek me vragend aan. "Liggen te weulen, alles dreiden in een kringetjen rond en an het end kwam ik steevaste hier in bedde terechte", lichtte ik toe.

Rikroajen heb ik daarna veel gedaan. Zowel 's nachts in bed, als overdag in schoolvergaderingen. Er waren veel zaken waarin ik meende te moeten woelen om tot uitspraken en stellingen te komen. Bij dat woelen bleef ik altijd goed wakker. Er is een stelling uit voortgekomen aangaande het onderwijs. Die stelling mag ik mijn stelling noemen: Het onderwijs is een verrotte zaak. En nog een tweede stelling: Onze kinderen komen er ondanks het onderwijs. Die beide stellingen zijn mij ingegeven door de overheden die over het onderwijs 'gaan'. Zij hebben zo vaak geroepen dat het niet deugt, dat het daardoor ondeugdelijk is geworden. Daarom gaan zoveel onderwijsmensen 'lopen'. Zij willen alleen maar deugdelijk onderwijs geven, maar die kans wordt hun ontnomen.

Zo, hier kan de mens eens flink over rikrooien, om die Nedersaksische term maar eens te vernederlandsen. Erover rikroden mag van mij ook. Maar laat dat vooral echte schooljuffrouwen en -meesters doen, want die hebben er verstand van. Die liggen er 's nachts immers ook over te rikroajen, wat men van de meeste zogenaamde deskundigen niet kan zeggen. Die liggen er niet wakker van. Door mijn hoofd ging dit alles vannacht, toen ik bij uitzondering eens weer lag te rikroajen. Bij uitzondering, want sinds ik met pensioen ben, is er niet veel meer om over te rikroajen. Liever gezegd ik rikroaje niet meer mee. En daar voel ik me heel wel bij!