Proaten

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Een mens als ik wauwelt er wat af in zijn leven. Van mij wordt dikwijls gezegd, dat praten het enige is wat ik kan. "Ja, en je gaat er nog prat op ook; je schrijft kranten vol met je gepraat". De mensen moesten eens weten dat ze het gelijk volkomen aan hun kant hebben. Zolang ik me herinneren kan, heb ik met mezelf, in mezelf, met anderen, over anderen, over mezelf gepraat. En waarover? Over praten, over spreken, over prat gaan op, over wauwelen. En waarom? Omdat ik Taal altijd als een Godswonder gezien heb dat zich op geen enkele wijze verklaren laat.

Toen ik Engels leren moest op de H.B.S., verwonderde ik me erover dat veel woorden uit die 'sproake' zo in uitspraak overeenkwamen met die in mijn dialect. Ik ontdekte een Engels woord voor wauwelen: to twaddle. Dadelijk zette ik naast elkaar, twaddle en wauwelen, en zo vond ik in beide woorden dezelfde stam, namelijk 'wal'. Dat woord deed me aan 'waffel' denken. Zo vond ik de verwantschap tussen waffel en wauwelen. En dat vond ik mooi. "Houd nu eens je waffel, Gerrit", werd er niet door verklaard, maar het maakte mijn begrip wel duidelijker.

Het gekke vond ik altijd dat ik niet zo goed was bij het vertalen van een Engelse tekst in het Nederlands. Later bleek dat dat lag aan mijn woordenschat in het Nederlands. Die was te gering. Die in mijn streektaal was groter. Behalve een niet te hoog cijfer voor Engels heeft me dat verder geen nadeel opgeleverd. Men beweert overigens dat ik de taalschatschade ruimschoots ingehaald heb. Het zal wel. Daar ga ik niet prat op, al zeg ik het zelf. Hé, de stam van praten is pra(a)t. Ergens prat op gaan is dus veelvuldig en lovend over iets praten, opscheppen dus. Wie het Engelse 'to prat' opzoekt, zal overigens 'wauwelen' als betekenis vinden. En dat is nu weer het Wonder van de Taal. Men ontdekt betekenis- en gevoelsverschillen in verschillende dialecten en talen, maar kan ze niet verklaren. Bij de beoordeling van zulke verschillen kan men dus een lelijke fout maken: de verschillen met de eigen taal als onjuistheden zien. Eén voorbeeld daarvan is de vervoeging van proaten. Proaten - ik proate - iej proat - hee, zee, het pröt - wieluu proat - iejluu proat - zeeluu proat. Zo vervoeg ik proaten in de 'tegenwoordige tied'. Als ik 'wieluu proat' daaruit licht en ik vraag aan iemand uit een andere Nedersaksische streek dan de mijne of daar ook gezegd wordt 'wieluu proat', dan kan ik te horen krijgen: 'Neen, FOUT, 'wule, wullie, wie, proate, proat'n, pröte, prööt'n'. Ik heb inderdaad zulke proefjes wel genomen. Zelden heb ik gehoord: "Ons dialect is een beetje anders dan het Nedersaksisch van jou, maar dat is in iedere taal zo. Alleen eenheid van spelling brengt op den duur tongvallen wat dichter bij elkaar. Dan moet dus het Nedersaksisch tevens een schrijftaal worden". Meestal zegt men: "Jij maakt fouten in onze taal, want dat moet zo niet gezegd worden!" Op zo'n moment ben ik uitgepraat en dan houd ik ook mijn mond. Het enige wat ik kan doen in zo'n geval, is proberen het misverstand uit de weg te schrijven, want te praten valt er niet meer. Ik kan slechts intoetsen: "Denk der umme, mensen, ik proate en schrieve gin Aaltens, Olstes, Dèventers, Loarnes, Reurles, Vordens, Gorssels, Epes, Heerdes, Twels, Zutphens, um tussen A en Z zomöör wat plaatsen in het Nedersaksische op te neumen; ik schrieve in het Nederlands oaver Nedersaksische Taal!" Dat ik Deventers spreek, zal iedereen wel weten. En natuurlijk is bekend dat proaten familie is van pröttelen en dat beide woorden klanknabootsend gevormd zijn, eeuwen en eeuwen geleden, uit "Prr ... prr ... prr ... prr ... ", waarmee baby's nog steeds aankondigen dat zij volwaardige taalgebruikers worden.