Rezzenabel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Familieberichten. Die lees ik altijd het eerst. Mijn hele leven heb ik in deze streek gewoond, ik ken dus veel mensen in Overijssel en in Gelderland. 'Op .... zijn onze ouders, ... en .... 45 jaar getrouwd. ... .' Die lui ken ik goed. Door mijn schuld was dat huwelijk bijna niet doorgegaan. Zijn schoonvader was een dertig jaar oudere collega van mij, moet toen dus vijfenvijftig geweest zijn. Hij zou dit jaar honderd geworden zijn. Tien jaar geleden is hij gestorven. Dat was een goed onderwijzer. Die leerde de kinderen nog het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus. Zulke schoolmeesters zijn er weinig meer. Hij was wel ouderwets, wilde dat zijn aanstaande schoonzoon officieel om de hand van zijn dochter kwam vragen. Pas dan kon hij haar helemaal krijgen. De toen jonge man moest wel, of hij wilde of niet.

Goed in 't pak stapte hij naar het huis van zijn aanstaande bruid. 'Paps' was thuis; dat was logisch, want 'mijn schat' had een afspraak gemaakt. Zenuwachtig ging hij op het puntje van zijn stoel zitten. Paps keek hem met grijnzende kop aan. "Borrel?" vroeg hij. 'Mijn schat' bedankte. "Ik ben geheelonthouder". Paps schonk zichzelf eentje in, vroeg of hij dan limonade wenste. Daarbij trok Paps een vies gezicht. "Graag". "Je houdt zeker wel van een goede sigaar?" 'Mijn schat' zei dat hij niet rookte. "Is ook gezellig", zei Paps. De aanstaande schoonzoon had het al gauw niet meer. Mijnheer wist toch dat hij niet dronk en niet rookte! Waarom moest hij hem nu weer verwijten dat een niet-drinker en niet-roker een saai en ongezellig mens was?

Er viel een diepe stilte; die bleef heel lang. Toen stamelde 'mijn schat': "Zou .. zou .. i.i.k met uw d.o.o.chter mogen trouwen?" "En als ik nou eens nee zei?" grinnikte mijn collega. En meteen erna: "Natuurlijk; en ik hoop dat jullie heel gelukkig worden".

Mijn collega vertelde mij deze gebeurtenis. Wij praatten altijd in het dialect met elkaar. In ons gesprek over dat komende huwelijk zei hij: "Gerrit, het is een rezzenabele keerl; jammer dat e zo smookt en zup!" En daarbij keek hij mij guitig aan, om aan te geven dat hij het tegendeel bedoelde. Alleen, hij vond zijn schoonzoon saai en ongezellig. Hij zei dus dat 'mijn schat' een rechtschapen mens was, maar niet al te levendig. Toen ik een paar dagen daarna de schoonzoon sprak, vroeg die: "Heeft de vader van mijn verloofde nog iets aan U verteld? Ik keek ernstig en streng en knikte. "Het is een rezzenabele keerl; jammer dat e zo smookt en zup". "U weet toch dat ik niet rook en niet zuip!" riep de bruidegom. Hij rende weg. Later bleek dat hij verhaal had gehaald. Schoonvader heeft al zijn taalvaardigheden uit de kast moeten halen om deze uitspraak goed te maken; het lukte. De uitdrukking 'Dat is een rezzenabele keerl; jammer dat hee zo zup' ging in die familie een geheel eigen leven leiden.

Rezzenabel is in het Nedersaksisch neergedaald uit het Frans: raisonnable, wat redelijk of verstandig of eerlijk en oprecht betekent. Rechtschapen geeft de betekenis van rezzenabel, gespeld volgens de uitspraak, het beste weer. Mijn collega was juist blij dat zijn schoonzoon niet rookte en niet dronk. Zelf was hij verslaafd aan de 'segaer' en hij hield toch wel heel veel van een 'jong'n met suker'. Ik hoorde hem jaren na dit huwelijk nog pochen op het feit dat zijn schoonzoon een prima baan 'aan de top' had en "Hee rookt neet en hee drinkt neet; het is een rezzenabele keerl, allenig een beetjen ... hoe za'k 't uutdrukk'n? ... ."

En dan keek 'Paps' even stil voor zich uit.

Vijfenveertig jaar getrouwd. Rezzenabele mensen, die twee. Even kijken, waar en wanneer wij kunnen gelukwensen.