Plere

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

De jongen was kleiner dan ik, maar ik wist dat hij sterker was. Hij had spieren als kabeltouwen en spierballen als boksballen. Ik wist dat hij aan boksen deed. Twintig was ik. Ik was nog maar een half jaar werkzaam bij het onderwijs. De jongen was veertien. Op het speelterrein liep hij me tijdens de speelkwartieren voortdurend uit te dagen. Ik zag aan hem dat hij erop uit was zijn lichamelijke kwaliteiten op mij te kunnen toetsen. Tot een uitbarsting kwam het voorlopig niet. Het schoolhoofd had de jongen door en hield hem voortdurend in het oog.

Ik had op mijn eerste school de eerste klas. Ik verving in deze tijdelijke baan een juffrouw die met bezoldigd verlof was. Van haar salaris betaalde zij mij. Dat kon in 1947. Maar af en toe liet het hoofd mij invallen in de zesde. Om te wennen aan oudere kinderen. Hij nam dan de eerste. De 'bokser' zat in de zesde. Van het schoolhoofd had ik in ieder geval één ding geleerd: "Zorg dat je eerst orde in je klas schept, en dat bedoel ik ook zo, dan kun je pas met vorming beginnen!" Dat had ik goed in mijn oren geknoopt.

Ik stond voor de tweede keer voor de zesde. Rekenen stond er op het rooster. Na mijn uitleg moesten de kinderen aan het werk. De 'bokser' stak zijn vinger op. "Ja". "Meneer, mijn schrift is vol!" Tussen de banken door liep ik in zijn richting. Ik zag dat hij zijn schrift ondersteboven hield. Grijnzend keek hij me aan. Ik haalde mijn arm snel uit en gaf hem een watjekouw dat het door de klas 'pleerde'. "Zo, is jouw schrift vol? Dan is het door die klap weer leeg!" De jongen dook ineen. Die eerste klap bleek meer dan een daalder waard. Natuurlijk vertelde ik mijn hoofd wat er gebeurd was. Hij lachte: "Kijk, dat bedoel ik nou; eerst orde, dan komt de rest vanzelf".

Watjekou of watjekouw. Geleerden willen dat het afgeleid is van 'what-do-you-call', of 'wat-roep-je'. Ik kan me dat niet voorstellen. In het Nederlands, en zeker in het Nedersaksisch, zou dan 'watjekol' gezegd worden en geen 'watjekouw'. Bovendien ken ik uit het Duits 'Watsche', wat kaakslag of oorveeg betekent. Een watjekouw is zeker een slag tegen de kaak en op het oor, alleen vind ik het een sterker woord dan Watsche, misschien omdat het laatste woord me aan 'watje' doet denken, wat 'doetje' betekent. Watjekouw vind ik dubbelop! 'Kouw' doet me denken aan kauwen, wat met de kaken wordt gedaan. Ik denk dat 'kouw' staat voor 'kaak'. Een oorveeg op de kaak, dat is een watjekouw. Als dat niet dubbel uitgedrukt is!

In Nedersaksische dialecten geven we een pleer of een plere. In Nederfrankische talen worden fleren uitgedeeld, enkelvoud fleer of flere. Een ploffer of een glijder aan het begin van zo'n woord, dat maakt niets uit, als de plere maar ploffend over de wang glijdt! Fleer en plere zijn beide klanknabootsende vormen. Ze betekenen beide ook 'lap'. Een flere is mede een lichtzinnige vrouw. Dat geeft aanleiding te denken dat het woord van 'flard' komt. In dat geval blijft van de nabootsingstheorie niets over. Dan is het woord begonnen als 'lap' of 'flard'. Of is flard ook een klanknabootsing? Men zegt van wel.

Pleren is met kracht gooien, ook schoppen: "Hee pleerden de steen tegen de roete en ging der vandeur".

Van al deze zaken wist ik weinig, toen ik die jongen ruim vijftig jaar geleden om de oren pleerde. Het bleek een zeer opvoedende klap. De kerel at daarna uit mijn hand. Toegegeven, ik had een zeer harde vorm van dressuur toegepast, maar eerst dresseren, liefst zonder pleren, en dan pas 'leren'. Met het laatste bedoel ik opvoeden, onderwijzen.