Pölle

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

J.H. van Dale. Zijn 'Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal' is in 1992 met een 'Inleiding' van Ewoud Sanders opnieuw uitgegeven. Nu, negen jaar later, heb ik het in mijn handen. En ik streel de donkerbruine stevige 'kaft'. Het boek is immers van een oude schoolmeester en archivaris uit de kleine stad Hulst. En als ik ergens respect voor heb is het voor dergelijke schoolmeesters in kleine plaatsen en dorpen. Mijn leermeester A.P. de Bont uit Oerle, later wonende en werkende in Deventer, was er ook zo een.

Ik zie onmiddellijk dat Van Dale verkeerd om ingebonden is, maar dat is gemakkelijk, want de 'aanreiker' van dit werk heeft mij daarvoor al gewaarschuwd; dit was het laatste exemplaar uit de boekhandel.

Ik blader het boek door. En hoe is het mogelijk? Mijn bladeren wordt meteen beloond. Ik zie staan 'peluw'. Als verklaring geeft Van Dale 'Zie peuluw'. Ik ga naar 'peuluw'. Daarachter staat 'Zie peluw'. Dat overkomt mij nu altijd. De goede dingen van een ander dreig ik over het hoofd te zien, want bij toeval vind ik vrijwel meteen de onvolkomenheden. Ik ben natuurlijk benieuwd of deze fout ook in de allereerste uitgave van 1872, bijna 130 jaar geleden, voorkomt. Maar dat is niet na te gaan nu. Mijn grote Van Dale geeft netjes 'peluw' met twee betekenissen: 1. Langwerpig onderkussen; 2. Zaak die iets als een kussen ondersteunt. Als voorbeeld wordt de peluw uit de waterbouw genoemd, de ondersteuning bij het aanleggen van kribben bijvoorbeeld.

 

Peluw zal wel komen van het Latijnse 'pulvinus'. Het betekent 'kussen'. Het Middelnederlands blijkt in geschreven vorm 'poluwe, poeluwe, poelu, puluwe, peellu, pulwe, poel' te kennen. De betekenissen zijn peluw of kussen en peul. Lust je nog peultjes! Ik had het kunnen weten. Zo'n ouderwetse peluw lijkt vaak op een grote peul. Poluwehout blijkt zacht hout te zijn. In het Middelnederlands is het verkleinwoord van poluw 'poluwekijn, pulweken, pulleken'. 'Pulleken' is Twents en Achterhoeks. In die streken was een pölle, pul, pöl de gebruikelijke naam voor een peulachtig kussen. Een pulleken of pölleken was een kussentje. Was, want slechts heel oude mensen kunnen zeggen: "Biej oes is dät eavenwels nog zo!"

 

Eén oud lied ken ik waar een peluwtje, een pölleken, in voorkomt: 'Wie rusten wil in 't groene woud, wie rusten wil met luste, die kieze een plekje zich in 't hout en vlije zich te ruste. Een peluwtje van mollig mos, een kussentje van varen, en een gordijn van blâren, geeft zoete middagslaap in 't bos'. Ik weet niet of alle woorden goed zijn, ik weet niet meer wie het gedicht heeft en van muziek voorzien, ik heb het op school geleerd, driestemmig. Ik begin het spontaan te zingen, als ik in een lentebos vol lichte zonnige tinten wandel. Vandaag binnen, met de oude Van Dale op mijn knieën, achter de tekstverwerker.

 

Ik ken geen uitdrukking met 'peluw' uit mijn hoofd, wel een mooie met 'kussen'. 'Hij zit op het kussen'. Dat wordt wel gezegd in plaats van 'op het pluche' zitten. Ieder mens weet wat dat 'beduidt', om het maar eens heel parlementair te zeggen. Dan is er natuurlijk dat mooie spreekwoord: 'Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen'. Dat kussen is vast een pölle, want 'Twee geloven op twee kussens', wat is daarmee als die kussens in één groot bed liggen? In ' 't Eibargs Plat op de Riege' las ik de volgende, heel mooie uitdrukking: 'Dee slaopt op één pölle wet aeven völle'. Betekenis: Echtgenoten houden elkaar op de hoogte van de dagelijkse gebeurtenissen. En dat gebeurt vaak voor het slapen gaan, soms onder het warme eten, als we pöllen nuttigen bijvoorbeeld, mijn vrouw en ik.