Regen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Op regenachtige dagen fiets ik weinig; in elk geval maak ik geen lange ritten. Als het bijna de hele dag plenst, blijf ik thuis om mijn werkzaamheden, op taalgebied bijvoorbeeld, te verrichten. Daarbij heb ik constant de radio aan. Meestal luister ik naar praatprogramma's; die vind ik dan op Radio I en Radio V. Ik let vooral op het taalgebruik, niet om dat goed of af te keuren, maar om te horen welke "eigen"-aardigheden sprekenden in hun spraak hebben. En leuk is het dan om in het programma van nu plotseling iemand te horen zeggen: "Nee, dat is enkel maar gezeik." Op zo'n ogenblik vraag ik me af of degene die aan het woord is, zich realiseert wat dat woord inhoudt. Is bekend dat het grondwoord ZEIK de stam van het, ook Oudsaksische, woord ZEIKEN is, dat STORTREGENEN betekent? Net nog heb ik iemand aan de telefoon gehad, die van mij als antwoord op de vraag: "Wat is 't vandage bie oeluu veur weer?" als antwoord gehad heeft: "Het steet hier de hele märn a'weer te zeiken." Gezeik is dus niet meer en niet minder dan een STORTVLOED van woorden over de luisteraar te laten REGENEN, maar het blijft alleen kleurloos, flauw, en tegenwoordig zuur water. Een ZEIKERD is dus een zeurkous. In sommige streken is zo iemand een ZEIKMIERE of MIEGHUMMEL. En daar zie ik het verband met PLASSEN. Wie op het toilet de stortregen laat komen, laat het immers regenen, plassen. Een dergelijk persoon plast, mijgt of miegt, zeikt. Plotseling is het niet meer HET regent, HET zeikt, HET miegt, maar ... IK zeik, JIJ miegt, HIJ plast. Regenen blijft een ONPERSOONLIJK werkwoord, waarin HET in HET REGENT feitelijk niets voorstelt; zeiken, miegen en plassen worden meer PERSOONLIJK gebruikt en ze krijgen daardoor een enigszins ongustige gevoelswaarde. Lichamelijke menselijke werkingen hebben snel verzachtende uitdrukkingen nodig, want het uitwerpen en het uitregenen worden door velen als vies ervaren. Voor mij is het leuk tussen al die beschaafde woorden ineens dat "Nee, dat is enkel maar gezeik" te horen. Er is van de andere deelnemers aan dit praatprogramma geen enkele negatieve reactie op GEZEIK. Integendeel wordt er over al of niet gezeik heel normaal verder gepraat.

Wat zou het aardig zijn, als zo'n spreker of spreekster wist, dat het Middelengelse PISSEMYRE in de zestiende eeuw ZEURKOUS ging betekenen, dat het Nederlandse PISSEN, urineren, familie is van het Franse PISSER, en dat ons mooie URINOIR in Frankrijk een gewoon PISSOIR is.

Ik kijk naar buiten. Het regent maar door; er lijkt geen eind aan te komen. Enfin, als ik maar niet van de regen in de drup kom. Ik blijf lekker thuis tot het helemaal droog is.

Het programma op de radio is afgelopen. Door het raam zie ik door het scherm van water de bomen niet meer. Nu is het snel gedaan met de regen. Hoe was het ook weer? "Hoe härder, hoe värder!" Dat betekent: hoe harder het regent, des te sneller is het weg. En inderdaad, 'der kump een blauwe brook andrieven', ten teken dat de grijze dag overgaat in een zonnige. 'Een règenboage spant zich in het noorden en wöör het eerst bakkeien erègend hef, glinstert de druppels as diamanten an bomen en struken.' Ja, zulke dingen kan ik enkel in mijn eigen taal in mijn gevoel registreren. Ik berg mijn notities op. Ik moet eruit. De hele dag binnen zitten is niet wat voor mij. Vooral niet als die dag een zonnige wordt. "Noa règen kump zunneschiene", zeg ik. Ik haal mijn fiets uit de garage en rijd richting Olst. Waarheen? Ik zal wel zien. Ik hoef gelukkig niet 'nöör Battum um de zunne op te trekken'. Dat moeten ze in Deventer maar doen, als het grauw en grijs is.